RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/4173 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: H. Kramer), en Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder (gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ). Procesverloop In het besluit van 21 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het voorschot huurtoeslag voor eiser voor het jaar 2020 vastgesteld op € 4.386,- euro. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. In het besluit van 5 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2021 via een Skype for business beeldverbinding. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank:- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiser voert aan dat hij geen huurtoeslag heeft aangevraagd en dat sprake is van identiteitsfraude. Eiser vermoedt dat een voormalig huisgenoot zijn DigiD heeft gebruikt om de huurtoeslag aan te vragen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser in bezwaar en beroep zijn verhaal uitgebreid beschreven en diverse documenten overgelegd.
- De rechtbank overweegt dat eiser zowel in bezwaar als in beroep diverse documenten heeft ingediend op grond waarvan het aannemelijk is dat sprake is van identiteitsfraude. Verweerder heeft in het verweerschrift het nadere standpunt ingenomen dat de besluitvorming niet zorgvuldig is geweest. Verweerder heeft hierbij verwezen naar het Verzamelbesluit Toeslagen waaruit volgt dat er een mogelijkheid is om een terugvordering die als gevolg van identiteitsfraude is ontstaan, niet voor rekening van een belanghebbende te laten. Verweerder heeft aangegeven graag nader onderzoek te willen doen. Daartoe stelt verweerder voor het bestreden besluit te vernietigen. Eiser heeft desgevraagd aangegeven in te stemmen met de door verweerder voorgestelde afdoeningsmodaliteit.
- De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar en draagt verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, nadat eiser is gehoord en eventueel na overlegging van aanvullend bewijs door eiser.
- Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R.Oosterhoff-Vos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2021 en zal ook worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Huidige versie van 11 januari 2021 (nr. 2020-179259), op 14 januari 2021 gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 2021-2142).