RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 13/036887-20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 14 juli 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1998] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni
(14)pistolen van vermoedelijk het merk Ekol en model Volga. Deze pistolen zijn van origine gaspistolen. Het is mij ambtshalve bekend dat dit soort gaspistolen eenvoudig en veelvuldig worden omgebouwd naar scherp schietende vuurwapens. Zowel gaspistolen als scherp schietende pistolen zijn vuurwapens als bedoeld is artikel l onder 3 van de Wet wapens en munitie. Categorie : III sub I In het proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2020 heeft verbalisant [verbalisant 4] , zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd: Op 8 februari 2020 werd op de openbare weg een personenauto aan een onderzoek onderworpen. Tijdens dit onderzoek werd onder de bijrijder stoel, tegen de linker geleidestang, een vuurwapen met munitie aangetroffen en inbeslaggenomen. Bij een van de inzittenden, [verdachte] genaamd, werd, in de zak, een vuurwapen met munitie aangetroffen en in beslag genomen. Itemnummer 5880587 - pistool SIN-nummer: AAMC0460NL Voorwerp: pistoolMerk: CZModel: 27 Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie. Bewijsoverwegingen Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 1 december 2019 tot en met 8 februari 2020 drie wapens, te weten een vuurwapen merk/type CZ27, een vuurwapen merk Ekol, model Volga en een alarmpistool merk Zoraki, type M906, voorhanden heeft gehad. Hoewel verdachte het bezit van het alarmpistool merk Zoraki (type: M906) heeft ontkend, acht de rechtbank op basis van de Telegram chats en de verklaringen van [medeverdachte] bewezen dat verdachte dit wapen eveneens voorhanden heeft gehad. Daarnaast acht de rechtbank, op grond van voornoemde bewijsmiddelen in hun onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verhandelen van wapens. Vast staat dat verdachte van [medeverdachte] vier wapens heeft gekocht. Voorts volgt uit de Telegram chats van verdachte met [telegramnaam 3] , [telegramnaam 4] en [telegramnaam 5] dat verdachte met deze contacten sprak over de aankoop en verkoop van wapens. Deze gesprekken zijn gedetailleerd en de opbouw ervan wijst erop dat het doel is om een transactie te sluiten. De te verhandelen wapens worden besproken en ook de plaats en tijd van de overdracht. Ter terechtzitting heeft verdachte hier tegenover gesteld dat deze gesprekken ‘grootspraak’ waren en dat ze nooit tot een ontmoeting of transactie hebben geleid omdat verdachte vlak voor het moment suprême uit het gesprek stapte en dit verwijderde, zonder zich zorgen te maken over eventuele boze reacties van aspirant kopers of verkopers. Dit oordeelt de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig en vindt geen enkele steun in het dossier. De rechtbank gaat daarom uit van wat in de gesprekken te lezen valt, namelijk dat verdachte zich bezig hield met het aankopen en verkopen van vuurwapens. In combinatie met het gegeven dat het contact tussen verdachte en [medeverdachte] aantoonbaar tot verkoop van drie vuurwapens heeft geleid, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het verhandelen van vuurwapens en dat hij daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op 8 februari 2020 te Amsterdam meerdere wapens van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten - twee vuurwapens (merk Ekol en CZ) zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie van categorie III onder de Wet wapens en munitie, te weten - vier zelfgemaakte projectielen en/of - zeven patronen (model volmantel rondneus), voorhanden heeft gehad; feit 2 in de periode van 1 december 2019 tot en met 8 februari 2020 te Amersfoort en/of te Nieuwegein, althans in Nederland, meerdere vuurwapens van categorie II en/of categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten: - een vuurwapen (merk/type: CZ27) en - een vuurwapen (merk: Ekol, model Volga), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en; - een alarmpistool (merk: Zoraki, type: M906), heeft verhandeld en voorhanden heeft gehad, en van het verhandelen een beroep of een gewoonte heeft gemaakt; feit 3 op 30 juni 2020 te Nieuwegein meerdere wapens van categorie 1 onder 1 en categorie 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een boksbeugel en - een vlindermes, voorhanden heeft gehad. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 ten aanzien van wapens: handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 3 onder a van de Wet wapens en munitie; ten aanzien van munitie: handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie; feit 2 handelen in strijd met artikel 26 lid 1 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, of een vuurwapen van categorie III, en van het verhandelen van wapens een beroep en/of gewoonte maken, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 3 onder a en lid 4 van de van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; feit 3 handelen in strijd met artikel 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie. Ten aanzien van feit 1 en 2 is er (gedeeltelijk) sprake van eendaadse samenloop. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft zich verzet tegen toepassing van het adolescentenstrafrecht. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, eventueel met een deels voorwaardelijke straf en taakstraf. Voorts heeft de raadsman verzocht het adolescentenstrafrecht, zoals door de reclassering is geadviseerd, toe te passen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich bezig gehouden met de handel in vuurwapens, terwijl hij van het verhandelen van wapens een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt. Verdachte heeft hiermee een bijdrage geleverd aan het veelvuldig en ongecontroleerd verspreiden van wapens binnen het criminele circuit. De illegale handel in vuurwapens dient met het oog op de veiligheid van personen en ter voorkoming van gevoelens van onveiligheid in de samenleving streng te worden bestraft. Dat vuurwapens een gevaar vormen voor de samenleving blijkt uit het feit dat er regelmatig vuurwapenincidenten plaatsvinden, in sommige gevallen met dodelijke afloop. Verdachte heeft tijdens de zitting geen enkele openheid van zaken willen geven over zijn betrokkenheid bij de wapenhandel. De rechtbank acht dit zeer zorgwekkend.Daarnaast heeft verdachte meerdere wapens voorhanden gehad. Bij verdachte zijn onder meer twee half geladen vuurwapens (binnen handbereik) aangetroffen, terwijl hij in een auto (in de publieke ruimte) zat met andere personen. Verdachte heeft een strategische proceshouding aangenomen en pas zijn betrokkenheid bij het tweede wapen willen toegeven toen daarop DNA van hem werd aangetroffen. De rechtbank rekent verdachte de bewezen verklaarde feiten dan ook zwaar aan. De persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 20 mei 2021 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 8 april
- Hieruit volgt dat het risico op recidive als gemiddeld wordt ingeschat. Verdachte kwam niet eerder met justitie in aanraking, maar heeft de risico’s van zijn handelen beperkt ingeschat door een wapen te kopen en bij zich te dragen. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Daarnaast adviseert de reclassering het jeugdstrafrecht toe te passen. Verdachte neemt actief deel aan een gezin, is schoolgaand en de reclassering schat de risico’s van zijn handelen beperkt in. Adolescentenstrafrecht (ASR) Verdachte was ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit 21 jaar en dus meerderjarig. Uitgangspunt is dat op een jongvolwassene die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, het volwassenenstrafrecht wordt toegepast. De rechtbank kan echter besluiten voor jong volwassenen met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, jeugdsancties toe te passen indien daartoe grond wordt gevonden in de persoonlijkheid van verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. De rechtbank overweegt dat voornoemd reclasseringsrapport – waarin toepassing van het ASR geadviseerd wordt – meer dan een jaar oud is en alleen gebaseerd is op het onder feit 1 ten laste gelegde. Daarnaast heeft verdachte inmiddels zijn studie afgerond, heeft hij een baan en is hij samen met zijn vriendin op zoek naar een eigen woning. Verder ziet de rechtbank, anders dan de reclassering, op basis van het dossier wél aanwijzingen voor een criminele levensstijl bij verdachte, namelijk het feit dat verdachte zich gedurende een aantal maanden heeft bezig gehouden met wapenhandel en daar tot op de dag van vandaag geen verantwoordelijkheid voor neemt. Gelet hierop - en op hetgeen tijdens de behandeling van de zaak naar voren is gekomen en de persoonlijkheid van de verdachte - zal de rechtbank het volwassenenstrafrecht toepassen. De op te leggen straf Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten, voor zover deze het reeds ondergane voorarrest te boven gaat en heeft verzocht om verdachte eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een taakstraf op te leggen. Een dergelijke straf doet echter geen recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De op te leggen straf is hoger dan de eis van de officier van justitie, (mede) omdat de rechtbank - in tegenstelling tot de officier van justitie - komt tot een bewezenverklaring van feit
- Bevel gevangenneming De rechtbank zal op de voet van artikel 65, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de gevangenneming van verdachte bevelen en licht dat als volgt toe. De ernstige bezwaren volgen uit dit veroordelend vonnis. Uit omstandigheden is gebleken van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst weer schuldig zal maken aan strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld, waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat verdachte zijn verklaring lijkt af te stemmen op basis van de inhoud van het dossier, nu hij voor een aantal feiten pas ter terechtzitting een bekennende verklaring heeft afgelegd, terwijl hij deze feiten eerder ontkende en/of gebruik maakte van zijn zwijgrecht. Daarnaast heeft verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. De verklaring van verdachte dat er met betrekking tot de chatberichten die zien op de wapenhandel slechts sprake was van grootspraak, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen mogelijkheden om de kans op recidive terug te dringen. De reden dat verdachte zich niet in voorlopige hechtenis bevond ten tijde van de behandeling op de terechtzitting was kennelijk gelegen in het feit dat de vordering gevangenhouding slechts zag op het onder feit 1 ten laste gelegde. Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde en de strafoplegging, alsmede de aanwezigheid van gronden voor voorlopige hechtenis, zal de rechtbank met onmiddellijke ingang de gevangenneming van verdachte bevelen. Deze beslissing is in een afzonderlijk bevel geminuteerd. Een kopie van dit bevel is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en 13, 26, 55 van de Wet wapens en munitie; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Bevel gevangenneming - beveelt de gevangenneming van verdachte, welk bevel apart is geminuteerd en waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. Dit vonnis is gewezen door mr. V.C. Kool, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. W.S. Ludwig en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Vos, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
- hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Amsterdam meerdere wapens van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten - twee vuurwapens (merk Ekol en CZ) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III onder de Wet wapens en munitie, te weten - vier zelfgemaakte projectielen en/of - zeven patronen (model volmantel rondneus), voorhanden heeft gehad;
- hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 februari 2020 te Amersfoort en/of te Nieuwegein, althans in Nederland, een of meerdere vuurwapens van categorie II en/of categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten: - zes (semi-automatische) vuurwapens (merk/type: CZ27) en/of - een vuurwapen (merk: Ekol, model Volga), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of - drie alarmpistolen (merk: Zoraki, type: M906), zijnde vuurwapens en/of zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad, en hij van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
- hij op of omstreeks 30 juni 2020 te Nieuwegein een of meerdere wapens van categorie 1 onder 1 en/of categorie 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een boksbeugel en/of - een vlindermes, voorhanden heeft gehad. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 2 november 2020, genummerd 2020096926, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 134 (onderzoek 03TENOR, zaaksdossier 2 en aanvullende processen-verbaal).. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina’s 16 tot en met
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 mei 2020, genummerd 20202705.1339.7975.279, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [medeverdachte] , doorgenummerde pagina 368 (algemeen dossier, map 2). een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 mei 2020, genummerd 20202805.1248.7975.298, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [medeverdachte] , doorgenummerde pagina’s 396 tot en met 399 (algemeen dossier, map 2). een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 29 juni 2020, genummerd 20202706.2012.7975.427, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [medeverdachte] , doorgenummerde pagina’s 451 en 452 (algemeen dossier, map 2). Pagina’s 131, 132 en
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek van 10 februari 2020, genummerd 2020029168, opgemaakt door politie Amsterdam, houdende het relaas van verbalisant, doorgenummerde pagina’s 25 tot en met 30 (‘Procesdossier’).