RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21 / 3053 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 7 juni
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 7 juni
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 19 juli 2021 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 20 juli
- Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft aan eiser op 3 augustus 2021 gevraagd waarom hij zijn beroep buiten de termijn heeft ingediend. Op 17 augustus 2021 heeft eiser hierop gereageerd. Eiser stelt dat hij niet te laat is met het instellen van zijn beroep. Hij verwijst daarbij naar de rechtsmiddelclausule op het besluit, waarin staat dat hij binnen zes weken in beroep kan gaan bij de rechtbank, na de datum van het verzenden van het besluit. Daarmee is hij wel tijdig met het instellen van zijn beroep op 20 juli
- De rechtbank is het niet eens met eiser. In de rechtsmiddelclausule staat dat binnen zes weken na de verzenddatum beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank. Dat betekent dat de beroepstermijn begint te lopen op 8 juni
- De laatste dag waarop tijdig beroep kon worden ingesteld was op 19 juli
- Het beroepschrift is op 20 juli 2021 ontvangen door de rechtbank. Eiser heeft daarnaast geen geldige reden gegeven voor het te laat indienen van zijn beroepschrift. Het beroepschrift is onterecht te laat ingediend.
- Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
- Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 26 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.