vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/523243 / KG ZA 21-327 Vonnis in kort geding van 30 juni 2021 in de zaak van 1. de vennootschap onder firma V.O.F. [eiser sub 1] gevestigd te [vestigingsplaats] hierna te noemen: [eiser sub 1] 2. [eiser sub 2] wonende te [woonplaats] hierna te noemen: [eiser sub 2] eisers hierna samen te noemen: [eisers c.s.]behandelend advocaat: mr. R.C.W.L. Albers procesadvocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOMINO'S PIZZA NETHERLANDS B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Nieuwegein hierna te noemen: Domino's gedaagde advocaat mr. S.C. Polkerman 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met de producties 1 tot en met 33- de pleitnota van [eisers c.s.] de pleitnota van Domino's met daarbij de producties 1 tot en met 5 de mondelinge behandeling van 16 juni 2021 het proces-verbaal van het mondeling vonnis van 16 juni 2021 ten aanzien van één van de vorderingen van [eisers c.s.] 1.2. Aan het einde van de zitting is aan partijen verteld dat er ten aanzien van de vorderingen van [eisers c.s.] waarop nog niet in het mondeling vonnis is beslist op 30 juni 2021 schriftelijk vonnis wordt gewezen. 2Waar gaat dit kort geding over? Domino's exploiteert in Nederland de franchiseformule “Domino’s Pizza”. Domino's heeft via diverse media aangekondigd dat op 16 juni 2021 om 16.00 uur een Domino's vestiging in [vestigingsplaats] wordt geopend. [eisers c.s.] vordert in dit kort geding primair dat deze opening wordt verboden en dat Domino's wordt veroordeeld om [eisers c.s.] een franchiseovereenkomst met betrekking tot deze vestiging in [vestigingsplaats] aan te bieden, op straffe van een dwangsom. Subsidiair vordert [eisers c.s.] dat Domino's wordt veroordeeld om te goeder trouw de onderhandelingen over het aangaan van de franchiserelatie voort te zetten, op straffe van een dwangsom. Het door [eisers c.s.] gevorderde verbod is bij mondeling vonnis van 16 juni 2021 afgewezen. In dit vonnis worden de vorderingen van [eisers c.s.] waarover nog geen beslissing is genomen, beoordeeld. Daarbij zullen eerst de voor die beoordeling relevante feiten worden weergegeven. 3De feiten 3.1. Voor de beoordeling van de vorderingen die nog voorliggen zijn de hierna te noemen feiten van belang. Daarbij kunnen de volgende fasen worden onderscheiden: 1. het toetreden tot het selectieproces van Domino's en het sluiten van de overeenkomst met als titel “Bevestiging Franchise Intentie / Training Overeenkomst”2. het verstrekken van de sleutel(
(2021)van kracht is geworden. Domino's heeft ook aan haar aanbiedingsverplichting voldaan 4.7. Domino's heeft ook aan haar aanbiedingsverplichting voldaan. Zij heeft in het kader van het PID aan [eisers c.s.] aangeboden om een franchiserelatie aan te gaan op basis van haar huidige standaard franchiseovereenkomst (het concept van de herziene standaard franchiseovereenkomst). Dit wordt als volgt toegelicht. 4.7.1. Domino's heeft aan [eisers c.s.] op 11 mei 2021 het PID toegezonden. Zij heeft daarmee aan haar verplichting tot het verstrekken van precontractuele informatie als bedoeld in artikel 7:913 BW, in relatie met artikel 7:914 BW, willen voldoen. Ter aanvulling op dit PID is nog dezelfde dag het concept van de herziene standaard franchiseovereenkomst (de huidige standaard franchiseovereenkomst) toegezonden. 4.7.2. Op basis van artikel 7:913 BW moet de franchisegever allerlei informatie aan de beoogde franchisenemer verstrekken op grond waarvan de beoogde franchisenemer:- een reële inschatting kan maken van de risico’s die het aangaan en de uitvoering van de overeenkomst met zich brengen, - kan beoordelen of, in hoeverre, en onder welke eventuele voorwaarden hij bereid is om die risico’s aan te gaan. Tot die te verstrekken informatie behoort onder andere het ontwerp van de franchiseovereenkomst inclusief bijlagen. 4.7.3. De verstrekking van deze precontractuele informatie moet op grond van artikel 7:914 lid 1 BW ten minste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst geschieden. Dit wordt ook wel de stand still termijn genoemd. Dit is een termijn voor beraad. Tijdens de stand still periode beschikt de beoogd franchisenemer over alle informatie, kan hij stukken bestuderen, vragen stellen en zich laten adviseren door een deskundige, om zo tot een weloverwogen besluit te komen over het al dan niet ondertekenen van de aangeboden franchiseovereenkomst. (MvT, Kamerstukken II 2019/20, 35392,3, p. 34). Tijdens deze termijn mag de franchisegever op grond van lid 2 van bovengenoemd artikel niet over gaan tot:a. wijziging van het ontwerp van de franchiseovereenkomst, tenzij deze wijziging in het voordeel van de franchisenemer strekt, b. het sluiten met de franchisenemer van de franchiseovereenkomst of enige daarmee onlosmakelijk verbonden te achten overeenkomst,c. het aanzetten tot het doen van betalingen of investeringen door de beoogd franchisenemer die samenhangen met de nog te sluiten franchiseovereenkomst. 4.7.4. In de hiervoor geschetste inhoud en strekking van de artikelen 7:913 en 7:914 BW ligt besloten dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie een aanbod door de franchisegever wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de als precontractuele informatie bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogd franchisenemer om zich in de stand still periode te beraden of hij dit wil of dat hij nog daarover met de franchisegever in verdere onderhandeling wil treden. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten en moet in deze termijn haar aanbod gestand doen. Het is de franchisenemer die aan zet is. 4.7.5. Domino's heeft als precontractuele informatie aan [eisers c.s.] verstrekt het concept van de herziene standaardovereenkomst (die zij als huidige standaardovereenkomst gebruikt). Zij heeft daarmee aan [eisers c.s.] aangeboden om op basis van die overeenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten en heeft daarmee aan haar hiervoor besproken aanbiedingsverplichting voldaan. Domino's heeft tijdens de zitting ook beaamd dat dit als een aanbod moet worden opgevat. Kon Domino's haar aanbod niet langer gestand doen? 4.8. Domino's heeft echter op 19 mei 2021 aan [eisers c.s.] laten weten dat zij geen franchiseovereenkomst (meer) met hem wil sluiten. Domino's doet daarmee haar eerder gedane aanbod, waartoe zij op grond van haar aanbiedingsverplichting gehouden was, niet langer gestand. [eisers c.s.] stelt zich op het standpunt dat dit niet is toegestaan en dat Domino's haar aanbod gestand moet doen en haar het aanbod opnieuw moet doen. 4.9. Dit standpunt van [eisers c.s.] gaat op, omdat, zoals hierna wordt toegelicht, Domino's:1. haar aanbod tijdens de stand still termijn gestand moet doen, en overigens ook 2. geen gegronde reden had om haar aanbod niet langer gestand te doen. Domino's moest aanbod tijdens de stand still termijn gestand doen 4.10. Allereerst geldt dat Domino's, gelet op de artikelen 7:913 en 7:914 BW, haar aanbod op 19 mei 2021 nog gestand moest doen, omdat toen nog de stand still termijn (die is begonnen op 11 mei 2021) van vier weken liep (zie 4.7.2. tot en met 4.7.4.). Geen gegronde reden(
- en)om aanbod niet langer gestand te doen 4.11. Verder is het zo dat Domino's overigens ook geen gegronde reden(
- en)had om haar aanbod niet langer gestand te doen. 4.12. Domino's voert aan dat zij haar aanbod niet langer gestand hoefde te doen, omdat in de “belangrijke kennisgeving” (behorend bij het PID) de volgende bepaling is opgenomen: “De verstrekking van het PID, alsmede elke volgende verstrekking van informatie, verplicht partijen op geen enkele wijze om met elkaar een franchiseovereenkomst aan te gaan.” Volgens Domino's heeft [eisers c.s.] hiermee ingestemd, omdat hij de belangrijke kennisgeving voor akkoord heeft ondertekend. 4.13. Deze reden van Domino's gaat niet op, omdat het beroep op de hiervoor geciteerde bepaling door Domino's in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of [eisers c.s.] de belangrijke kennisgeving voor akkoord heeft getekend (zoals Domino's stelt) of dat dit stuk slechts voor ontvangst is getekend (zoals [eisers c.s.] aanvoert). [eisers c.s.] heeft verklaard dat hij de belangrijke kennisgeving (nog) niet had gelezen toen hij digitaal zijn handtekening daaronder plaatste. Als reden hiervoor voert hij aan dat Domino's erop aandrong om het PID (waaronder de belangrijke kennisgeving) snel voor ontvangst te tekenen, dit in verband met het gaan lopen van de wettelijke stand-still termijn van vier weken. Hij heeft dit toen diezelfde dag nog gedaan. Domino's heeft in haar tweede e-mail van 11 mei 2021 slechts aan [eisers c.s.] verzocht om het PID voor ontvangst te tekenen. Zij heeft niet gevraagd om het PID voor akkoord te ondertekenen. Domino's heeft [eisers c.s.] daarmee op het verkeerde been gezet. Het gaat dan niet aan om [eisers c.s.] aan een bepaling te houden, die hij toen hij tekende niet kende en waarmee hij bovendien ook niet heeft willen instemmen. Daarbij komt nog dat deze bepaling ook nog eens verstopt is in de tekst. Het had op de weg van Domino's gelegen om [eisers c.s.] duidelijk erop te wijzen dat zij deze bepaling had opgenomen in de “belangrijke kennisgeving”. Dit geldt temeer daar [eisers c.s.] er niet op bedacht hoefde te zijn dat deze bepaling onderdeel zou uitmaken van het PID. Deze bepaling hoort niet thuis in het PID. Het PID strekt er immers toe dat aan de beoogde franchisenemer alle benodigde informatie wordt gegeven, opdat hij een weloverwogen beslissing kan nemen of hij de franchiserelatie wil aangaan of niet. De bepaling verdraagt zich ook niet met het feit dat in het kader van het PID een aanbod wordt gedaan tot het sluiten van de franchiseovereenkomst. Bovendien staat deze bepaling op gespannen voet met de tussen partijen in het kader van de Bevestiging Franchise Intentie / Training Overeenkomst overeengekomen aanbiedings-verplichting. 4.14. Als tweede (en laatste) reden voor haar stelling dat zij haar aanbod niet langer gestand hoefde te doen, voert Domino's aan dat zij onvoldoende vertrouwen heeft dat een succesvolle samenwerking tot stand kan komen. De directe aanleiding voor dit gebrek aan vertrouwen is de e-mail van 18 mei 2021 van [eisers c.s.] zoals geciteerd in 3.8. Daarbij heeft, zo heeft Domino's aangevoerd, meegespeeld dat [eisers c.s.] in het kader van het selectieproces een aantal keren is aangesproken op zijn niet constructieve kritische houding en dat [eisers c.s.] andere franchisenemers opstookt om het concept van de herziene standaard franchiseovereenkomst niet te tekenen. 4.15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de e-mail van 18 mei 2021 onvoldoende grond biedt voor de conclusie van Domino's dat er geen goede basis meer is voor een vruchtbare samenwerking en dat sprake is van een vertrouwensbreuk. De e-mail is weliswaar in een pittige toon en daardoor minder constructief geschreven, maar dat moet worden gezien in het licht van de druk die [eisers c.s.] op dat moment had. De opening stond al snel gepland, en de financiering die hij heeft geregeld moest ook worden afgenomen want anders zouden er stallingskosten verschuldigd zijn. Bovendien moet er ruimte zijn voor een gesprek over de voorwaarden van de te sluiten franchiseovereenkomst zoals dat te doen gebruikelijk is. Domino's heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij regelmatig met nieuwe franchisenemers maatwerk afspreekt ten opzichte van de standaardovereenkomst. Er kan dus over de inhoud van de overeenkomst worden onderhandeld. [eisers c.s.] hoefde ook niet te verwachten dat Domino's naar aanleiding van zijn e-mail haar aanbod niet meer gestand zou doen en de stekker eruit zou trekken. Verder is van belang dat [eisers c.s.] onmiddellijk na de reactie van Domino's van 19 mei 2021 zijn verontschuldigingen heeft aangeboden en heeft gezegd dat de e-mail van 18 mei 2021 als niet verzonden kon worden beschouwd. Ook heeft hij laten weten dat hij bereid is al zijn bezwaren te laten varen en de aangeboden franchiseovereenkomst onverkort te tekenen. 4.16. Ook het argument van Domino's dat [eiser sub 2] in het selectieproces een paar keer is aangesproken op zijn niet constructieve kritische houding, overtuigt niet. Kennelijk was het ook weer niet zo heel erg als Domino's nu doet voorkomen, want anders was Domino's toen al niet verder gegaan en had zij [eisers c.s.] geen aanbod gedaan door middel van het PID. Het argument lijkt er dan ook te zijn bijgesleept. 4.17. Domino's heeft verder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [eisers c.s.] andere franchisenemers opstookt om de herziene standaard franchiseovereenkomst niet te tekenen. De conclusie 4.18. De conclusie is dat Domino's haar aanbod (zoals op 11 mei 2021 gedaan) gestand moet doen. Concreet betekent dit dat zij [eisers c.s.] moet aanbieden om op basis van het concept herziene standaard franchiseovereenkomst een franchiserelatie met betrekking tot de vestiging in [vestigingsplaats] aan te gaan. De primaire vordering is daarom toewijsbaar. De voorzieningenrechter zal in verband met de dwangsomvordering bepalen dat Domino's binnen uiterlijk 48 uur na de datum van dit vonnis het hiervoor genoemde aanbod aan [eisers c.s.] moet doen. De dwangsom zal verder op de in de beslissing te noemen manier worden toegewezen. Subsidiaire vordering 4.19. Aan de beoordeling van de subsidiaire vordering wordt gezien het voorgaande niet toegekomen. Proces- en nakosten 4.20. Domino's wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eisers c.s.] veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 1.768,81, waarvan:€ 85,81 aan exploot- en informatiekosten € 667 aan griffierecht € 1.016 aan salaris advocaat. 4.21. De door [eisers c.s.] gevorderde nakosten zullen op de in de beslissing te noemen manier worden begroot. Uitvoerbaar bij voorraad 4.22. Dit vonnis wordt, zoals gevorderd en ook gebruikelijk is in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. veroordeelt Domino's om [eisers c.s.] binnen uiterlijk 48 uur na de datum van dit vonnis aan te bieden om op basis van het concept herziene standaard franchiseovereenkomst een franchiserelatie met betrekking tot de vestiging [vestigingsplaats] aan te gaan, 5.2. veroordeelt Domino's om wanneer zij in gebreke blijft aan de in 5.2. uitgesproken hoofdveroordeling te voldoen een dwangsom aan [eisers c.s.] te betalen van € 100.000 te vermeerderen met € 10.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan de hoofdveroordeling te voldoen, tot een maximum van € 200.000 is bereikt, 5.3. veroordeelt Domino's in de proceskosten, aan de zijde van [eiser sub 2] tot op heden begroot op € 1.768,81, 5.4. veroordeelt Domino's in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op- € 163,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, en- € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, 5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. N.V.M. Gehlen, bijgestaan door mr. B.H. van der Graaf als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2021. type: BvdG