RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/593 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: M. Gouwerok), en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: R. van den Brink). Procesverloop Met het besluit van 29 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser voor het loonheffingennummer [loonheffingennummer] in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op basis van de derde tranche van de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW3.1-regeling) voor de periode 1 november 2020 tot en met 31 januari
- Eiser krijgt een tegemoetkoming van € 4.002,-. Daarvan betaalt verweerder een voorschot van € 3.201,-. Bij de berekening is verweerder uitgegaan van de loonsom in het aangiftetijdvak juni
- Met het besluit van 19 januari 2021 (het bestreden besluit) is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2021 door middel van een Skype-verbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- De rechtbank begrijpt de situatie waarin eiseres zich bevindt. Er kan echter geen rekening mee worden gehouden dat eiseres in oktober 2020 een andere onderneming heeft overgenomen.
- De NOW 3.1-regeling is een subsidieregeling. Dat wil zeggen dat bedrijven recht kunnen hebben op een subsidie, maar alleen indien en voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
- In de NOW3.1-regeling is in hoofdstuk 2 opgenomen dat de referentiemaand juni 2020 is. Op basis van die maand heeft het UWV het voorschot van eiseres berekend. Na deze referentiemaand heeft eiseres echter een andere onderneming overgenomen. De regeling biedt echter geen mogelijkheid om hier rekening mee te houden.
- De NOW3.1-regeling verschilt hierin met wat in de eerste NOW-regeling is bepaald. In die regeling was het nog mogelijk om rekening te houden met later overgenomen ondernemingen. De rechtbank stelt vast dat een dergelijke regeling uitdrukkelijk niet in de NOW3.1-regeling is opgenomen. Daartoe verwijst zij naar de Nota van Toelichting op pagina 31, waarin dit expliciet is benoemd. Hierin staat dat geen aparte regeling wordt opgenomen voor bedrijven die door overname zijn gegroeid. In de toelichting staat hierover ook nog dat werkgevers ten opzichte van de NOW1-regeling beter zicht hebben op de risico’s vanwege corona.
- Het is de bedoeling van de NOW-regelingen om zo veel mogelijk bedrijven in korte tijd te helpen. De regelingen bieden daarom weinig ruimte voor maatwerk in individuele gevallen. Dat is het gevolg van het robuuste karakter van de regeling.
- Eiseres heeft ook verwezen naar de TVL-regeling. Deze regeling heeft echter andere voorwaarden. Dat eiseres bij de ene regeling wel in aanmerking komt voor een subsidie, betekent niet dat dit ook bij de andere regeling het geval zou moeten zijn.
- De conclusie is dat verweerder terecht heeft bepaald dat eiseres recht heeft op een voorschot van € 3.201,-.
- Aangezien het beroep ongegrond is, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
- De rechtbank stuurt binnen twee weken een proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Verder heeft de rechtbank eiseres gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep als zij het niet eens is met deze uitspraak. Dit kan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.A. Koeman, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 10 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.