← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:3728

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3974 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2021 in de zaak tussen STIL Utrecht , te Utrecht , eiseres, en Immigratie- en Naturalisatiedienst, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen reactie gegeven op het beroepschrift. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op haar aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.
  3. Eiseres heeft haar verzoek ingediend op 14 juli
  4. Verweerder heeft het verzoek ontvangen op 16 juli
  5. Verweerder moet uiterlijk binnen vier weken beslissen, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek is ontvangen. Dat staat in artikel 6, eerste lid, van de Wob. Verweerder had in eerste instantie dus uiterlijk op 13 augustus 2020 moeten beslissen. Op 20 augustus 2020 is eiseres akkoord gegaan om de beslistermijn met vier weken te verlengen. Echter, omdat de verlenging van de beslistermijn niet heeft plaatsgevonden voor 13 augustus 2020, is geen sprake van een juiste verlenging van de termijn. Verweerder had dus uiterlijk op 13 augustus 2020 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 22 september 2020 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
  6. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, van de Awb).
  7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
  8. Het beroep is kennelijk gegrond.
  9. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
  10. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 354,- aan eiseres betalen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; - draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 354,- dat eiseres heeft betaald moet betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. de griffier de rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 6, tweede lid, van de Wob.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.