RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/2683 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, (gemachtigde: mr. J. Nijssen), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (Uwv), (gemachtigde: R. van den Brink). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 11 mei
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een bezwaarschrift moet in een zaak waar het gaat over de vraag of iemand (on)geschikt is om te werken worden ingediend binnen twee weken nadat het besluit is bekendgemaakt. Dit staat in artikel 75k van de Ziektewet (Zw).
- Met het besluit van 11 mei 2021 heeft verweerder beslist dat het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk is, omdat hij te laat was met het indienen van zijn bezwaarschrift en daar geen goede reden voor had. Eiser heeft in de bezwaarfase naar voren gebracht dat hij te laat was omdat hij tijdelijk zijn woning uit was tijdens de renovatie van zijn appartementencomplex en toen niet bij zijn post kon. Verweerder heeft zich in het besluit van 11 mei 2021 op het standpunt gesteld dat die omstandigheid voor risico van eiser komt.
- In beroep stelt eiser dat het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Volgens eiser had hij wel degelijk een goede reden waarom hij niet binnen de gestelde (korte) bezwaartermijn kon reageren. Hij meent dan ook dat het Uwv zijn bezwaren inhoudelijk had moeten beoordelen.
- Eiser onderbouwt dit standpunt verder niet. De rechtbank is het met verweerder eens dat de omstandigheid dat eiser tijdelijk op een ander adres verbleef en daardoor niet bij zijn post kon voor zijn risico komt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding gom de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar te achten. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om binnen de termijn van twee weken bezwaar in te dienen, of dat voor hem te laten doen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma).
- Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
- Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.