RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/5213 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2021 in de zaak tussen [eiser] te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. I.P.M. Boelens), en het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 23 oktober
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Eiser heeft op 25 december 2019 bezwaar gemaakt tegen de ontvangen uitkering van augustus
- Volgens verweerder kan hiertegen geen bezwaar worden gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
- De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een besluit waartegen eiser bezwaar kon maken. Volgens de wet is er sprake van een ‘besluit’ als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er door het besluit iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Dit staat in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- In dit geval is er niets veranderd in eisers rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Er is namelijk geen sprake van een wijziging in de betaling van de uitkering. De uitkering is uitbetaald met toepassing van de kostendelersnorm, zoals die al sinds september 2017 wordt toegepast.
- Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eiser bezwaar tegen kon maken, is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wat eiser heeft geschreven aan de rechtbank is geen reden om hier anders over te denken. Het besluit van verweerder is juist en het beroep is kennelijk ongegrond (artikel 8:54 Awb).
- Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De beslissing is uitgesproken op 16 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.