RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.255771.20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 28 september 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1996] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 september
(2)ambulante behandeling. De straf Gelet op de aard en ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Gezien het advies van de reclassering zal de rechtbank een deel van die gevangenisstraf, te weten 6 maanden, voorwaardelijk opleggen, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De rechtbank vindt het van belang dat meer duidelijkheid komt over de persoon van verdachte en dat verdachte zich laat behandelen. Dit alles om ervoor te zorgen dat het risico op recidive wordt verlaagd en de situatie tussen verdachte en met name haar minderjarige dochter verbetert. De rechtbank ziet aanleiding om de proeftijd te stellen op drie jaar. De tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Oplegging 38v maatregel Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de huidige situatie, voorts een contact- en locatieverbod als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht met aangever en hun dochter in dit geval noodzakelijk is. De rechtbank zal bepalen dat verdachte enkel contact mag hebben met aangever [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1 (voornaam)] na toestemming van [instelling 1] , of een soortgelijke instelling, en op de door die instelling te bepalen wijze, in samenspraak met de reclassering, in het kader van hulpverlening en/of een eventuele omgangsregeling. De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van drie jaren gelet op de tot op heden nog instabiele situatie rondom de omgang met [slachtoffer 1 (voornaam)] . Gelet op het feit dat verdachte [slachtoffer 1 (voornaam)] op klaarlichte dag heeft onttrokken aan het wettig gezag en zij er ter zitting op geen enkele wijze blijk van heeft gegeven in te zien dat haar wijze van omgang met [slachtoffer 1 (voornaam)] , zoals bewezen verklaard, schadelijk is voor de ontwikkeling van [slachtoffer 1 (voornaam)] , zal de rechtbank de directe uitvoerbaarheid van deze maatregel bevelen om te voorkomen dat verdachte wederom een strafbaar feit zal plegen of zich belastend gedraagt jegens aangever en/of hun dochter. 9BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert - na vermindering van zijn vordering ter zitting - een bedrag van € 3.000,-- aan immateriële schadevergoeding, ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Namens [slachtoffer 1] heeft mr. [D] , bijzonder curator, zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van € 3.000,-- aan immateriële schadevergoeding gevorderd, ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen - mocht tot een bewezenverklaring worden gekomen - flink gematigd dienen te worden mede gelet op het lage inkomen van verdachte en dat de uitspraken waar naar wordt verwezen niet te vergelijken zijn met de onderhavige zaak. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Vordering [slachtoffer 2] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [slachtoffer 2] door de hiervoor bewezen verklaarde mishandelingen en bedreigingen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door verdachte bovendien mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat daarnaast sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat de gevorderde immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Rekening houdend met wat er in vergelijkbare gevallen aan schadevergoeding wordt toegekend, acht de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 3.000,- billijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. Vordering [slachtoffer 1 (voornaam)] Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek komt immateriële schade (onder andere) voor vergoeding in aanmerking als sprake is van een aantasting in de persoon. Uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast blijkt uit het dossier dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde handelen van verdachte ook geestelijk letsel heeft opgelopen. Kindermishandeling zoals zich in onderhavig geval heeft voorgedaan vormt een ernstige inbreuk op de lichamelijke en psychische integriteit en als algemene ervaringsregel kan worden aangenomen dat dit leidt tot (ernstige) psychische gevolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom, op grond van de stukken in het dossier en wat op de zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, sprake van een aantasting in de persoon als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. [slachtoffer 1 (voornaam)] heeft dan ook recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Gelet op de gevolgen die het bewezenverklaarde voor haar heeft gehad en in aanmerking genomen de bedragen aan immateriële schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen plegen te worden toegekend, komt het gevorderde bedrag van € 3.000,- de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. Proceskosten Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Ook wordt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht, op de wijze zoals hieronder is opgenomen. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 47, 57, 279, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en 2 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder 1, als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde (poging zware mishandeling) niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, als tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde (mishandeling) en het onder 2, 3, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat: * verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden: * dat verdachte zich binnen drie dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis bij [instelling 2] op het adres [adres] te [plaatsnaam] meldt. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * dat verdachte meewerkt aan het verkrijgen van (verdiepings)diagnostiek en zich laat behandelen door [instelling 3] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jaren, inhoudende dat verdachte: * zich onthoudt van direct of indirect contact met [slachtoffer 2] , geboren op [1979] , en [slachtoffer 1] , geboren op [2017] , met uitzondering van contact tussen partijen met toestemming van [instelling 1] , of een soortgelijke instelling, op de door deze instelling bepaalde wijze, in samenspraak met de reclassering, indien en voor zover dat contact in het kader van de hulpverlening en/of een eventuele omgangsregeling met [slachtoffer 1] noodzakelijk is; * zich niet ophoudt binnen een straal van 50 meter rondom het adres [adres] alsmede het gebied dat omgeven/omsloten wordt door de straten [straatnaam] , [straatnaam] , [straatnaam] en [straatnaam] , allen gelegen te [plaatsnaam] ; - beveelt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 (zeven) dagen, met een totale duur van vervangende hechtenis van ten hoogste 6 (zes) maanden; - toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op; - beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is; Benadeelde partijen vordering [slachtoffer 2] wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 3.000,-; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot de dag van de algehele voldoening; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering [slachtoffer 1] wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 3.000,-; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot de dag van de algehele voldoening; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mrs. H.F. Koenis en N.M.H. van Ek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 september 2021. Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [2016] tot en met 18 mei 2020 te Utrecht, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] meermalen althans eenmaal met kracht heeft geslagen en/of gestompt (met beide vuisten) in en/of tegen het gezicht, althans het hoofd en/of die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] heeft gewurgd, althans met één en/of beide handen bij de keel heeft gegrepen en/of die keel heeft vastgepakt en/of tegen die keel heeft aangeduwd en/of die keel heeft vastgehouden gedurende twee althans enkele seconden en/of heeft gestoken en/of gesneden in het bovenlichaam met (een) glas(scherf) en/of een mes althans met een scherp voorwerp, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en/of zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [2016] tot en met 18 mei 2020 te Utrecht, althans in Nederland haar echtgenoot althans levensgezel, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] meermalen althans eenmaal - met kracht te slaan en/of stompen (met beide vuisten) in en/of tegen het gezicht, althans het hoofd en/of schouder, en/of armen en/of benen, althans tegen het lichaam en/of - te wurgen, althans met één en/of beide handen bij de keel te grijpen en/of die keel vast te pakken en/of tegen die keel aan te duwen en/of die keel vast te houden gedurende twee althans enkele seconden en/of - te steken en/of te snijden in het (boven)lichaam met (een) glas(scherf) en/of een mes althans met een scherp voorwerp en/of - te slaan met een (dweil)stok en/of afstandsbediening althans met enig voorwerp tegen de/een arm(en), de/een benen/been, althans het lichaam en/of - te krabben over het gehele lichaam en/of - te trappen en/of schoppen tegen de benen/een been, althans tegen het lichaam en/of - te knijpen en/of - aan de haren te trekken en/of - te duwen en/of te trekken en/of - een (salon)tafel tegen de benen althans het lichaam te duwen en/of die (salon)tafel tegen zijn ( [slachtoffer 2] ’
- s)lichaam om te gooien; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 18 mei 2020 te Utrecht, althans in Nederland een kind over wie zij het gezag uitoefende, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 1] heeft benadeeld door (in aanwezigheid van [slachtoffer 2] ) meermalen, althans éénmaaldie [slachtoffer 1] - ( op harde wijze) aan beide/een arm(
- en)(mee) te trekken en/of - bij de benen/een been te pakken en hard aan die [slachtoffer 1] te trekken en/of - aan haar (linker)arm om hoog te tillen en/of - te knijpen en/of - te slaan met een (dweil)stok althans een voorwerp en/of - een (salon)tafel tegen de benen althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] aan te duwen en/of die (salon)tafel om te gooien tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of door meermalen, althans éénmaal - die [slachtoffer 2] te bedreigen in het bijzijn van [slachtoffer 1] en/of - te schreeuwen tegen die [slachtoffer 1] en/of - haar man [slachtoffer 2] te mishandelen terwijl deze [slachtoffer 1] op schoot dan wel in de nabije omgeving van die [slachtoffer 2] zat/was door die [slachtoffer 2] te slaan (met een voorwerp), schoppen, stompen, krabben, trappen, steken en/of snijden met een scherp voorwerp, aan de haren te trekken, te knijpen en/of te wurgen waardoor die [slachtoffer 1] (uit angst) heeft geschreeuwd, gegild en/of gehuild, waardoor die [slachtoffer 1] pijn en/of letsel heeft bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij haar is veroorzaakt; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 3 zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 november 2019 tot en met 18 mei 2020 te Utrecht, althans in Nederland [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - een mes uit de (keuken)lade te pakken en dreigend de woorden toe te voegen ‘ik ga je echt doodmaken en neersteken’ althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of door daarbij stekende bewegingen te maken en/of door het mes (op het lichaam van ) [slachtoffer 2] te richten en/of door het mes meermalen althans éénmaal (ter hoogte van de borst van die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] ) door een deur heen te steken terwijl die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] aan de andere zijde van de deur stond en/of - dreigend de woorden toe te voegen “Ik prik je ogen eruit” en/of “Ik zal je ogen laten springen” althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - te schreeuwen “Ga naar buiten, opstaan naar buiten, kom opstaan’ en daarbij dreigend een kruk op te tillen en voor die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] te gaan staan en/of - met een dweilstok prikkende bewegingen te maken richting die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] ; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 4 zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 18 mei 2020 te Utrecht, althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - dreigend een dweilstok te heffen in de richting van die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] en/of - trappende bewegingen te maken richting het onderlijf van [slachtoffer 2] en daarbij dreigend de woorden toe te voegen “Geef dat meisje hier, dan ga je zien wat ik met je moeder ga doen” althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - met een dweilstok prikkende bewegingen te maken richting die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] en/of - meermalen althans éénmaal dreigend de woorden toe te voegen: “En jij, als jij de deur uit gaat dan trek ik jou kop eraf” en/of “Als je naar buiten gaat, dan prik ik je ogen eruit” en/of “Als je naar buiten gaat haal ik je ogen eruit” althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 5 zij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2017] ), waarvan de vader is genaamd [slachtoffer 2] , en waarvan zij, verdachte, de moeder is, en die beiden het ouderlijk gezag uitoefenen, die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was, immers heeft verdachte in voornoemde plaats op voornoemde datum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] meegenomen/weggevoerd uit het (speel)parkje/de speeltuin aan de [straatnaam] en heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)daarmee opzettelijk in strijd gehandeld met/nagelaten uitvoering te geven aan de beschikking van 28 juli 2020 van de rechtbank Midden-Nederland betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak [slachtoffer 2] (hierna mede te noemen de man) tegen [verdachte] , verdachte, waarin: - is bepaald dat het minderjarige kind van partijen, [slachtoffer 1] , met onmiddellijke ingang aan de man zal worden toevertrouwd, - deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waarvan zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)in ieder geval op en sedert 28 juli 2020 op de hoogte was/waren, waardoor de uitoefening van dat gezag door vader onmogelijk was geworden en/of waardoor die [slachtoffer 1] werd onttrokken aan het wettig gezag, hetwelk die vader mede over die [slachtoffer 1] uitoefende; ( art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 279 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2017] ), waarvan de vader is genaamd [slachtoffer 2] , en waarvan zij, verdachte, de moeder is, en die beiden het ouderlijk gezag uitoefenen, die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, te onttrekken en/of onttrokken te houden aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was, (door opzettelijk in strijd te handelen/na te laten uitvoering te geven aan de beschikking van 28 juli 2020 van de rechtbank MiddenNederland betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak [slachtoffer 2] (hierna mede te noemen de man) tegen [verdachte] , verdachte, waarin: - is bepaald dat het minderjarige kind van partijen, [slachtoffer 1] , met onmiddellijke ingang aan de man zal worden toevertrouwd, - deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waarvan zij, verdachte, in ieder geval op en sedert 28 juli 2020 op de hoogte was) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] heeft/hebben meegenomen/weggevoerd uit het (speel)parkje/de speeltuin aan de [straatnaam] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 279 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 6 zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2020 t/m 30 mei 2020 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden Nederland, als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet Tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of (direct althans indirect) contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen te weten met [slachtoffer 2] ; ( art 11 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2020149609 van 6 januari 2021, doorgenummerd pagina 1 tot en met 433, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 105. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 106. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 109. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 110. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 111. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 114. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 114. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 118. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 121. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 124. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 127. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 129. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 129. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 131. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 131 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 132. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 132. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 133. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 134. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 135. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 136. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 137. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 138. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 139. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 140. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 143. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 144. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 145. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 146. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 151. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 152. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 153. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 155. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 158. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 159. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 160. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 161. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 165. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 172. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 167. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 168. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 171. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 210. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 211. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 212. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 213. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 214. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 216. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 231. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 232. Proces-verbaal aangifte van 20 mei 2020, pagina 17. Proces-verbaal aangifte van 20 mei 2020, pagina 18. Proces-verbaal aangifte van 20 mei 2020, pagina 19. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 28. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 38. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 39. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 40. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 41. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , pagina 88. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , pagina 89. Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 84. Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 85. Proces-verbaal aangifte, pagina 20. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 43. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 44. Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 85. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 76. Proces-verbaal aangifte, pagina 19. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 27. Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 36. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 72. Proces-verbaal van bevindingen, pagina 74. Proces-verbaal aangifte, pagina 284. Proces-verbaal aangifte, pagina 285. Proces-verbaal aangifte, pagina 288. Proces-verbaal aangifte, pagina 291. Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] , pagina 293. Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] , pagina 294. Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] , pagina 295. Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] , pagina 298. Proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 januari 2021, pagina 394. Een schriftelijk bescheid, los in het dossier. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , pagina 276. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 278. Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 893. [.....] e.a.