← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:2511

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/2980 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 23 juli 2020 (het bestreden besluit). Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

  1. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 23 maart
  2. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 4 mei 2020 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 29 mei
  3. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  4. Verweerder heeft gevraagd waarom eiser te laat was met zijn bezwaar. Eiser heeft daarop geantwoord dat hij te laat was door de coronacrisis en door taalproblemen. Verweerder vindt dit geen geldige reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift en heeft daarom met het bestreden besluit het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
  5. In beroep geeft eiser dezelfde reden voor het te laat indienen van zijn bezwaarschrift. De rechtbank is het met verweerder eens dat dit geen geldige reden is voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. De coronacrisis is op zichzelf onvoldoende reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt waarom dat in zijn geval anders is. Datzelfde geldt voor het taalprobleem. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om binnen het termijn van zes weken bezwaar in te dienen, of dat voor hem te laten doen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma). Eiser had voor begeleiding en vragen hulp in kunnen schakelen van een deskundige. Eiser heeft niet toegelicht dat dat in zijn geval niet mogelijk was.
  6. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk mogen verklaren. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.