← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:4036

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/4647 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. H. Hassan), en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 11 november

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
  4. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 20 augustus
  5. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 1 oktober 2020 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 12 oktober
  6. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  7. Eiseres zegt dat zij psychische problemen heeft een daarom ondersteuning krijgt van SIPI voor het regelen van haar zaken. De begeleider van eiseres geeft aan dat zij het bezwaarschrift op tijd heeft ingediend, op 25 september 2020, maar dat het te laat is aangekomen bij verweerder. Het bezwaarschrift is niet aangetekend verzonden waardoor eiseres dit niet kan bewijzen. Eiseres zegt ook dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat uit de verklaring van de huisarts blijkt dat eiseres psychische klachten heeft.
  8. Verweerder heeft het bezwaarschrift van 25 september 2020 niet aangetroffen in de administratie. Dit betekent dat verweerder er vanuit moet gaan dat het bezwaarschrift van 12 oktober 2020 het eerste bezwaarschrift is. Volgens verweerder komen de gevolgen voor rekening en risico van eiseres. Volgens verweerder is er ook geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Als het bezwaarschrift namelijk binnen de bezwaartermijn zou zijn opgestuurd, is de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift niet gelegen in de psychische situatie van eiseres maar in het niet aangetekend versturen van het bezwaarschrift door de gemachtigde.
  9. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt. Dat eiseres het bezwaarschrift op 25 september 2020 verstuurd heeft, is enkel gesteld, maar niet verder onderbouwd. Verder blijkt niet van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank overweegt verder dat eiseres heeft gesteld op 25 september 2020 het bezwaarschrift te hebben verstuurd, hetgeen binnen de bezwaartermijn zou zijn. Niet is gebleken dat de psychische klachten van eiseres in die situatie van invloed zijn geweest op het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank heeft begrip voor de lastige situatie waarin eiseres zich bevindt, maar ziet daarin geen aanleiding om te oordelen dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiseres had zoals gesteld een gemachtigde ingeschakeld die haar belangen behartigde.
  10. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift een fatale termijn van openbare orde is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het bezwaar zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
  11. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 24 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.