RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/850 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder, (gemachtigde: mr. W.G. Vos). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 24 november
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 28 november
- Eiser heeft beroep ingesteld bij verweerder. Verweerder heeft het beroepschrift op grond van de in artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Awb opgenomen doorzendplicht doorgezonden, omdat verweerder onbevoegd is. Volgens artikel 6:15, derde lid, van de Awb is het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan beslissend voor de vraag of het tijdig is ingediend. Het beroepschrift is bij het verweerder ontvangen op 22 januari
- Dat is te laat. Het beroepschrift had uiterlijk op 11 januari 2021 ontvangen moeten zijn. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- Het beroepschrift is bij de rechtbank ontvangen op 16 februari
- Vervolgens heeft de rechtbank eiser bij aangetekende brief van 25 maart 2021 verzocht om binnen twee weken aan te geven waarom het beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend.
- Eiser zegt dat hij te laat was omdat hij zowel de boete als het besluit maanden later na dagtekening heeft ontvangen. Verweerder heeft bij brief van 3 juni 2021 een toelichting gegeven over hoe de verzending van de post gaat en de registratie hiervan. De desbetreffende medewerker heeft gewerkt aan de uitspraak en heeft deze op 24 november 2020 opgeslagen. De brief is dezelfde dag rond twaalf uur aangeboden aan DataBMail. Die bieden de brief vervolgens aan bij PostNL met 72-uurs service. In dit geval is de uitspraak op bezwaar dus verzonden op 24 november
- Op dat moment is de brief namelijk aangeboden aan PostNL. Volgens de 72- uurs service is de uitspraak op bezwaar bezorgd op 26 november 2020 of 27 november
- Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, in dit geval dus de dag waarop het besluit is verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de toelichting onder rechtsoverweging 5 voldoende aangetoond dat het besluit op 24 november 2020 is verzonden, omdat het op die dag is aangeboden aan de postbezorger. Het beroep is dus te laat ingediend. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
- Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.