← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:3219

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/1166 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2021 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder, (gemachtigde: mr. W.G. Vos). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 24 november 2020 met aanslagnummer: [aanslagnummer]. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
  3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  4. De rechtbank heeft eiser op 24 april 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
  6. Voorts overweegt de rechtbank het volgende. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef, van de Awb houdt in dat het beroepschrift wordt ondertekend. Het beroepschrift voldoet niet aan dit vereiste.
  7. Artikel 6:6 van de Awb bepaalt dat, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 7.1 Eiser is op dit verzuim gewezen bij aangetekend verzonden brief van20 mei 2021 en is daarbij verzocht binnen vier weken na de dag van verzending van deze brief het beroepschrift te ondertekenen. In de brief is uitdrukkelijk vermeld dat wanneer eiser niet aan het verzoek voldoet, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. 7.2 Eiser heeft niet aan het verzoek van de rechtbank voldaan. Nu eiser hiertoe in de gelegenheid is gesteld en hij desondanks het beroepschrift niet heeft ondertekend, acht de rechtbank op grond hiervan, alsmede het niet betalen van het griffierecht, het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
  8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
  9. Van een vergoeding van proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 6 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.