RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20 / 1252 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2021 in de zaak tussen [verzoekster], te [woonplaats], verzoekster, (gemachtigde: R. Hulkenberg), en de heffingsambtenaar van de gemeente Almere verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verweerder heeft op 25 maart 2020 een e-mail van verzoekster van 3 februari 2020 doorgezonden aan de rechtbank. Verzoekster geeft in de e-mail aan het niet eens te zijn met de uitspraak op bezwaar van verweerder. Deze e-mail is daarom aangemerkt als beroepschrift en ter behandeling doorgezonden aan de rechtbank. In reactie op de ontvangstbevestiging van de rechtbank heeft verzoekster op 8 april 2020 gereageerd dat zij nooit beroep heeft willen instellen. Bij brief van 19 mei 2020 heeft de rechtbank gevraagd aan verzoekster of zij het beroep wilt intrekken of de beroepsprocedure wilt voortzetten. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
- Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in het geval het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (verzoekster) tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
- In dit geval is verweerder niet teruggekomen op de uitspraak op bezwaar. Verzoekster heeft zelf besloten de beroepsprocedure niet te willen voortzetten. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb is dan ook geen sprake. Het verzoek tot vergoeding van de proceskosten wordt daarom ook afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.