← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:3972

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats [geboorteplaats] Parketnummers: 16/258819-20 en 16/074222-20 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 augustus 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , gedetineerd in de P.I. Lelystad, (hierna: verdachte). 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 27 mei 2021 en 6 augustus 2021. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Melliti, advocaat te [geboorteplaats] , naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: T.a.v. 16/258819-20 in de periode van 3 december 2020 tot en met 17 februari 2021 te [geboorteplaats] , samen met anderen, heeft gehandeld in heroïne, cocaïne en MDMA; T.a.v. 16/074222-20 op 20 maart 2020 te [geboorteplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid cocaïne en heroïne. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Ten aanzien van parketnummer 16/258819-20 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit het dossier geen essentiële betrokkenheid van verdachte bij het medeplegen van de handel in harddrugs blijkt. Zo valt uit het dossier slechts af te leiden dat verdachte meermalen bij het pand aan de [adres] is gezien, maar niet dat dit op dagelijkse basis was. Ook is hij slechts twee keer gezien met een tas in zijn bezit. Daarnaast is niet duidelijk geworden of hij daadwerkelijk in de woning is geweest en zo ja, wat hij daar dan deed. Het Openbaar Ministerie heeft sterk ingezoomd op verdachte, maar uit de tapgesprekken kan worden afgeleid dat er meerdere personen zijn geweest die de woning bezochten. Uit die tapgesprekken kan echter niet worden afgeleid dat verdachte daar drugs zou afleveren, iets zou komen ophalen of anderszins werkzaam was voor degenen die zich in de woning bevonden. Ook kan uit zijn mogelijke aanwezigheid in de woningen aan de [adres] , [adres] en [adres] niet worden afgeleid dat verdachte zich daar ook actief bezighield met de handel in harddrugs. Dat verdachte contact had met de medeverdachte is bovendien onvoldoende om te concluderen dat verdachte zijn ‘rechterhand’ was. De rol van verdachte zou hoogstens als ondersteunend of faciliterend gekwalificeerd kunnen worden, maar is van onvoldoende gewicht om als medepleger gezien te worden. Ten aanzien van parketnummer 16/074222-20 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de op basis van de Opiumwet uitgevoerde fouillering onrechtmatig is geweest, nu er geen ernstige bezwaren bestonden dat verdachte een drugsdelict had gepleegd. Gelet op de ernst van het vormverzuim en het nadeel dat verdachte heeft ondergaan, dient bewijsuitsluiting te volgen, zodat verdachte wegens gebrek aan overig bewijs dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsvrouw het voorwaardelijke verzoek gedaan tot het horen van de verbalisanten als getuige over de concrete reden van het staande houden van verdachte en de daaropvolgende doorzoeking en fouillering. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen 16/258819-20 In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] staat onder meer het volgende: Op donderdag 30 januari 2020 is er (…) een onderzoek ingesteld naar een inbeslaggenomen mobiele telefoon van verdachte [A] . [A] is op 6 november 2019 in Den Haag, (…) aangehouden voor het bezit van harddrugs. Van het IMEI-nummer van de inbeslaggenomen mobiele telefoon van [A] zijn de historische gegevens opgevraagd. Dit resulteerde in twee mobiele telefoonnummers met daarin 68 contacten die naar dit nummer hadden gebeld of gebeld werden. Van deze 68 contacten konden er 24 naar een mogelijke gebruiker worden herleid. Van deze 24 mogelijke gebruikers is onderzocht of deze antecedenten hadden op het gebied van de opiumwetgeving of gelabeld staan als harddruggebruiker in de politiesystemen. Hieruit zijn vijf telefoonnummers geselecteerd. Van deze nummers zijn de gebruikersgegevens en de historische verkeersgegevens telefonie opgevraagd om zo het actuele mobiele dealernummer te achterhalen. Uit de historische verkeersgegevens bleek dat twee telefoonnummers voorkwamen in de historische gegevens van de vijf geselecteerde telefoonnummers. Hierdoor ontstond het beeld dat dit de telefoonnummers waren van de dealers. (…) Het andere telefoonnummer betrof + [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat onder meer het volgende: In de periode van dinsdag 10 maart 2020 tot en met woensdag 8 april 2020 deden wij (…) onderzoek naar de historische verkeersgegevens telefonie van het mobiele telefoonnummer * [telefoonnummer] (…). De gebruiker van het telefoonnummer wordt er van verdacht te handelen in verdovende middelen. Wij hebben de telefoonnummers, welke als tegen nummer gebruikt zijn, door het politiesysteem (…) gehaald om te kijken of de gebruikers van deze telefoonnummers in het politiesysteem bekend waren met het gebruik van drugs dan wel het ex gebruik van drugs. (…) Van de bekende telefoonnummers waren er 99 bekend met het gebruik van drugs dan wel het ex gebruik van drugs. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] staat onder meer het volgende: Op 9 december 2020 is er binnen onderzoek 31Centrale met behulp van een IMSl-catcher een scan gedraaid voor de woning aan de [adres] te [geboorteplaats] . De uitkomst van deze scan leverde een lijst op met twintig IMSl-nummers, waarvan een aantal gecombineerd met IMEI-nummers. Deze scan laat alle, op het moment van de scan actieve, door middel van een simkaart communicerende apparaten zien in en direct nabij de woning aan de [adres] te [geboorteplaats] . Uit deze scan kwam onder meer het IMSI-nummer [nummer] met bijbehorend IMEI-nummer [nummer] . Deze nummers komen overeen met de gegevens vanuit de interceptie van het nummer * [telefoonnummer] . Uit bovenstaande blijkt dus dat het nummer * [telefoonnummer] zich in of in de directe omgeving van de [adres] te [woonplaats] bevond. Datum: 05-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 1] : Hey [NNman 4] . Datum: 18-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebeld: * [telefoonnummer] (…) vraagt vervolgens of hij [NNman 4] is. Dit wordt bevestigd door [telefoonnummer] . In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende: Ik zag in het politiesysteem dat er een persoon genaamd: [NNman 4] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , volgens de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat op de [adres] te [woonplaats] . Ik zag in het politiesysteem dat tevens op dit adres stond ingeschreven de volgende persoon: [B] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] . In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] staat onder meer het volgende: Datum: 03-12-2020 Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] Inhoud SMS: Hey liefie met mij echte [bijnaam] 24/7 bereikbaar (…). Datum: 23-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] zegt dat hij al 12 jaar bij [bijnaam] komt maar dat hij niet weet wat hij nu gekregen heeft. Dat dit niet is wat hij gewend is te krijgen. Dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt in die 12 jaar. Dat hij niet meer gaat bellen. Hij denkt dat speed is omdat hij loopt te spacen en zijn hart tekeer ging en hij helemaal wouws werd. Dat hij wel weet wat coke is. Datum: 23-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] Inhoud SMS: [bijnaam] , het valt me welke x weer op dat het gewicht van je balletjes niet kloppen. In 20 zit 0,24 met plastic zonder weeg die dan 0.22 dat vind ik niet ke. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] staat onder meer het volgende: Datum: 03-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 2] vraagt of [NNman 3] naar station Lunetten wil komen. Ze wil 5x wit en 2x bruin. [NNman 3] zegt dat hij die kant op kom en dat hij er een

(1)extra bij krijg. Hij niet op moet vallen. Datum: 04-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNvrouw 1] : Kan iemand naar mij toe komen? [NNvrouw 2] : Ja, hoeveel wil je hebben [NNvrouw 2] : Oke, ik moet precies moet meenemen want t stikt van de Wouten [NNvrouw 1] : Doe maar losje (ton) 12 gram In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] staat onder meer het volgende: Datum: 03-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNvrouw 3] (…) Ze vraagt wat ze moet betalen voor 5 ballen. [NNman 3] zegt dat hij de chef even zal bellen hierover. Datum: 08-12-2020 Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] [NNman 4] zegt dat "ze" iemand aan het helpen is op Overvecht. En dan belt hij [NNvrouw 4] . [NNman 4] zegt tegen de [NNvrouw 4] dat hij niet mag geven (op de pof) van [bijnaam] en dat hij het uit zichzelf doet (vanuit m'n eigen). Datum: 15-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 5] : Ohh jij ben het… [bijnaam] ( [bijnaam] ) zelf hè? [medeverdachte] : Ja [NNman 5] : (lacht) Hee jij, heb je donker? [medeverdachte] : Ja, hoe kom jij aan mijn nummer? [NNman 5] : (…) Volgens mij eindigt die met [telefoonnummer] . Maar net heb ik ehh, [C] (…) gevraagd van heb je die nummer van [bijnaam] ( [bijnaam] ). (…) [NNman 5] : (…) toen gaf tie het aan mijn [medeverdachte] : Ok. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] staat onder meer het volgende: Op 4 december 2020 om 9.41 uur vond een gesprek plaats tussen [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . In dit gesprek oppert [telefoonnummer] dat [telefoonnummer] wat monsters bruin of wit uit gaat delen. [telefoonnummer] zegt dat hij wat monstertjes zal maken en dat [telefoonnummer] die moet rond gaan brengen om meer klanten te trekken. Op 25 december 2020 om 20.41 uur vond een gesprek plaats tussen [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . (…) [medeverdachte] Van die ehh nul komma vijf maar moet je van die maken dik heb ehhh, die ik net heb gekookt [NNman 7] : Ok [medeverdachte] : Ja die kom ik straks ophalen [NNman 7] : Hoeveel, hoeveel, [medeverdachte] : Stuk of acht. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] staat onder meer het volgende: Datum: 07-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [D] ( [D] ) bun [medeverdachte] . [D] vraagt [medeverdachte] of hij bij haar eet. [NNman 6] zegt dat hij nu niet kan langskomen. Datum: 29-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 8] : Wat is uw voorletter en achternaam? [medeverdachte] : (…) naam [medeverdachte] en [medeverdachte] is achternaam van [medeverdachte] [NNman 8] : Ok en uw geboortedatum? [medeverdachte] : Ehhh [geboortedatum] ( [geboortedatum] ) [NNman 8] : Helemaal goed. En uw postcode en huisnummer? [medeverdachte] : [adres] [woonplaats]
  1. Datum: 04-01-2021 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [medeverdachte] belt op naar de Gemeente [geboorteplaats] . Hij stelt zich voor als [medeverdachte] ( [bijnaam] ). Betreft een intake-gesprek betreffende zijn vrouw en hemzelf. (…) Nadat de vrouw van de Gemeente naar zijn geboortedatum vraagt geeft hij de datum [geboortedatum] op. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] staat onder meer het volgende: Datum: 19-01-2021 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 7] : Bijna ehh, kedoeng kedoeng (FON) [medeverdachte] : Ja ik hoor het zo. Over een uurtje kom ik ja. Datum: 19-01-2021 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [medeverdachte] : Hee wij zijn onderweg. Die " [bijnaam] " is nu pas bij mij aangekomen. [NNman 7] : Oh want ik ben kaputt. [NNman 7] : (…) nog ehh, drie kwartier. Dan dood [NNman 7] : Als je nog een uur wacht dan zijn we dood. [medeverdachte] : Nee ik ben er binnen ehh kwartiertje. Datum: 21-01-2021 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] Inhoud SMS: Ko. Byna kapot spoed Nog 4 te gaan Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] [NNman 4] : Je moet even naar de [adres] , die spullen ophalen. Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] [NNvrouw 5] bevestigt dat zij er bijna is. [NNvrouw 5] : [adres] toch? [NNman 4] (…) oke, [adres] . [NNvrouw 5] geeft aan dat zij [adres] ziet en zegt dat zij gaat parkeren en herhaalt [adres] . [NNman 4] : Hij (derde persoon) zegt parkeer verderop en hij doet in brievenbus [adres] . Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] [NNvrouw 5] : Ja, ik heb het. Die buurvrouw kwam net de deur uit. (…) Zat ze te kijken. [NNman 4] : Je deed kankerhard zegt ie [NNvrouw 5] : Kankerhard? Ja weet je waarom, die buurvrouw kwam uit de deur, d’r naast, die ziet mij toch friemelen. Beller: * [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] [NNman 4] : Verstop jij het effe voordat ze zo de politie belt dat jij hebt zitten rotzooien daar. [NNvrouw 5] : Rotzooien? Ik heb helemaal niet zitten rotzooien. Ik heb m’n hand in de brievenbus gedaan. [NNman 4] : Je zit toch in die brievenbus te rotzooien, misschien denkt ze dat je wat gedaan heb of wat. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] staat onder meer het volgende: Aan de hand van gegevens, verkregen uit geïntercepteerde gesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer] en een technisch hulpmiddel zijn de camerabeelden uitgekeken die zijn gemaakt in het portiek en de lift van een flatgebouw aan de [adres] te [geboorteplaats] . Op vrijdag 18 december 2020 om 14:58 uur komt [verdachte] het pand binnen en neemt de lift naar de derde etage. Om 15:06 uur vertrekt hij weer. Op zaterdag 19 december 2020 om 14:36 uur komt [verdachte] het pand binnen met een tas. Op de derde etage stapt hij uit de lift. Om 15:05 uur verlaat hij het pand zonder tas. Op zondag 20 december 2020 om 00:19 uur komt [verdachte] het pand binnen en neemt de lift naar de derde etage. Om 00:26 uur vertrekt hij weer. Op zondag 20 december 2020 om 01:12 uur komt [medeverdachte] het pand binnen. Op de derde etage stapt hij uit de lift. Om 02:19 uur vertrekt hij weer. Op dinsdag 22 december 2020 om 23:40 uur komt [verdachte] het pand binnen. Op de derde etage stapt hij uit de lift. Om 23:54 uur vertrekt hij weer. Op woensdag 6 januari 2021 om 20:59 uur komt [verdachte] het pand binnen. Op de derde etage stapt hij uit de lift. Om 22:15 uur vertrekt hij weer. Op donderdag 10 januari 2021 om 04:28 uur komen [medeverdachte] en [verdachte] het pand binnen. Om 06:15 uur vertrekken ze weer zonder de lift te gebruiken. Op zaterdag 12 januari 2021 om 00:23 uur komt [medeverdachte] het pand binnen in gezelschap van een onbekende man. Op de derde etage gaat [medeverdachte] een woning binnen met huisnummer [adres] . Om 00:27 uur vertrekt [medeverdachte] weer. Op vrijdag 22 januari 2021 om 01:42 uur komt [medeverdachte] het pand binnen. Op de derde etage stapt hij uit de lift en is te zien dat de voordeur van [adres] wordt geopend. Om 01:54 uur vertrekt hij weer. Op vrijdag 22 januari 2021 om 19:26 uur komt [verdachte] het pand binnen met een witte tas. Op de derde etage stapt hij uit de lift. Om 19:48 uur vertrekt hij weer zonder tas. Op vrijdag 22 januari 2021 om 20:56 uur komt [verdachte] het pand binnen zonder tas. Om 21:09 uur verlaat hij het pand met in zijn hand een tas. Op zaterdag 23 januari 2021 om 00:03 uur komen [medeverdachte] en [verdachte] samen het pand binnen en nemen de lift naar de derde etage. Om 00:49 uur vertrekken beiden. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 19] staat onder meer het volgende: Op maandag 7 december 2020 kreeg ik beelden/ print screens onder ogen van de portiek van de [adres] 10-
  2. Op deze print screen is te zien dat op vrijdag 4 december 2020 te 22.28:19 uur een manspersoon de portiek binnen komt gelopen. Ik zag dat de manspersoon was gekleed in een blauwe jas zwarte trui met witte letter CALVIN KLEIN donkere spijkerbroek witte schoenen Ik herken deze man voor 100% als de mij ambtshalve bekende dealer in harddrugs: Naam: [verdachte] Voornaam: [verdachte] Geboren: [geboortedatum] te [geboorteplaats] Ik heb [verdachte] als hulpofficier van justitie op vrijdag 20 maart 2020 voorgeleid. Ik herken [verdachte] aan zijn [bouw] en [bouw] . In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] staat onder meer het volgende: Ik bekeek vervolgens 6 afbeeldingen waarop één en de zelfde persoon steeds was te zien. Ik ken de persoon, afgebeeld op de zes foto's, vanuit mijn werkzaamheden binnen het basisteam Utrecht Zuid. Ik ben sinds 2012 werkzaam als wijkagent binnen dit basisteam. Tevens ben ik meerdere jaren werkzaam geweest als wijkagent in de wijk [woonplaats] . Dit is tevens de wijk waarin de persoon, welke op de getoonde foto's te zien is, woonachtig is. Tijdens mijn dagelijkse werkzaamheden heb ik veelvuldig contact gehad met hem. De volledige personalia van de persoon welke ik op de afbeeldingen herkende betreffen: [medeverdachte] Geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] Wonende [adres] te [geboorteplaats] Ik herkende [medeverdachte] onmiddellijk toen ik de afbeeldingen zag. Op fotobijlagen is de datum 2020-12-20 te zien. In het proces-verbaal van observatie van verbalisanten E180, E139, E153, E155, E161, E165, E176, E178, E191, E198 en E199 staat onder meer het volgende: Wij hebben op vrijdag 22 januari 2021, tussen 18.30 uur en zaterdag 23 januari 2021 01.30 uur geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht: 19.27 uur Ik zag dat de Skoda [kenteken] voor het portiek van de [adres] te [geboorteplaats] stilstond. (…) Ik zag dat [verdachte] (…) het portiek [adres] binnenliep. 19.48 uur Wij zagen dat [verdachte] het portiek van de [adres] te [geboorteplaats] uitliep (…). Wij E161 en E165 herkenden subject [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] aan de hand van: een door het tactisch team ter beschikking gestelde foto. Wij E161 en 165 herkenden subject [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] aan de hand van: een door het tactisch team ter beschikking gestelde foto. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] staat onder meer het volgende: Op 23 januari 2021 om 01.02 uur vindt een gesprek plaats tussen * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] (...). Nummer [telefoonnummer] zegt dat hij de telefoon heeft meegenomen omdat die mongolen in slaap zijn gevallen. Verder zegt hij dat Nieuwegein, die [C] , nu staat te wachten, maar dat hij die wel rijdt. (...) Uit bovenstaand gesprek kan worden opgemaakt dat [medeverdachte] , herkend aan zijn stem, zegt dat hij de telefoon heeft meegenomen, waarmee hij zeer vermoedelijk doelt op de * [telefoonnummer] . Op 23 januari 2021 om 01.08 uur vond een gesprek plaats tussen * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . (...) [telefoonnummer] : Yo [E] [telefoonnummer] : Hé jonqen [telefoonnummer] : Hé man [telefoonnummer] : Hé spreek ik met de baas zelf jonqen? [telefoonnummer] : Ja, jochie met de baas zelf jongen (...) In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] staat onder meer het volgende: Datum: 18-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 4] : [bijnaam] [verdachte] : Yo! [NNman 4] : Yo! [verdachte] : Hee maak eens vijf keer nul komma vijf voor die andere [NNman 4] : Ja komt goed. Datum: 31-12-2020 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] [NNman 4] : Ja [bijnaam] (…). [verdachte] : Geef hem zo veertig puur mee ja? [NNman 4] : Hoeveel? [verdachte] : Veertig. (…). [NNman 4] : Nee maar hij heeft ook andere dingen besteld. [verdachte] : Wat heeft ie besteld dan? [NNman 4] : Ja pillen. (…). [NNman 4] : Wat kom je doen dan? Die dingen mot ik toch [bijnaam] brengen? [verdachte] : Ja die moet je naar [bijnaam] brengen. Hij heeft ook nodig. Datum 22-01-2021 19:26:15 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: * [telefoonnummer] Samenvatting: Maak boven deur open, boven zegt [verdachte] . Kom eraan, kom eraan zegt [NNman 4] . In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] staat onder meer het volgende: Op woensdag 17 februari 2021 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden van een woning aan de Rijnenburglaan 2 te [geboorteplaats] . In deze woning werd aangehouden: [verdachte] . In de woning werd onder andere een iPhone 8 in beslag genomen onder Spoor Identificatie nummer AANZ7003NL. In de telefoon werd een simkaart aangetroffen met IMSI nummer [nummer] . Het telefoonnummer dat hier aan gekoppeld is betreft [telefoonnummer] . Getuige [getuige] heeft onder meer het volgende verklaard: V: Uit onderzoek is gebleken dat er 92x contact is geweest met uw telefoonnummer naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . Wat kunt u daarover verklaren? A: Een vriendinnetje van mij (…) die gebruikt rommel, wat ze rookt. Dit is wit poeder. Zij bestelt wel eens via mij. Ik heb ook wel eens voor haar besteld. Het telefoonnummer staat in mijn telefoon onder de naam [bijnaam] . V: Wat bestelde u bij dat telefoonnummer? A: Ik bestelde voor 50 euro. Dan werd er wit poeder gebracht. V: Over wat voor periode heeft u daar besteld? A: Voor het eerst een maand of 3, 4 geleden. Voor de laatste keer was denk ik ongeveer 3 a 4 weken geleden. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 11] staat onder meer het volgende: Op donderdag 8 april 2021 omstreeks 11:00 uur heb ik (…) gesproken met [F] . Ze gaf in het gesprek het volgende aan: - Dat we de leider al hadden gepakt. - Dat ze "die [bijnaam] ' wel eens benaderde voor pillen - Dat ze via het nummer * [telefoonnummer] drugs besteld. - Dat er steeds andere personen de drugs kwamen brengen. - Dat ze cocaïne besteld. Tussenconclusie Gezien het voorgaande stelt de rechtbank vast dat nummer * [telefoonnummer] een drugsbestellijn betreft onder de naam ‘ [bijnaam] ’. De drugslijn is 24 uur, 7 dagen per week actief. Inkomende gesprekken worden onder andere beantwoord door [NNman 4] , woonachtig aan de [adres] in [geboorteplaats] . Het nummer is op die locatie ook actief. Via de drugsbestellijn wordt in cocaïne en heroïne gehandeld; van het bereiden en bewerken daarvan, tot en met de verkoop, waaronder het aansturen van koeriers. [NNman 4] maakt daarnaast gebruik van het nummer * [telefoonnummer] . Op dat nummer onderhoudt hij contact met nummer * [telefoonnummer] . De gebruiker van laatstgenoemd nummer duidt hij in een gesprek met een afnemer aan als ‘ [bijnaam] ’. Uit het voorgaande stelt de rechtbank vast dat degene die leiding geeft aan (de organisatie achter) de drugsbestellijn niet degene is die hoofdzakelijk de inkomende gesprekken op nummer * [telefoonnummer] beantwoordt, maar iemand die zich eveneens bedient van de naam ‘ [bijnaam] ’. De drugsbestellijn draagt zijn naam. ‘ [bijnaam] ’ maakt hoofdzakelijk gebruik van het nummer * [telefoonnummer] . Uit onder andere gesprekken gevoerd met ING Bank en de gemeente is op te maken dat de gebruiker van nummer * [telefoonnummer] medeverdachte [medeverdachte] betreft. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] staat onder meer het volgende: Op dinsdag 19 januari 2021 om 19:53 uur komt [verdachte] [medeverdachte [verdachte] , rechtbank] het pand binnen en neemt de lift naar de derde etage. Om 19:56 uur vertrekt hij weer. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 13] staat onder meer het volgende: Op dinsdag 16 februari 2021, omstreeks 14.19 uur, is er in verband met het onderzoek een cameraopstelling geplaatst op de [adres] te [geboorteplaats] . De cameraopstelling was zo geplaatst dat deze met de eerste camera zicht had op de voordeur van de woning [adres] (…). 16 februari 2021 16:07:23 uur Ik zie dat er een auto, gelijkend op die van de verdachte, vanuit de richting van de Reggestraat over de [adres] richting de [adres] het beeld in komt rijden. 16 februari 2021 16:07:27 uur Ik zie vervolgens dat het voertuig is voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit is het voertuig waar een baken onder is geplaatst en op naam staat van [verdachte] . Ik zie dat dit voertuig vervolgens stopt en parkeert op het trottoir tegenover woning nummer [adres] . 16 februari 2021 16:11:00 uur Vervolgens is te zien dat de persoon die uitstapt om het voertuig heen loopt en de straat oversteekt richting [adres] . Ik herken deze persoon als [verdachte] . 16 februari 2021 16:11:09 uur Vervolgens is te zien dat [verdachte] naar de voordeur van de woning loopt en daar zelf met een sleutel de voordeur opent. [verdachte] kan kennelijk beschikken over een sleutel van de woning aan de [adres] te [geboorteplaats] . 16 februari 2021 16:11:15 uur Vervolgens is te zien dat [verdachte] de woning binnen gaat. 16 februari 2021 16:14:57 uur Te zien is dat [verdachte] de woning aan de [adres] weer uit komt. 16 februari 2021 16:14: [adres] uur Er is te zien dat hij zelf de deur achter zich dicht trekt. 16 februari 2021 16:31:26 uur Er is te zien dat er een man de woning uit komt lopen. Ik herken deze man als [medeverdachte] . 16 februari 2021 16:31:34 uur Te zien is dat [medeverdachte] en [verdachte] samen vertrekken in de Skoda Fabia met kenteken [kenteken] . 16 februari 2021 18:58:14 uur Te zien is dat de Skoda Fabia (…) parkeert aan de overzijde van woning nummer [adres] . 16 februari 2021 18:58:26 uur Te zien is dat [verdachte] aan de bestuurderszijde uitstapt en richting de woning nummer [adres] loopt. 16 februari 2021 18:58:35 uur Te zien is dat [medeverdachte] aan de bijrijderszijde uitstapt en (…) richting de woning nummer [adres] loopt. 16 februari 2021 18:58:44 uur Te zien is dat beide mannen naar de woning zijn gelopen en dat [verdachte] opnieuw zelf de deur opent. 16 februari 2021 18:58:48 uur Vervolgens is te zien dat beide mannen de woning binnen gaan. 16 februari 2021 19:13:00 uur Vervolgens is te zien dat [verdachte] de woning weer binnen gaat met de huissleutel. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] staat onder meer het volgende: Datum: 08-01-2021 Beller: [telefoonnummer] Gebelde: [telefoonnummer] NN: met wie praten, [bijnaam] H: Nee [bijnaam] NN: ooh [bijnaam] van [medeverdachte] oke is goed H: [bijnaam] van [medeverdachte] . Datum: 04-02-2021 [NNvrouw 6] zegt Met [G] wat kan ik voor je doen. NNm [telefoonnummer] zegt Goedemorgen met [verdachte] . Ik had een vraagje over een woning op woningnet.nl. Ik sta daar om nummer 1 maar ik heb geen uitnodiging gekregen. (...) [NNvrouw 6] zegt Dan moet ik heel even kijken wie daar de verhuur consulent van is. Wat is u naam meneer? NNm [telefoonnummer] zegt [verdachte] (...). Tussenconclusie Uit het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte [verdachte] de bijnaam ‘ [bijnaam] ’ heeft en werkzaamheden verricht voor de drugsbestellijn. Zo geeft hij maakopdrachten aan de drugsbestellijn en wordt hem andersom ook verzocht om drugs aan ‘ [bijnaam] ’ te brengen. Verdachte [verdachte] bezoekt ook het pand aan de [adres] , de locatie van waaruit de drugsbestellijn opereert. [verdachte] maakt gebruikt van de nummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . In de hiërarchie staat verdachte [verdachte] onder medeverdachte [medeverdachte] . Dat volgt onder andere uit het tapgesprek waarin medeverdachte [verdachte] zich nader duidt als: “ [bijnaam] van [medeverdachte] ”. In het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 14] staat onder meer het volgende: Op woensdag 17 februari omstreeks 06:55 uur werd door opsporingsambtenaren de woning op de Van [adres] te [geboorteplaats] betreden. Hierbij werd op 06:57 uur de verdachte: [medeverdachte] , [geboortedatum] te [geboorteplaats] , aangehouden. Verdachte was op het moment van zijn aanhouding op de 1e verdieping (…). De [H] lagen op het moment van binnentreden te slapen op de bank van de woonkamer, alsmede op een matras welke in de woonkamer lag. Door (zowel) [H] als [H] werd verklaard dat hun "vriend" af en toe gebruik maakt van de woning. Dit zou zijn begonnen in januari 2021, maar niet elke dag. Alles bij elkaar zou deze "vriend" ongeveer 1 a 2 weken bij hen hebben geslapen. Zelf slapen zij in de woonkamer en maakt de "vriend" gebruik van de slaapkamer boven. Hierbij werden de volgende telefoons veiliggesteld en inbeslaggenomen: 1e verdieping, 1e slaapkamer, bed; Samsung AANW6432NL. Op de 1e verdieping bleek alleen de 1e slaapkamer in gebruik te zijn. Op deze kamer lag verdachte [medeverdachte] te slapen. Op de kamer werden de volgende goederen inbeslaggenomen: In een tas werden 5 mobiele telefoons aangetroffen, die waren gewikkeld in seal plastic, (…). Voorts werden er 2 horloges aangetroffen en inbeslaggenomen. In de inbouwkast werden de volgende goederen aangetroffen, inbeslaggenomen en voorzien van (…) (SIN-nummers): In een big shopper tas van de Zeeman een geldtelmachine. Een plastic tas van Lemonshop met daarin een hoeveelheid muntgeld. Een plastic tas van Lemonshop met daarin een Albert Heijn tas met daarin een hoeveelheid muntgeld. Een blauwe tas, met daarin een (grote) hoeveelheid muntgeld. Een bundel met briefgeld. Een licht blauwe rugzak met daarin verschillende brokken/blokken met verdovende middelen. De inhoud van de rugzak werd (…) ter plaatse individueel veiliggesteld, getest op de aanwezigheid van verdovende middelen en bruto gewogen. SIN-nummer AANW6472NL. Een half blok geperst wit poeder, verpakt in huishoudplastic. Een afgenomen monster uit het blok testte positief op de aanwezigheid van cocaïne en had een bruto gewicht van 234 gram. SIN-nummer AANW6435NL. Twee individuele verpakte hoeveelheden "bruin" poeder in een gripzakje van het merk Kruidvat. Het gezamenlijke bruto gewicht van de twee eenheden betrof 38 gram en testte positief op de aanwezigheid van heroïne. SIN-nummer AANW6471NL. Een boterhammenzakje gevuld met donker bruin poeder. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof 297 gram en testte positief op een mengsel van cafeïne en paracetamol. Dit betreffen bekende versnijdingsmiddelen van heroïne. Een blauwe sporttas met daarin goederen en verdovende middelen. De inhoud van de sporttas werd (…) ter plaatse individueel veiliggesteld, getest op de aanwezigheid van verdovende middelen en bruto gewogen. SIN-nummer AANW6436NL. 5 gripzakjes met daarin bundels met zogenaamde ponypacks. De ponypacks bleken gevuld met een wit poeder. Na telling bleek het te gaan om 263 gevulde ponypacks. Het poeder in de ponypacks testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. SIN-nummer AANW6437NL. Een brok bruine substantie, gewikkeld in huishoudfolie. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof 500 gram en testte positief op de aanwezigheid van MDMA. Goednummer:
  3. Een plastic tas van de supermarkt "Plus" met daarin meer dan 1500 voor gevouwen lege ponypack, klaar om gevuld te worden. Een ijsbak met daarin verschillende verdovende middelen. SIN-nummer AANW6469NL. 14 gripzakjes met daarin 183 gripzakjes voorzien van 5 bruine pillen (totaal 915 pillen). De pillen testten positief op de aanwezigheid van MDMA. SIN-nummer AANW6468NL. 2 gripzakjes met daarin 22 gripzakjes voorzien van 5 roze pillen (totaal 110 pillen). De pillen testten positief op de aanwezigheid van MDMA. SIN-nummer AANW6467NL. Een sealzakje met daarin 30 gevulde ponypacks. Het poeder in de ponypacks testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. In de keuken van de woning werd, in een bovenkastje, een bruin plastic saté bakje aangetroffen. In het saté bakje zaten diverse verdovende middelen, alsmede verpakkingsmaterialen. AANW6443NL. 18 individuele verpakte sealzakjes met daarin "bruine" kristallen. De inhoud testte positief op de aanwezigheid van Ketamine. AANW6444NL. 14 individuele verpakte sealzakjes met daarin wit poeder. De inhoud testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. AANW6445NL. 5 sealzakje met daarin 5 bruine pillen (25 stuks). De inhoud testte positief op de aanwezigheid van MDMA. AANW6446NL. 1 sealzakje met daarin 5 roze pillen. De inhoud testte positief op de aanwezigheid van MDMA. AANW6447NL. 39 individuele ponypack met daarin een wit poeder. De inhoud testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. In het gasfornuis werd de onder klep geopend. Aldaar was zichtbaar dat er een vuurwapen lag, een zwarte etui van BMW, een blauw zakje met patronen en een zakje met bruinpoeder. In de zwarte etui van BMW zaten 4 mobiele telefoons. AANP1424NL. Een vuurwapen van het merk Smith & Wesson AANP1422NL. 5 patronen .38, passend bij het vuurwapen AANP1423NL. Blauw plastic zakje waarin de patronen zaten AANW6442NL. Een plastic zakje met daarin bruin poeder. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof 154,7 gram en testte positief op de aanwezigheid van heroïne. Aan de deur van de trap hingen twee zwarte jassen. In een jaszak van één van de jassen werd een hoeveelheid kleingeld aangetroffen, het rijbewijs van verdachte [medeverdachte] , 5 plastic bolletjes met wit poeder en twee bosjes met sleutels. AANW6448NL. 5 plastic bolletjes met daarin wit poeder. De inhoud van de witte bolletjes testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. AANW6460NL 34,90 euro aan losgeld. In het televisiemeubel stond een bruine doos met daarin de volgende goederen: SIN-nummer AANW6464NL. Een blauw plastic zakje met daarin wit poeder. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof 3,2 gram en testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. SIN-nummer AANW6463NL. Een wit plastic zakje met daarin wit poeder. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof 26,1 gram en testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. Naast de bank in de woonkamer, werd een rode plastic tas aangetroffen. Bij het openen van de plastic tas bleken daar witte blokken in te zitten van geperst wit poeder. Elk blok was voorzien van een papier met daarop "BMW". SIN-nummer AANW6462NL. Door de opsporingsambtenaar van de forensische opsporing werd een monster vanuit één van de geperste blokken genomen. Het gezamenlijke bruto gewicht betrof meer dan 3000 gram en testte positief op de aanwezigheid van cocaïne. In de achtertuin werd de schuur geopend. Aldaar werd een blokkenpers aangetroffen. Door de opsporingsambtenaar van de forensische opsporing werd het oppervlakte van de blokkenpers bemonsterd op de aanwezigheid van sporen van cocaïne. Hierbij wees de bemonstering uit dat dergelijke cocaïnesporen aanwezig waren op de blokkenpers. Al het muntgeld in de woning had een waarde van: 2572.40 euro. Al het briefgeld in de woning had een waarde van: 25.500 euro. In het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 14] staat onder meer het volgende: In de woning op de [adres] te [geboorteplaats] werden verschillende verdovende middelen aangetroffen. 6 blokken van 500 gram heroïne (SINAANW6473NL) In het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisant [verbalisant 15] en [verbalisant 16] staat onder meer het volgende: SIN: AANW6446NL Relatie met SIN: AANK1621NL Gewicht netto: 2,49 gram. SIN: AANW6472NL Relatie met SIN: AANK1698NL Gewicht netto: 221,34 gram. SIN:AANW6448NL Relatie met SIN: AANK1623NL. Gewicht netto: 2,32 gram. SIN:AANW6467NL Relatie met SIN: AANK1617NL Gewicht netto: 12,70 gram. SIN: AANW6447NL Relatie met SIN: AANK1622NL Gewicht netto: 19,76 gram. SIN: AANW6445NL Relatie met SIN: AANK1620NL Gewicht netto: 12,33 gram. SIN: AANW6436NL Relatie met SIN: AANK1696NL Gewicht netto: 156,31 gram. SIN: AANW6468NL Relatie met SIN: AANK1616NL Gewicht netto: 59 ,20 gram. SIN: AANW6437NL Relatie met SIN: AANK1635NL Gewicht netto: 488,16 gram. SIN: AANW6442NL Relatie met SIN: AANK1618NL Gewicht netto: 149,02 gram. SIN: AANW6462NL Relatie met SIN: AANK1626NL Gewicht 2962,8 gram. SIN: AANW6463NL Relatie met SIN: AANK1625NL Gewicht netto: 27,97 gram. SIN: AANW6469NL Relatie met SIN: AANK1615NL Gewicht netto: 453,54 gram. SIN: AANW6435NL Relatie met SIN: AANK1697NL Gewicht netto: 34,5 gram. SIN: AANW6473NL Relatie met SIN: AANK1705NL Gewicht netto: 2963,1 gram. SIN: AANW6464NL Relatie met SIN: AANK1607NL Gewicht netto: 2,39 gram. In meerdere NFI-rapporten staat onder meer het volgende: AANK1616NL tablet, roze, uit 59 ,20 gram (…) bevat MDMA. AANK1635NL poeder, brokjes en kristallen, beige, uit 488,16 gram (…) bevat MDMA. AANK1618NL poeder en brokjes, bruin, uit 149,02 gram (…) bevat heroïne. AANK1626NL brokken, wit, uit 2962,8 gram (…) bevat cocaïne. AANK1625NL poeder en brokjes, wit, uit 27,97 gram (…) bevat cocaïne. AANK1698NL poeder en brokjes, wit, uit 221,34 gram (…) bevat cocaïne. AANK1615NL tablet, licht bruin, uit 453,54 gram (…) bevat MDMA. AANK1697NL poeder, bruin, uit 34,5 gram (…) bevat heroïne. AANK1705NL poeder, bruin, uit 2963,1 gram (…) bevat heroïne. AANK1607NL poeder, wit, uit 2,39 gram (…) bevat cocaïne. AANK1621NL tablet, roze, uit 2,49 gram (…) bevat MDMA. AANK1623NL poeder en brokjes, wit, uit 2,32 gram (…) bevat cocaïne. AANK1617NL poeder, wit, uit 12,70 gram (…) bevat cocaïne. AANK1622NL poeder en brokjes, wit, uit 19,76 gram (…) bevat cocaïne. AANK1620NL tablet, bruin, uit 12,33 gram (…) bevat MDMA. AANK1696NL poeder en brokjes, wit, uit 156,31 gram (…) bevat cocaïne. Tussenconclusie Uit het voorgaande stelt de rechtbank vast dat zodra de bodem van de voorraad in zicht komt, vanuit nummer * [telefoonnummer] – de drugsbestellijn – contact wordt opgenomen met medeverdachte [medeverdachte] . Voor dat oordeel zijn de bevindingen van 19 en 21 januari 2021 redengevend. Op 19 januari 2021 is het zo dat verdachte, nadat medeverdachte [medeverdachte] meerdere malen over de opdrogende voorraad is bericht, aangestuurd door medeverdachte [medeverdachte] een kort bezoek brengt aan de [adres] . Op een ander moment, als medeverdachte [medeverdachte] in de vroege ochtend van 21 januari 2021 een hem toegezonden bericht niet gelijk beantwoordt, neemt [NNman 4] ook rechtstreeks contact op met verdachte. Als beiden dan vervolgens niet direct reageren, stuurt medeverdachte [NNman 4] een vrouw naar het adres [adres] om “spullen op te halen”. De rechtbank leidt daaruit af, ook gelet op hetgeen op dit adres is aangetroffen, dat daarmee drugs wordt bedoeld. 16/074222-20 In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 17] staat onder meer het volgende: Ik zag dat de persoon met zijn armen bewegingen maakte in de middenconsole van zijn voertuig. In combinatie met zijn rijgedrag deed het mij denken alsof hij daar mogelijk goederen probeerde weg te stoppen. (…). Toen ik achter het voertuig langs liep, zag ik door het achterraam dat de bestuurder zijn armen bewoog in de omgeving van zijn middel. In combinatie met mijn eerder gedane constateringen en vermoedens had ik ook nu het vermoeden dat de bestuurder mogelijk goederen probeerde weg te stoppen. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 18] staat onder meer het volgende: Ik was in uniform gekleed en reed in een opvallend dienstvoertuig. (…). Op vrijdag 20 maart 2020 bevond ik mij omstreeks 16:00 uur op de [adres] . Op dat moment zag ik dat een witte Volkswagen Polo, welke voorzien was van het kenteken [kenteken] , ons met hoge snelheid passeerde over het [adres] . (…). Ik herkende direct en voor 100 procent de voor mij ambtshalve bekende bestuurder als zijnde: Voornaam: [verdachte] Achternaam: [verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum] Geboorteplaats: [geboorteplaats] Mij is ambtshalve bekend dat [verdachte] zich bezig houd met de handel in verdovende middelen en dat hij hier eerder voor is veroordeeld. Ik zag dat [verdachte] alleen in genoemde Volkswagen Polo zat en dat hij mij aan keek op het moment dat hij ons passeerde. Hierop ben ik achter [verdachte] aangereden en zag ik dat hij rechts af de [adres] op reed om vervolgens gelijk weer rechts af het [adres] op te rijden. In deze bocht zag ik dat de ruit van het rechter voor portier open stond. Tijdens het rijden zag ik dat [verdachte] druk bezig was met het midden console, alsof hij daar spullen pakte of wegstopte. Vervolgens zag ik dat [verdachte] tijdens het rijden onrustig heen en weer bewoog op zijn stoel, alsof hij spullen aan het weg maken was. Hierop gaven wij een stopteken middels het politie transparant aan de voorzijde van ons voertuig. Ik zag dat [verdachte] hier gelijk gehoor aan gaf en zijn voertuig tot stilstand bracht op de kruising [adres] - [adres] . (…). Ik zag dat [verdachte] uitstapte en richting zijn de achterklep van de zijn auto liep. Op dat moment zag ik dat [verdachte] een strakke trainingsbroek droeg en dat hij bij zijn rechter lies een aantal scherpe bobbels had zitten. (…). Op dat moment zag ik eerder genoemde bobbels in zijn lies. Ik zag dat deze bobbels niet met zijn lichaam mee bewogen, alsof er iets onder zijn kleding verstopt was. OPIUM FOUILLERING - dat [verdachte] antecedenten heeft in de handel in verdovende middelen - dat [verdachte] tijdens het rijden kort voor de staande houding goederen leek weg te stoppen - dat [verdachte] tijdens de staande houding goederen in zijn lies leek te hebben verstopt Gaf mij voldoende ernstige bezwaren om [verdachte] te onderwerpen aan een onderzoek aan de kleding op grond van artikel 9 lid 2 van de Opiumwet. (…). Verder voelde ik dat [verdachte] in zijn rechter lies iets had zitten. Hierop vroeg ik hem om dit uit zijn broek te halen. Ik zag dat [verdachte] hier gehoor aan gaf en hij een zwarte etui uit zijn lies haalde en op het dak van zijn auto legde. Ik zag dat deze etui bol stond en een klein beetje open stond. In de etui zag ik een witte ponypack zitten. (…). Na de aanhouding (…) werd [verdachte] op de cellengang onderworpen aan een insluitingsfouillering voordat hij werd ingesloten. Met toestemming van hulp officier van justitie [verbalisant 19] lieten wij [verdachte] zijn broek zakken. Op dat moment zag ik dat er een tweede zwarte etui uit zijn onder broek viel. (…). Nadat [verdachte] afstand had gedaan van de etui's deed ik onderzoek naar de inhoud hiervan. Uit dit onderzoek bleek de inhoud van deze etui’s als volgt: - Grote etui die tijdens de staande houding werd aangetroffen: 44 kleine pony packs, 13 grote pony packs - Kleine etui etui die tijdens de insluiting werd aangetroffen: 76 kleine witte bolletjes, 4 kleine bruine bolletjes, 1 grote bruine bol, 1 grote witte bol. In een kennisgeving van inbeslagneming staat onder meer het volgende: Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Goednummer: PL0900-2020083903-2603423 Goednummer: PL0900-2020083903-2603425 Goednummer: PL0900-2020083903-2603426 Goednummer: PL0900-2020083903-
  4. In een kennisgeving van inbeslagneming staat onder meer het volgende: Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] . Goednummer: PL0900-2020083903-2603430 Goednummer: PL0900-2020083903-
  5. In het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisant [verbalisant 20] staat onder meer het volgende: Goednummer: PL0900-2020083903-2603423 Relatie met SIN: AANO5906NL, AANO5907NL Gewicht netto: 12,41 gram. Goednummer: PL0900-2020083903-2603427 Relatie met SIN: AANO5909NL Gewicht netto: 2,03 gram. Goednummer: PL0900-2020083903-2603431 Relatie met SIN: AANO5911NL Gewicht netto: 8,85 gram. Goednummer: PL0900-2020083903-2603430 Relatie met SIN: AANO5912NL Gewicht netto: 14,43 gram. Goednummer: PL0900-2020083903-2603425 Relatie met SIN: AANO5910NL Gewicht netto: 0,60 gram. Goednummer: PL0900-2020083903-2603426 Relatie met SIN: AANO5908NL Gewicht netto: 2,81 gram. In meerdere NFI-rapporten staat onder meer het volgende: AANO5912NL poeder, wit, uit 14,43 gram bevat cocaïne. AANO5911NL poeder, wit, uit 8,85 gram bevat cocaïne. AANO5909NL brokjes, wit, uit 2,03 gram bevat cocaïne. AANO5907NL poeder en brokjes, wit, uit 12,41 gram bevat cocaïne. AANO5906NL poeder en brokjes, bruin, uit 0,15 gram bevat heroïne. AANO5908NL poeder en brokjes, bruin, uit 2,81 gram bevat heroïne. AANO5910NL poeder en brokjes, bruin, uit 0,60 gram bevat heroïne. Bewijsoverwegingen 16/258819-20 De rechtbank stelt op basis van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte in de periode van 3 december 2020 tot en met 17 februari 2021 te [geboorteplaats] , samen met anderen meerdere keren verdovende middelen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. Uit de tapgesprekken is gebleken dat de gebruiker(s) van telefoonnummer * [telefoonnummer] met tegencontacten spraken over de verkoop van heroïne en cocaïne en zich daarbij bezighielden met de gehele keten, vanaf het prepareren tot en met het moment van afleveren. De medeverdachte, [medeverdachte] , die in een gesprek aan een derde bevestigt dat hij de persoon achter de bijnaam [bijnaam] / [bijnaam] is, heeft in gesprekken met telefoonnummer * [telefoonnummer] een sterke leidinggevende rol ten aanzien van de handel in verdovende middelen. Zo moet er aan [bijnaam] / [bijnaam] voor verschillende zaken toestemming worden gevraagd en speelt [medeverdachte] een belangrijke rol bij het aanvullen van de handelsvoorraad zodra deze op dreigt te raken. Ook neemt hij met zijn eigen telefoon regelmatig contact op zodat er gebruikershoeveelheden voor hem worden klaargemaakt die hij later komt ophalen. Deze rol van de medeverdachte wordt bevestigd door meerdere getuigen die verklaren dat zij drugs kochten bij [bijnaam] via voornoemd telefoonnummer en het aantreffen van grote hoeveelheden cocaïne, heroïne en MDMA, alsmede goederen die gerelateerd zijn aan het verhandelen van harddrugs, op het verblijfsadres van de medeverdachte in zowel de periode voorafgaand aan als op het moment dat de medeverdachte wordt aangehouden. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, welke samenwerking in de onderhavige zaak moet zijn gericht op het handelen in verdovende middelen. De rol van verdachte is in het hiervoor omschreven geheel te duiden als een rol die ten eerste inhoudt dat hij de gebruiker(s) van telefoonnummer * [telefoonnummer] , al dan niet in versluierde taal, instrueerde om gebruikershoeveelheden harddrugs te prepareren en daar ook zelfstandig in handelde. Dat blijkt onder andere uit de tapgesprekken, de inhoud van zijn telefoon en verklaringen van de getuigen. Daarnaast is gebleken dat verdachte in de ten laste gelegde pleegperiode regelmatig een bezoek bracht aan het pand en de verdieping waar medeverdachte [NNman 4] woonachtig was en zich bezighield met de handel in harddrugs. Verdachte werd bij de bezoeken soms ook vergezeld door medeverdachte [medeverdachte] die de leiding over de handel in handen had. Ten slotte is gebleken dat verdachte toegang had tot de woning op de [adres] te [geboorteplaats] , waar op 17 februari 2021 een grote hoeveelheid harddrugs van ruim 7 kilogram, contant geld en drugsgerelateerde goederen werden aangetroffen. Uit deze feiten – in onderling verband en samenhang bezien – leidt de rechtbank af dat sprake is geweest van een zeer gestructureerde praktijk waarbinnen een duidelijke taakverdeling bestond. Daarbij deden de taken van verdachte allerminst onder voor die van de medeverdachten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de materiële en intellectuele bijdrage van verdachte aan het strafbare feit van meer dan voldoende gewicht is om te kunnen spreken van een voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten bij het begaan van dit strafbare feit. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. 16/074222-20 De rechtbank stelt op basis van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte op 20 maart 2020 een hoeveelheid van ruim 40 gram aan cocaïne en heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. Met betrekking tot het door de verdediging gevoerde verweer ten aanzien van de rechtmatigheid van de fouillering van verdachte en het voorwaardelijk verzoek tot het horen van de verbalisanten, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de processen-verbaal van bevindingen blijkt dat verdachte het dienstvoertuig met hoge snelheid passeerde, waarna de verbalisanten achter hem aan reden. Daarna zagen zij dat verdachte druk bezig was met het middenconsole, alsof hij spullen pakte of wegstopte en tegelijkertijd onrustig heen en weer bewoog op zijn stoel. Ook nadat het voertuig tot stilstand was gebracht zag één van de verbalisanten een handeling die leek op het wegstoppen van goederen. Na de staandehouding van verdachte werden vervolgens een aantal scherpe bobbels in zijn strakke trainingsbroek gezien, ter hoogte van zijn rechter lies. Deze bobbels bewogen niet met zijn lichaam mee als verdachte bewoog. De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde feiten en omstandigheden voldoende ernstige bezwaren meebrengen in de zin van artikel 9, tweede lid van de Opiumwet dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit uit de Opiumwet. De rechtbank is daarom van oordeel dat zich geen vormverzuim heeft voorgedaan en verwerpt het verweer van de verdediging. Met betrekking tot het verzoek tot het horen van de verbalisanten stelt de rechtbank voorop dat van de verdediging mag worden verlangd dat zij aan het getuigenverzoek feiten en omstandigheden ten grondslag legt die een ‘begin van aannemelijkheid’ meebrengen dat zich in het voorbereidend onderzoek een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering heeft voorgedaan. De rechtbank overweegt hieromtrent dat verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven voor zijn rijgedrag, zijn bewegingen bij de middenconsole en de verdediging ook verder niet heeft onderbouwd waarom er een begin van aannemelijkheid is dat zich een onherstelbaar vormverzuim heeft voorgedaan. Het gegeven dat de verbalisanten niet exact overeenkomstig elkaars bevindingen hebben geverbaliseerd, doet daar niet aan af. Gelet op het voorgaande wordt het voorwaardelijke verzoek van de verdediging tot het horen van de verbalisanten, in navolging van de beslissing van de rechter-commissaris van 30 maart 2020, afgewezen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: T.a.v. 16/258819-20 in de periode van 3 december 2020 tot en met 17 februari 2021 te Utrecht , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd een hoeveelheid heroïne en een hoeveelheid cocaïne, en een hoeveelheid MDMA, zijnde heroïne en cocaïne en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. T.a.v. 16/074222-20 op 20 maart 2020 te Utrecht , opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 37,72 gram cocaïne - en ongeveer 3,56 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: T.a.v. 16/258819-20: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; T.a.v. 16/074222-20: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met oplegging van een contactverbod voor de duur van 5 jaren met medeverdachte [medeverdachte] in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest in combinatie met een taakstraf, dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna 4 maanden schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs, te weten cocaïne, heroïne en MDMA. Daarnaast heeft hij zich op 20 maart 2020 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een dealershoeveelheid aan harddrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid gelet op het verslavende karakter. Bovendien gaat de handel in harddrugs veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij het een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ernstig ontwrichten. Gebleken is dat verdachte in deze keten een cruciale rol vervulde door de handelsvoorraad te beheren, te adverteren, afspraken te maken en klanten te voorzien van harddrugs. Verdachte heeft hierbij geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor de samenleving, maar zich slechts gericht op de hoge opbrengsten die de handel in harddrugs met zich mee kan brengen. De rechtbank weegt tevens mee dat verdachte gedurende het vooronderzoek en het onderzoek ter terechtzitting geen enkele openheid van zaken heeft gegeven met betrekking tot zijn rol bij deze feiten en daarmee geen verantwoordelijkheid heeft genomen. Persoon van verdachte Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 12 juli 2021 blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een reclasseringsrapportage, opgemaakt door [I] van 30 juni
  6. Hieruit blijkt dat verdachte kampt met een [.] , waardoor hij begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Via Stadsteam Back-up Utrecht is een CIZ-indicatie verkregen op grond waarvan verdachte geplaatst kan worden in een instelling voor begeleid wonen. Naast hulp op het gebied van wonen krijgt hij daar ook de nodige praktische begeleiding. Ter terechtzitting heeft mevrouw [J] , begeleider bij Back-up, verklaard dat verdachte rond eind september of begin oktober bij Amerpoort (een instelling voor begeleid wonen) terecht kan en dat zij hebben aangegeven verdachte te accepteren. Straf De rechtbank heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het verhandelen van harddrugs. Gelet op de hiervoor besproken ernst van de feiten en met name de rol van verdachte in het geheel is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere strafmodaliteit dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die het reeds ondergane voorarrest overstijgt. Daarnaast overweegt de rechtbank dat – vanwege zowel de aard van de feiten, de proceshouding van verdachte als zijn problematiek – er recidivegevaar aanwezig is. De rechtbank bepaalt daarom dat een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk zal zijn, om daarmee te voorkomen dat verdachte na zijn detentie het reële risico loopt om zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke strafbare feiten. Vanwege de reeds afgegeven CIZ-indicatie zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden hieraan verbinden. Ook acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf passend en geboden. De rechtbank ziet ten slotte geen aanleiding om de door de officier van justitie gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel, te weten een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] , op te leggen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het reeds ondergane voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 120 uren, passend en geboden. 9BESLAG 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de telefoons, het geld, de auto en de drugsgerelateerde goederen verbeurd te verklaren en de drugs te onttrekken aan het verkeer. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten: 16/258819-20 Telefoons iPhone wit
(645588); iPhone
(645507); iPhone
(645508); Huawei
(645509); Samsung
(645510); Geld € 6.800,-
(645506); Auto Skoda Fabia
(645511); 16/074222-20 Telefoons Nokia
(2603439); Samsung
(2603438); Huawei
(2603437); Geld € 900,-
(2603432); € 120,-
(2603433); € 20,-
(2603434); € 5,-
(2603435); € 4,05
(2603436); Drugsgerelateerd Etui (2603421, 2603428), verbeurd verklaren. Deze voorwerpen zijn geheel of grotendeels door middel van en uit baten van het strafbare feit verkregen en met betrekking tot deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten 16/074222-20 drugs (2603423, 2603425, 2603426, 2603427, 2603430, 2603431), onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot de drugs is het bewezen verklaarde begaan. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: 16/258819-20 Telefoons iPhone wit
(645588); iPhone
(645507); iPhone
(645508); Huawei
(645509); Samsung
(645510); Geld € 6.800,-
(645506); Auto Skoda Fabia
(645511); 16/074222-20 Telefoons Nokia
(2603439); Samsung
(2603438); Huawei
(2603437); Geld € 900,-
(2603432); € 120,-
(2603433); € 20,-
(2603434); € 5,-
(2603435); € 4,05
(2603436); Drugsgerelateerd Etui (2603421, 2603428); - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: 16/074222-20 drugs (2603423, 2603425, 2603426, 2603427, 2603430, 2603431). Voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. Vonk, voorzitter, mrs. J.W.B. Snijders Blok en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 augustus
  1. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16/258819-20 hij in of omstreeks de periode van 3 december 2020 tot en met 17 februari 2021 te Utrecht , en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 16/074222-20 hij op of omstreeks 20 maart 2020 te Utrecht , opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 37,72 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne - en/of ongeveer 3,56 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 16 april 2021 en 7 juli 2021, genummerd PL0900-20200102909 en van 12 juli 2021, genummerd PL0900-2020083903, opgemaakt door politie Midden-Nederland, respectievelijk doorgenummerd 1 tot en met 1352 en 1 tot en met
  2. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van 12 juli 2021, wordt hier (A) aan toegevoegd. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  3. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  4. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  5. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  6. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  7. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  8. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  9. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  10. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  11. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  12. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  13. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  14. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  15. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  16. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  17. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  18. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  19. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  20. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  21. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  22. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  23. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  24. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  25. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  26. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  27. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  28. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  29. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  30. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  31. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  32. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  33. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  34. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  35. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  36. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  37. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  38. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  39. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  40. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  41. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  42. Een proces-verbaal van observatie, pagina
  43. Een proces-verbaal van observatie, pagina
  44. Een proces-verbaal van observatie, pagina
  45. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  46. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  47. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  48. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  49. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  50. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  51. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pagina
  52. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  53. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  54. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  55. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  56. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  57. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  58. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  59. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  60. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  61. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  62. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  63. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  64. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  65. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  66. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  67. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  68. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  69. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  70. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  71. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  72. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  73. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  74. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  75. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  76. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  77. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  78. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  79. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  80. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  81. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  82. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  83. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
  84. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
  85. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  86. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  87. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  88. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  89. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  90. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  91. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  92. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  93. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  94. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina
  95. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  96. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  97. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  98. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  99. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 10 maart 2021, pagina
  100. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 18 maart 2021, pagina
  101. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 10 maart 2021, pagina
  102. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 10 maart 2021, pagina
  103. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 10 maart 2021, pagina
  104. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 10 maart 2021, pagina
  105. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  106. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  107. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  108. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  109. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  110. Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 15 maart 2021, pagina
  111. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 9 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 10 (A). Een bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, (digitale) pagina 37 (A). Een bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, (digitale) pagina 38 (A). Een bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, (digitale) pagina 40 (A). Een bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, (digitale) pagina 41 (A). Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 33 (A). Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 34 (A). Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 35 (A). Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 36 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 24 maart 2020, pagina 38 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 24 maart 2020, pagina 39 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 24 maart 2020, pagina 40 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 24 maart 2020, pagina 41 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 27 maart 2020, pagina 42 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 30 maart 2020, pagina 43 (A). Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 30 maart 2020, pagina 44 (A).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.