RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.087524.21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van donderdag 30 september 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2001] in [geboorteplaats] (Pakistan), wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] , op dit moment verblijvende in de [verblijfplaats] aan de [adres 2] ( [postcode 2] ), hierna te noemen: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING De rechtszaak tegen verdachte heeft in het openbaar plaatsgevonden op de zittingen van woensdag 23 juni 2021 en donderdag 16 september
(2)kleine zakjes of bolletjes lagen. Ik zag dat de zakjes of bolletjes van doorzichtig plastic waren en dat er een witte substantie in zat. Ik lichte de voetenmat op en zag dat er onder deze mat nog een klein plastic zakje of bolletje lag. Ik zag dat er een lichtbruine substantie in dit zakje of bolletje zat. Mogelijk dat er cocaïne en heroïne in deze zakjes zit. De politie heeft de volgende SIN-nummers aan de in beslag genomen goederen gekoppeld: SIN-nummer: AAOW2408NL Relatie met SIN: AANW8109NL Aantal: 1 Omschrijving: Koffiefilter met wit poeder/brokjes SIN-nummer: AAOW2407NL Relatie met SIN: AANW8108NL Aantal: 1 Omschrijving: Plastic zakje met wit poeder SIN-nummer: AAOW2409NL Relatie met SIN: AANW8107NL Aantal: 1 Omschrijving: Plastic zak met bruin poeder/brokjes SIN-nummer: AAOW2412NL Relatie met SIN: AANW8105NL Aantal: 12 Omschrijving: Bolletjes met wit poeder SIN-nummer: AAOW2411NL Relatie met SIN: AANW8104NL Aantal: 7 Omschrijving: Plastic zak met bolletjes met wit poeder SIN-nummer: AAOW2406NL Relatie met SIN: AANW8103NL Aantal: 4 Omschrijving: Bolletjes met bruin poeder/brokjes SIN-nummer: AAOW2405NL Relatie met SIN: AANW8102NL Aantal: 32 Omschrijving: Bolletjes met wit poeder/brokjes De beslagen goederen waarvan verwacht wordt dat deze verdovende middelen bevatten, zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: ‘NFI’). Uit de NFIrapportages blijken de volgende resultaten: Relatie met SIN Serienummer Goednummer Hoeveelheid Conclusie AANW8109NL [.] 2800473 3,86 gram Bevat cocaïne AANW8108NL [.] 2800481 0,11 gram Bevat cocaïne AANW8107NL [.] 2800474 7,56 gram Bevat heroïne AANW8105NL [.] 2800332 1,16 gram Bevat cocaïne AANW8104NL [.] 2800477 0,69 gram Bevat cocaïne AANW8103NL [.] 2800331 0,58 gram Bevat heroïne AANW8102NL [.] 2800465 3,16 gram Bevat cocaïne 8,98 gram Bevat cocaïne 8,14 gram Bevat heroïne 4.3.2.1 Conclusie ten aanzien van het voorhanden hebben van harddrugs Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat in de auto waar verdachte in rijdt, in de tuin die grenst aan de slaapkamer van verdachte en in de kleding van verdachte een totale hoeveelheid van 8,98 gram cocaïne en 8,14 gram heroïne is gevonden. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte deze drugs voorhanden heeft gehad. 4.3.3 Feit 2 4.3.3.1 Gebruiker van het nummer [nummeraanduiding 1] De rechter-commissaris verleent op 25 maart 2021 een machtiging tot opname van de telecommunicatie via het telefoonnummer [nummeraanduiding 1] . Op dezelfde dag luistert verbalisant [verbalisant 8] mee met de gesprekken die via dit telefoonnummer gevoerd worden en hij beschrijft zijn bevindingen als volgt: Op donderdag 25 maart 2021 luisterde ik live de telefoongesprekken mee van telefoonnummer [nummeraanduiding 1] , welke vermoedelijk in gebruik is bij [verdachte] . [..] Ik heb op 25 maart 2021 alle gesprekken geluisterd die over bovengenoemde lijn kwamen. Ik hoorde dat de gebruiker van nummer * [nummeraanduiding 1] steeds dezelfde persoon was. Ik hoorde dat de man een vrij hoge stem had en vermoedelijk een jong persoon was. Op vrijdag 26 maart 2021 heb ik weer diverse gesprekken geluisterd. Ook toen hoorde ik dat de telefoon werd opgenomen door dezelfde persoon. Op donderdag 25 maart 2021, omstreeks 17.16 uur hoorde ik via de tap dat nummer * [nummeraanduiding 3] belde met nummer * [nummeraanduiding 1] . Ik hoorde dat * [nummeraanduiding 3] zich voorstelde als [....] en hij aan * [nummeraanduiding 1] vroeg of hij naar de [locatie 1] kon komen omdat hij twee donker nodig had. Ik ben vervolgens direct naar de [locatie 1] nabij het [locatie 2] in [plaatsnaam 1] gereden. Ik zag dat de auto van [verdachte] , een grijze Citroen C1, voorzien van kenteken [kenteken] , voor het [locatie 2] geparkeerd stond. Op het moment dat ik de auto passeerde zag ik dat dat er een persoon op de bijrijdersstoel zat. Deze persoon herkende ik voor 100 procent als [verdachte] . Ik zag ook dat er een man aan de bijrijderskant in de auto stapte. [..] Ik zag dat de passagier blijkbaar al was uitgestapt want ik zag dat [verdachte] alleen in zijn auto zat en wegreed. Gezien de gesprekken op de tap en de waarneming bij het station is het zeer waarschijnlijk dat [verdachte] de persoon met de hoge stem is en die ik 25 en 26 maart 2021 op de taplijn hoorde. Verbalisant [verbalisant 9] beschrijft zijn bevindingen als volgt: Ik kreeg de informatie van de collega welke de tap aan het uitluisteren was, dat er was ingebeld op het telefoonnummer van de dealer. [..] De afnemer sprak met de dealer af op de locatie [locatie 4] . [..] Na ongeveer 10 minuten zag ik dat er 2 mannen aangefietst kwamen. Ik herken een van deze mannen als zijnde: [A] , geboren [1977] . [..] Mij is bekend dat [A] drugsgebruiker en alcoholist is. [..] Na ongeveer 5 minuten zag ik dat er een grijze Citroën Cl werd geparkeerd op een parkeerplaats naast de [adres 3] . Ik zag dat man 1 naar de Cl fietste. Hierop ben ik uit mijn dienstvoertuig gestapt en naar een positie gelopen waarvandaan ik zicht had op de Cl. Ik zag dat de Citroen Cl voorzien was van het kenteken [kenteken] . [..] Ik zag dat de bestuurder van de Citroën Cl mij passeerde op ongeveer 5 meter. Ik herkende hem direct als zijnde: [verdachte] . Op grond van de bevindingen van voornoemde verbalisanten, stelt de rechtbank vast dat verdachte de gebruiker is van het mobiele telefoonnummer [nummeraanduiding 1] . De rechtbank refereert vanaf dit punt (mede) naar dit telefoonnummer als “het telefoonnummer van verdachte”. 4.3.3.2 De bewijsmiddelen Verbalisant [verbalisant 8] luistert in de periode 25 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 naar de gesprekken die gevoerd worden via het telefoonnummer van verdachte. De verbalisant beschrijft zijn bevindingen als volgt: Vanaf 25 maart tot en met maandag 29 maart werd middels interceptie het navolgende telefoonnummer afgeluisterd: [nummeraanduiding 1] . Middels stemherkenning bleek dat bovengenoemd telefoonnummer is gebruik was bij [verdachte] . In bovengenoemde periode hoorde ik dat er tientallen “drugs-gerelateerde” gesprekken over de lijn heen kwamen. Datum: 25-03-2021 14:49:01 [verdachte] : vraagt wat hij nodig heeft [nummeraanduidnig 4] zegt 1 wit 1 bruin [verdachte] : zegt dat hij er binnen 10 minuten is en Datum: 26-03-2021 15:23:36 [verdachte] : Jo [nummeraanduiding 5] : Jo, je kunt komen. [verdachte] : Voor wat? [nummeraanduiding 5] : Twee koffie. Bel effe 5 min voordat je er bent. en Datum: 26-03-2021 10:35:05 [nummeraanduidnig 4] besteld twee melk en spreekt af achter de [locatie 5] [straatnaam 2] . [verdachte] zegt dat hij er met een kwartier is. en Datum: 27-03-2021 9:25:30 [nummeraanduiding 6] zegt: Kom naar mij toe, twee donker [verdachte] ; Oke tot straks en Datum: 27-03-2021 15:01:10 [nummeraanduiding 7] Jooh broeder kan je 3 bruin, 2 wit brengen bij [locatie 4] denk ik he [verdachte] zegt dat hij over 10 minuten bij de [locatie 4] is en Datum: 28-03-2021 13:20:02 [nummeraanduiding 8] vraagt aan [.......] hoeveel geld hij heeft. Dit is 30 euro. Hij besteld 4 bruin. [verdachte] zegt dat hij nog maar 3 bruin heeft. Het moet dan 3 bruin en 1 wit worden. [nummeraanduiding 8] gaat akkoord met 3 bruin en 1 wit. Hierna wordt er een locatie afgesproken. en Datum: 29-03-2021 09:09:16 A: Kan je komen voor 1 wit, 1 bruin dikke bollen, ik heb precies 20 euro [verdachte] zegt dat hij er precies om 10 over half is Verbalisant [verbalisant 1] neemt na de aanhouding van verdachte contact op met getuige [getuige 1] . De verbalisant beschrijft zijn bevindingen als volgt: Getuige [getuige 1] verklaarde mij dat: - Zij op vrijdag 12 maart inderdaad contact had met een drugsdealer achter ' [locatie 3] '; - Zij van deze jongen voor 20 euro cocaïne kocht; Verbalisant [verbalisant 8] hoort vervolgens getuige [getuige 2] . De verbalisant beschrijft zijn bevindingen als volgt: V: Wat is het telefoonnummer van de dealer bij wie jij drugs koopt? A: Ik weet het nummer niet meer, ik heb het gewist, ik weet wel dat het nummer eindigde op [nummeraanduiding 1] V: Wat kocht jij bij deze dealer A: Heroïne en cocaïne V: Hoelang koop je al bij deze dealer? A: Ik denk ongeveer twee maanden, ik ben deze jongen gaan kopen, toe er twee Joegoslaven hier in [plaatsnaam 2] werden aangehouden, daarna kocht ik bij hem O: Op 02 februari 2021 werden er in [plaatsnaam 2] twee dealers met een Joegoslavische nationaliteit aangehouden. V: Hoe ziet de dealer er uit? A: Jonge jongen, 18 à 19 jaar. De jongen heeft zelf verteld dat hij een Afghaanse nationaliteit heeft. V: Zou je de dealer herkennen als ik jou een foto toon? A: Ja, u toont mij nu een foto, dit is de jongen van wie ik drugs heb gekocht heb de afgelopen twee maanden. Verbalisant [verbalisant 8] heeft een onderzoek verricht naar de historische telefoongegevens. Hij beschrijft zijn bevindingen als volgt: Op 19 maart 2021 werden middels een vordering de historische verkeersgegevens opgevraagd van het dealnummer van verdachte [verdachte] . Dit betreft nummer [nummeraanduiding 1] Er werd een aanvraag gedaan voor de periode van 18 maart 2020 - 18 maart
- Door de provider werd echter een periode aangeleverd van 18 februari 2021 tot en met 18 maart 2021 (29 dagen). Door de gebruiker van de dealtelefoon worden blijkbaar dagelijks zogenaamde reclame-sms berichten verstuurd. Hierdoor ontstaan er veel unieke contacten met één of tweemaal contact. Deze contacten zijn niet meegeteld. Hieronder een overzicht van de dag, het totaal aantal contacten die dag en het aantal unieke contacten welke die dag meer dan tweemaal contact hebben gehad met de dealtelefoon. Datum/totaal aantal contacten/meer dan tweemaal contact 18 februari/288/18 19 februari/332/21 20 februari/250/16 21 februari/35/3 (…) 17 maart/97/11 18 maart/69/9 Uit bovenstaande gegevens blijkt dat verdachte [verdachte] , in de periode van 18 februari 2021 tot en met 18 maart 2021 vermoedelijk dagelijks aan gemiddeld 13 personen harddrugs verkocht. 4.3.3.3 Conclusie ten aanzien van het verhandelen van harddrugs Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank – met de officier van justitie – tot de conclusie dat verdachte zich in de periode van 1 februari 2021 tot en met 29 maart 2021 bezig heeft gehouden met het handelen in harddrugs. Voor de periode baseert de rechtbank zich vooral op het onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de dealertelefoon en aan de verklaring van getuige [getuige 2] . De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 juni 2021 heeft afgelegd, namelijk dat hij zich “drie of vier dagen voor zijn aanhouding bezig heeft gehouden met het handelen in harddrugs”, vindt de rechtbank ongeloofwaardig en wordt bovendien weersproken door de hierboven genoemde bewijsmiddelen. De rechtbank zal dan ook bewezen verklaren dat verdachte, alleen, gehandeld heeft in cocaïne en heroïne in de periode van 1 februari 2021 tot en met 29 maart
- 4.3.3.4 Partiële vrijspraak De rechtbank is verder van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zich ook in de maand januari 2021 bezig heeft gehouden met het handelen in harddrugs. Hoewel getuige [getuige 3] verklaart dat hij sinds “een maand of drie” bij verdachte zijn drugs heeft gekocht, vindt deze stelling geen nadere steun in het dossier. Evenmin blijkt uit het dossier dat verdachte de drugs tezamen en in vereniging met één of meer anderen zou hebben verhandeld. De rechtbank zal verdachte van die onderdelen dan ook vrijspreken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 op 29 maart 2021 te [plaatsnaam 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 8,98 gram van een materiaal bevattende cocaïne, en 8,14 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 2 in de periode van 1 februari 2021 tot en met 29 maart 2021 te [plaatsnaam 1] opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, telkens hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1 opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; Feit 2 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten en omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer twee maanden schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs, te weten de handel in cocaïne en heroïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid, gelet op het verslavende karakter daarvan. Bovendien gaat de handel in harddrugs vaak gepaard met verschillende vormen van criminaliteit en illegale geldstromen, waarbij de handel een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ernstig ontwrichten. Het dealen van drugs gaat daarnaast gepaard met een hoop overlast en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich niet heeft bekommerd om deze gevolgen, maar enkel oog heeft gehad voor zijn eigen financiële gewin. Persoon van verdachte Voor wat betreft de persoon van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte (het zogeheten ‘uittreksel uit de justitiële documentatie’). Hieruit blijkt dat verdachte eerder een werkstraf opgelegd heeft gekregen voor een soortgelijk feit. Deze eerdere veroordeling heeft verdachte niet weerhouden van het opnieuw overtreden van de Opiumwet. Dat betrekt de rechtbank in het nadeel van verdachte bij het bepalen van de straf. Strafoplegging Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan met een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. Bij de oplegging van die straf slaat de rechtbank acht op de oriëntatiepunten die rechters gebruiken bij het bepalen van een passende straf. Deze oriëntatiepunten zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (de zogeheten ‘LOVS-oriëntatiepunten’). De LOVS schrijft als oriëntatiepunt voor dat het verhandelen van gebruikershoeveelheden harddrugs op straat gedurende twee maanden wordt bedreigd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. De rechtbank ziet geen reden om van dit oriëntatiepunt af te wijken. De rechtbank zal verdachte dan ook, conform de eis van de officier van justitie, veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 9BESLAG 9.1 De vordering van de officier van justitie Verbeurdverklaring De officier van justitie heeft gevorderd dat de goederen die op de beslaglijst staan door de rechtbank worden verbeurd verklaard. In de visie van de officier van justitie zijn deze goederen gebruikt bij het plegen van de aan verdachte verweten strafbare feiten. Onttrekking aan het verkeer Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen kledingstukken, te weten zesentwintig T-shirts en twee broeken, worden onttrokken aan het verkeer. De officier van justitie heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat deze kledingstukken van misdrijf afkomstig zijn en teruggave aan verdachte strafbare heling zou opleveren. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt over de beslagen goederen. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten: twee losse geldbedragen van € 900,- en € 100,-; de zogenoemde ‘dealtelefoon’; de Piaggio snorfiets; de Citroën C1 personenauto; de weegschalen; het verpakkingsmateriaal (te weten diverse gripzakjes en een zwarte sok); het versnijdingsmiddel verbeurd verklaren omdat met behulp van deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten zijn voorbereid en/of begaan, dan wel dat deze goederen grotendeels door middel van het bewezen verklaarde strafbare feit (handel in harddrugs) zijn verkregen. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank zal de in beslag genomen drugs, te weten de cocaïne en de heroïne, onttrekken aan het verkeer. Deze goederen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Deze goederen kunnen bovendien dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven. Anders dan de officier van justitie gevorderd heeft, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat het ongecontroleerde bezit van de zesentwintig T-shirts en de twee broeken, die onder verdachte in beslag zijn genomen, in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank zal de vordering tot onttrekking aan het verkeer van deze goederen dan ook afwijzen. Teruggave aan verdachte Het voorgaande brengt met zich dat niet langer een strafvorderlijk belang bestaat dat zich verzet tegen opheffing van het – op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering – gelegde strafvorderlijk beslag. Het uitgangspunt is dan dat de beslagen goederen worden teruggeven aan de persoon onder wie de goederen feitelijk in beslag zijn genomen. Uit de kennisgeving van inbeslagneming volgt dat de zesentwintig T-shirts en de twee broeken onder verdachte in beslag zijn genomen, zodat de rechtbank zal bevelen dat deze goederen aan verdachte worden teruggegeven. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het feit onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging van straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden; - bepaalt dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; Beslag - verklaart verbeurd de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de volgende goednummers: o 2800409 – Geld; o 2800417 – Geld; o 2800438 – Telefoon; o 2631753 – Snorfiets; o 2800363 – Sleutels; o 2748652 – Personenauto; o 2800412 – Keukenartikel; o 2800468 – Keukenartikel; o 2800445 – Huishoudelijke gebruiksvoorwerpen; o 2800422 – Zak plastic; o 2800459 – Kleding; o 2800475 – Medicamenten/hulpmiddelen; o 2800453 – Huishoudelijke gebruiksvoorwerpen; - verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de volgende goednummers: o 2800332 – Verdovende middelen; o 2800331 – Verdovende middelen; o 2800465 – Verdovende middelen; o 2800474 – Verdovende middelen; o 2800477 – Verdovende middelen; o 2800481 – Verdovende middelen; o 2800821 – Verdovende middelen; - gelast de teruggave aan [verdachte] van het in beslag genomen en niet teruggeven voorwerp met het volgende goednummer: o 2800339 – Kleding; Voorlopige hechtenis - heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. R.B. Venema en C.A. Chanier, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 september
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 29 maart 2021 te Amersfoort en/of elders in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,98 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of ongeveer 8,14 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Artikel art 2 ahf/ond C Opiumwet 2 hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2021 tot en met 29 maart 2021 te Amersfoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Artikel art 2 ahf/ond B Opiumwet Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. De processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal met nummer PL0900-2021098978 (opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 288). Proces-verbaal van bevindingen van 30 maart 2021 (pagina 16 en 17). Proces-verbaal van aanhouding verdachte (pagina 107). Proces-verbaal van bevindingen van 29 maart 2021 (pagina 58 tot en met 71). Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen (p. 61). Proces-verbaal van bevindingen (pagina 98 en 99). Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen (pagina 273 tot en met 279). Een geschrift, te weten: een NFiDENT-rapportage (pagina 280). Een geschrift, te weten: een NFiDENT-rapportage (pagina 281). Een geschrift, te weten: een NFiDENT-rapportage (pagina 282). Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage (pagina 283). Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage (pagina 284). Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage (pagina 285). Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage (pagina 286). Proces-verbaal van bevindingen van 26 maart 2021 (pagina 19 en 20). Proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2021 (pagina 21 en 22). Proces-verbaal van bevindingen van 31 maart 2021 (pagina 31). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 33). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 35). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 37). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 39). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 41). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 42). Een geschrift, te weten: een tapgesprek (pagina 45). Proces-verbaal van bevindingen van 30 maart 2021 (pagina 55). Proces-verbaal van bevindingen van 12 april 2021 (pagina 223 tot en met 225). Proces-verbaal van bevindingen van 12 april 2021 (pagina 229 en 230).