RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21 / 2410 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. J.W. Vugts), en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verzoekster heeft op 5 juni 2020 een verzoek gedaan om een WOZ-beschikking te nemen. Verweerder heeft hierop niet (op tijd) gereageerd. Vervolgens heeft verzoekster een ingebrekestelling gestuurd. Op deze ingebrekestelling is op 24 augustus 2020 afwijzend gereageerd en heeft verweerder medegedeeld dat hij van mening is geen dwangsom verschuldigd te zijn. Vervolgens heeft verzoekster hiertegen bezwaar ingediend. Verweerder heeft hier niet op beslist en vervolgens heeft verzoekster uiteindelijk een ingebrekestelling naar verweerder gestuurd. Daarna heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank voor het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Op 2 juli 2021 neemt verweerder alsnog een besluit waarin hij terugkomt op het besluit van 24 augustus 2020 en dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
- Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
- Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.