RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3336 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres (gemachtigde: G.S. Türkmen), en Belastingdienst / Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 17 juli 2020 (bestreden besluit). Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen voorschotbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2010 en 2011, waartegen hij eerder bezwaar had gemaakt. Op 25 april 2012 heeft verweerder dit bezwaar afgedaan en hierover een besluit genomen. Op 1 juli 2020 heeft eiseres opnieuw bezwaar gemaakt tegen dezelfde beschikkingen. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet mogelijk is om voor een tweede keer bezwaar te maken tegen dezelfde beschikkingen. Dit klopt. Omdat verweerder al een besluit op het eerdere bezwaar heeft genomen, kan niet opnieuw bezwaar worden gemaakt. Het bezwaar is op dit punt dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
- De rechtbank stelt vast dat in het bezwaarschrift ook een verzoek tot herziening is te lezen. Op dit verzoek heeft verweerder nog niet gereageerd. Het is aan verweerder om te beoordelen of eiseres voldoet aan de voorwaarden van herziening. Wel stelt de rechtbank vast dat één van de voorwaarden voor herziening een vijfjarentermijn is, waar eiseres niet aan lijkt te voldoen.
- De rechtbank merkt op dat het bezwaarschrift meer behelst dan alleen een bezwaar tegen de voorschotbeschikkingen over de jaren 2010 en
- Het gaat hier om een kinderopvangtoeslag die is stopgezet en/of verlaagd tussen 2005 en 2019, waarover eiseres een aantal vragen/verzoeken heeft. Zo wil eiseres (bijvoorbeeld) graag een overzicht ontvangen van betalingen over de jaren 2010 en
- De rechtbank is niet gebleken dat van de zijde van verweerder een reactie is gekomen op alle gestelde vragen/verzoeken. Dit kan alsnog door mondeling of schriftelijk contact op te nemen met de gemachtigde van eiseres. De contactgegevens van de gemachtigde bevinden zich in het dossier (A32).
- De omvang van het geschil beperkt zich tot de beoordeling van de juistheid van het besluit van17 juli 2020 tegen het licht van de beroepsgronden. Het besluit dat aan de rechtbank is voorgelegd, is correct en het beroep is daarom (kennelijk) ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
- Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Zie artikel 21 van de Awir en artikel 5a, eerste lid, onderdeel a van de Uitvoeringsregeling Awir en het Verzamelbesluit Toeslagen (Stcrt. 2020, 22720)