RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bewindsbureau locatie Lelystad zaaknummer: 9215184 \ LT VERZ 21-1859 BM nummer : [BM nummer] Beschikking van de kantonrechter d.d. 24 juni 2021 Inzake het bewind en mentorschap van: [betrokkene] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1925 hierna te noemen: betrokkene. waarin bewindvoerder en mentor is; [bedrijfsnaam] B.V. Correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] hierna te noemen: [bedrijfsnaam] De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het bericht met bijlagen d.d. 6 april 2021, afkomstig van [bedrijfsnaam] . De zaak is behandeld ter zitting van 2 juni 2021. Verschenen zijn: de bewindvoerder/mentor [A] ; [B] ; [C] ; [D] ; [E] . De beoordeling De goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] zijn, bij beschikking van de kantonrechter te Lelystad van 19 november 2019, onder bewind gesteld met benoeming van [bedrijfsnaam] tot bewindvoerder. Op dezelfde datum is het mentorschap ten behoeve van [betrokkene] ingesteld. [bedrijfsnaam] is eveneens benoemd tot mentor. [bedrijfsnaam] heeft in het bericht van 6 april 2021 gevraagd wat zijn rol als bewindvoerder c.q. mentor is met betrekking tot hetgeen de kinderen van betrokkene hem vragen inzake de bouw van windturbines rond de woning van betrokkene. De heer [E] vraagt [bedrijfsnaam] of hij de naam van betrokkene aan de gemeente [naam gemeente] mag doorgeven als zijnde belanghebbende. Daarnaast vraagt hij of hij namens betrokkene zienswijzen mag indienen dan wel bezwaar mag maken tegen de bouw van de windturbines. Ter zitting is door en namens de andere kinderen verweer gevoerd. Zij stellen dat de windturbines nog moeten worden gebouwd en dat betrokkene niet zou willen dat haar naam verbonden zou worden aan het stagneren van de bouw van het windpark. Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende gesteld dan wel gebleken wat, in het licht van het verweer van de andere kinderen, het belang van betrokkene is bij het indienen van zienswijzen dan wel het maken van bezwaar tegen de bouw. De kantonrechter wijst dit verzoek af. Ter zitting heeft de heer [E] de kantonrechter verzocht om een handhavingsverzoek te mogen indienen bij de gemeente [naam gemeente] , met betrekking tot de hinder van de nog te plaatsen windturbines. Door en namens de andere kinderen is ter zitting verweer gevoerd. Zij stellen dat betrokkene niet zou willen dat de bouw van de windturbines wordt vertraagd door het indienen van een handhavingsverzoek uit haar naam. De kantonrechter is van oordeel dat een handhavingsverzoek in de rede lijkt te liggen wanneer er een concrete overtreding van de regels wordt geconstateerd en hierdoor hinder wordt ondervonden. Aangezien de windturbines nog niet zijn gebouwd en deze, volgens de planning, pas in 2023 zullen gaan draaien is hiervan nog geen sprake. De kantonrechter wijst dit verzoek af. De heer [A] heeft [bedrijfsnaam] verzocht een planschadeclaim in te dienen in verband met de waardevermindering van de woning van betrokkene, door de bouw van de windturbines. De heer [E] heeft [bedrijfsnaam] verzocht hiermee te wachten. Hij stelt dat het indienen van een planschadeclaim onrust en spanning zal geven voor betrokkene. Deze onrust en spanningen zijn slecht voor haar gezondheid. Naar het oordeel van de kantonrechter is van het argument dat betrokkene onrust en spanning zal ondervinden door het indienen van de planschadeclaim niet gebleken. De procedure wordt door [bedrijfsnaam] gevoerd, waardoor betrokkene hierbij niet persoonlijk hoeft te worden betrokken door de bewindvoerder. De kantonrechter zal toestemming geven voor het indienen van de planschadeclaim door [bedrijfsnaam] , mits is komen vast te staan dat de deze claim namens betrokkene kan en mag worden ingediend. De beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek tot het doorgegeven van de naam van betrokken aan de gemeente als belanghebbende, het indienen van zienswijzen en het maken van bezwaar tegen de bouw van de windturbines af; wijst het verzoek tot het mogen indienen van een handhavingsverzoek af; wijst het verzoek tot indienen van een planschadeclaim toe, onder de voorwaarde dat is komen vast te staan dat deze claim namens betrokkene kan en mag worden ingediend. Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2021, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.