RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.288518.20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 13 oktober 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1985] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 februari 2021, 1 april 2021 en 29 september
(1)sleutelbos aan. Deze zijn in beslag genomen ten behoeve van het onderzoek. Uit de kennisgeving van inbeslagname blijkt dat de volgende goederen in beslag zijn genomen: PL0900-2020116878-2733924: Blok met vermoedelijk cocaïne PL0900-2020116878-2733927: Schaaltje met wit poederPL0900-2020116878-2733931: Wit brokPL0900-2020116878-2733937: Bakje wit poederPL0900-2020116878-2733938: Ponypack Overzicht inbeslaggenomen goederen [adres] in [woonplaats] : Broodbak keuken Aardappelschilmesje goednummer: 2733942 Uit de kennisgeving van inbeslagname blijkt dat de volgende goederen in beslag zijn genomen: Goednummer: PL0900-2020116878-2733799 24 grote ponypacks en 57 kleine ponypacks Goednummer: PL0900-2020116878-2733813 6 pillen vermoedelijk xtc Goednummer: PL0900-2020116878-2733814 5 pillen vermoedelijk xtc Uit processen-verbaal onderzoek verdovende middelen blijkt onder meer het volgende: Goednummer: PL0900-2020116878-2733938 Sporendrager: SIN AANQ9198NL Relatie met SIN AANZ6037NL (monster A) Wikkel met wit poeder, 0,06 gram Goednummer: PL0900-2020116878-2733790 Sporendrager: SIN AANQ9199NL Relatie met SIN AANZ6036NL (monster B) Papieren wikkel met 0,40 gram wit poeder/brokjes Goednummer: PL0900-2020116878-2733813 Sporendrager: SIN AANQ9250NL Relatie met SIN AANZ6031NL (monster G) 6 pillen Gripzak met 2,91 gram roze tabletten Goednummer: PL0900-2020116878-2733814 Sporendrager: SIN AANQ9206NL Relatie met SIN AANZ6030NL (monster H) 5 pillen Plastic zak met 1,71 gram groene tabletten Goednummer: PL0900-2020116878-2733799 Sporendrager: SIN AANQ6029NL Relatie met SIN AANZ6029NL (monster I) Gripzak met 81 wikkels met wit poeder, 42,13 gram wit poeder Goednummer: PL0900-2020116878-2733927 Sporendrager: SIN AANR5440NL Relatie met SIN AANW6522NL (monster A) Kom met wit poeder 47,81 gram Goednummer: PL0900-2020116878-2733937 Sporendrager: SIN AANR5442NL Relatie met SIN AANW6523NL (monster B) Diepvriesbakje met wit poeder en brokjes 117,67 gram Goednummer: PL0900-2020116878-2733931 Sporendrager: SIN AANR5441NL Relatie met SIN AANW6524NL (monster C) Witte brokken omwikkeld met folie 171,0 gram Goednummer: PLO900-2020116878-2733924 Sporendrager: SIN AANR5439NL Relatie met SIN AANW6525NL (monster D) Blok geperst wit poeder 986,3 gram Goednummer: PL0900-2020116878-2733942 Sporendrager: SIN AANR5443NL Relatie met SIN AANW6526NL (monster E) Resten wit poeder op mes 0,01 gram De inbeslaggenomen drugs zijn onderzocht door het NFI. Zij hebben de volgende rapportages opgesteld: Een NFI-rapport van 25 november 2020: Kenmerk AANZ6037NL: poeder, wit, uit 0,06 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 25 november 2020: Kenmerk AANZ6036NL: poeder en brokjes, wit, uit 0,4 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 25 november 2020: Kenmerk AANZ6030NL: tablet en delen, groen, uit 1,71 gram Conclusie: bevat MDMA Een NFI-rapport van 25 november 2020: Kenmerk AANZ6031NL: tablet, delen en poeder, roze, uit 2,91 gram Conclusie: bevat MDMA Een NFI-rapport van 4 december 2020: Kenmerk AANW6522NL, poeder, wit, uit 47,81 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 4 december 2020: Kenmerk AANW6523NL, poeder en brokjes, wit, uit 117,67 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 4 december 2020: Kenmerk AANW6524NL, brok, wit, uit 171,0 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 4 december 2020: Kenmerk AANW6525NL, brok, wit, uit 986,3 gram Conclusie: bevat cocaïne Een NFI-rapport van 3 december 2020: Kenmerk AANW6526NL, poeder, wit, uit 0,01 gram Conclusie: bevat cocaïne Uit de deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van het TMIF blijkt onder meer het volgende: De DNA-profielen van onderstaande verdachten dienen vergeleken te worden met de DNA-profielen verkregen van het sporenmateriaal: (…) RAAP2038NL Verdachte [verdachte] (SKN [nummer] ) Ontvangen sporenmateriaal: SIN-nummer: AAMT7276NL Beschrijving item: bemonstering voorraaddoos en folie Resultaat van het vergelijkend DNA-onderzoek: Voorraaddoos en folie, aanr5442nl, vegen en niet bruikbare dactyAAMT7276NL: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal vier donoren, van wie zeker één man. Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [verdachte] en drie onbekend, niet verwante personen. Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van vier onbekende, niet verwante personen.De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. De bijbehorende likelihood ratio van zeer veel waarschijnlijker is 10.000-1.000.000 Bewijsoverwegingen De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Dealen drugs (feit 2) Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij handelde in lachgas en niet in drugs. De rechtbank acht zijn verklaring niet aannemelijk geworden. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. In de tapgesprekken komen termen als ‘hele’, ‘halve’, ‘kleine’ en ‘grote’ voor. Volgens verdachte betekenen ’kleine’ en ‘halve’ een doosje met lachgaspatronen en betekenen ‘grote’ en ‘hele’ een lachgasfles. De rechtbank is echter ambtshalve bekend met de terminologie halve, hele, kleine en grote in de context van het dealen van cocaïne. Verder leidt de rechtbank uit de tapgesprekken af dat verdachte de bestellingen van zijn klanten op plaatsen moest afleveren die naar het oordeel van de rechtbank niet passen bij doosjes patronen of lachgasflessen, maar eerder bij ponypacks met cocaïne. In de tapgesprekken wordt namelijk gesproken over afleveren in de brievenbus, op de rechterachterband van een auto of ‘onder het konijn op het bankje naast de voordeur’. Verdachtes verklaring hierover dat hij een lege ballon door de brievenbus deed en het doosje of de fles dan bij de voordeur zette, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Een andere aanwijzing voor het dealen van cocaïne zijn camerabeelden waarop te zien is dat verdachte een ponypack overhandigt aan een afnemer. Daar komt bij dat verdachte meerdere ponypacks voorhanden heeft gehad en getuige [getuige 1] heeft verklaard cocaïne bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] te hebben afgenomen. Dat verdachte de ponypacks moest bewaren voor een vriend acht de rechtbank in onderlinge samenhang en verband bezien met de overige bewijsmiddelen ongeloofwaardig. Ook blijkt uit de telefoongesprekken en chatberichten dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gebruik maakten van dezelfde dealertelefoons waarbij de een soms de telefoon opnam en de ander de drugs wegbracht. Op basis van al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen heeft gehandeld in cocaïne. Gelet op de gegevens verkregen uit de verscheidene telefoons, zoals hiervoor weergegeven, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring voor de periode vanaf 1 juni
- Voor een langere periode biedt het dossier onvoldoende concrete aanknopingspunten. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het dealen van hennep in de uitoefening van beroep of bedrijf en van het dealen van cocaïne in de periode van 1 mei 2019 tot en met 31 mei 2020, nu daar onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor is. Voorhanden hebben drugs (feit 3) De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met anderen de aangetroffen drugs in de woningen aan de [adres] en [adres] voorhanden heeft gehad omdat deze zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Met betrekking tot de drugs aangetroffen in de woning aan de [adres] geldt dat verdachte de sleutels van die woning heeft gekregen van de huurster van de woning en die huurster heeft verklaard dat zij zelf niet meer in de woning is geweest. In het licht van het bewezenverklaarde dealen, de aangetroffen drugs tijdens de fouillering van verdachte en de aangetroffen drugs in zijn eigen woning, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de drugs in de woning aan de [adres] ook in de machtssfeer van verdachte lagen. De rechtbank overweegt daarnaast dat verdachte zelf woont in de woning aan de [adres] . De in die woning aangetroffen drugs rekent de rechtbank in diezelfde context van het bewezenverklaarde dealen toe aan verdachte. Deelname criminele organisatie (feit 1) Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet (Ow). Een organisatie in de zin van voormeld artikel is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Dit kan blijken uit een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Het oogmerk van deze organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven door de organisatie wordt beoogd. Om van deelneming in de zin van artikel 11b Ow te kunnen spreken is vereist dat verdachte tot het samenwerkingsverband behoort en dat hij een aandeel heeft in – of ondersteuning geeft aan – gedragingen die strekken tot óf rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. In het bestanddeel deelneming aan een organisatie ligt tevens het opzet van verdachte besloten. Verdachte moet in zijn algemeenheid weten dat de organisatie het plegen van misdrijven beoogt. De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hiervoor is overwogen kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte in de periode van 1 juni 2020 tot en met 13 november 2020 samen met anderen heeft gedeald in cocaïne. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere structuur en duurzaamheid tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: medeverdachten) met betrekking tot het dealen in cocaïne. De structuur van de organisatie wordt tot uitdrukking gebracht door de rolverdeling tussen de verdachten. De telefoon met telefoonnummer * [telefoonnummer] was wisselend in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1] en de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] werd door alle drie gebruikt. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte maakten zelf afspraken, brachten cocaïne naar een klant op een afgesproken locatie of lieten de cocaïne achter op een met de klant afgesproken plek. Uit de afgeluisterde telefoongesprekken en de chatgesprekken blijkt dat verdachte zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] opdracht gaf om cocaïne naar bepaalde plekken en mensen te brengen. Daarnaast is in de woning [adres] , waar zowel verdachte als [medeverdachte 1] toegang toe hadden, een voorraad drugs aangetroffen. Een groot deel daarvan, ongeveer 1 kilogram, bevond zich in een kluis waarvan de sleutel bij medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen. De rechtbank gaat er vanuit dat de handelsvoorraad van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte in de woning aan de [adres] werd bewaard. Dat verdachte ook wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs wordt bevestigd door het feit dat op een van de schaaltjes waar drugs in is aangetroffen het DNA van verdachte zat. De duurzaamheid van de organisatie komt tot uitdrukking in de periode dat de samenwerking plaatsvond. Die periode stelt de rechtbank vast op 1 juni 2020 tot en met 13 november 2020, gelet op de data van het aangetroffen berichtenverkeer tussen verdachten onderling en de afnemers. Verdachte en zijn medeverdachten hebben in die periode deelgenomen aan de criminele organisatie door de strafbare feiten, te weten het verkopen en vervoeren van cocaïne, zelf uit te voeren. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het samenwerkingsverband tussen verdachte en zijn medeverdachten een gestructureerd en duurzaam karakter had, zodat aan de vereisten voor het aannemen van een criminele organisatie is voldaan. De rechtbank spreekt verdachte vrij van deelneming aan de criminele organisatie in de periode van 1 mei 2019 tot en met 31 mei 2020, nu daar onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor is. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en Mijdrecht heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde lid, Opiumwet; 2 op tijdstippen in de periode van 1 juni 2020 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en Mijdrecht, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende - cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3 op 13 november 2020 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen) en de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen)) - 1365,38 gram cocaïne, en -11 pillen, althans 4,62 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA, zijnde cocaïne, MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid van de Opiumwet; Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; Feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als (bijzondere) voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een locatieverbod, meewerken aan dagbesteding en meewerken aan middelencontrole. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat uit de rapportages volgt dat detentie extra belastend is voor verdachte en zelfs niet gewenst is. De verdediging heeft dan ook verzocht om een groot deel voorwaardelijk op te leggen, indien de rechtbank tot een strafoplegging komt. Verdachte heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan de voorwaarden, zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een half jaar schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs in de context van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Verder had verdachte een grote voorraad drugs voorhanden. In algemene zin kan worden gezegd dat drugshandel moet worden bestreden en bestraft omdat het onze maatschappij veel schade toebrengt. De daarmee gepaard gaande criminaliteit wordt steeds ernstiger en gaat gepaard met veel geweld tot liquidaties aan toe. Daarvan zijn onschuldige burgers niet alleen steeds vaker getuige maar in sommige gevallen zelfs slachtoffer. Daarnaast wordt de samenleving op kosten gejaagd, zowel vanwege de zorg voor gebruikers en verslaafden als vanwege de (zware) criminaliteit en overlast die drugshandel met zich brengt. Feiten als deze brengen bovendien onrust in de samenleving met zich mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en heeft slechts gehandeld uit winstbejag en om te voorzien in zijn eigen drugsverslaving. De persoon van verdachte Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 april
- Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 15 september 2021, waarin geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft de rechtbank de rapportage psychologisch onderzoek van Fivoor van 27 september 2021 ontvangen, waarin de onderzoeksresultaten van de verdiepingsdiagnostiek zijn beschreven. De strafoplegging Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. Deze oriëntatiepunten nemen voor het dealen in harddrugs gedurende een periode van meer dan drie, maar minder dan zes maanden met enige regelmaat, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden als uitgangspunt. Voor het voorhanden hebben van de bewezenverklaarde hoeveelheid harddrugs nemen de oriëntatiepunten een gevangenisstraf van 5 maanden als uitgangspunt. Daarnaast heeft verdachte gedurende een periode van bijna een half jaar deelgenomen aan een criminele organisatie en had hij harddrugs in zijn bezit op de dag dat hij werd aangehouden. De rol die verdachte had in de organisatie was sturend. Gelet op de aard en ernst van de door verdachte gepleegde feiten, en op de hiervoor genoemde oriëntatiepunten, is de rechtbank van oordeel dat een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank acht het vanuit het oogpunt van zowel speciale als generale preventie bovendien van belang dat in de strafoplegging tot uiting komt dat de handel in drugs uiteindelijk niet loont en zwaar wordt bestraft. Daarbij komt dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven ter terechtzitting. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen, zal een gedeelte van 3 maanden van deze gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport. De rechtbank zal daarbij een proeftijd van twee jaren stellen als stok achter de deur en om gedurende lange tijd ondersteuning te bieden om de risico’s op de praktische leefgebieden en daarmee het recidivegevaar te verminderen. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 9BESLAG 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de telefoons die voor het dealen zijn gebruikt, verbeurd worden verklaard. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer] terug te geven aan verdachte, nu dit zijn privételefoon is. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten: - telefoon, iPhone 7, 632399, - telefoon, iPhone 6s, 632391, - telefoon, iPhone 7, 632396, - telefoon, iPhone 7, 631947 verbeurd verklaren. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten begaan. 10VOORLOPIGE HECHTENIS 10.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgegeven op het moment dat de rechtbank een veroordelend vonnis uitspreekt. 10.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel een veroordelend vonnis onvoldoende is om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. 10.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst op 1 april
- Nu de rechtbank tot een veroordeling komt en tot oplegging van een gevangenisstraf die langer duurt dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, dient verdachte nog een deel onvoorwaardelijke gevangenisstraf te ondergaan. Gelet op de ernst van de feiten en het signaal dat van de straf moet uitgaan weegt het strafvorderlijk belang zwaarder dan het persoonlijk belang van verdachte om een eventueel hoger beroep in vrijheid af te wachten. Bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn daartoe ook niet aangevoerd. De rechtbank zal daarom de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; 2, 10 en 11b van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 3 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee
(2)jaren vast; Algemene voorwaarden - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; Bijzondere voorwaarden - als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte: * zich na het ingaan van de proeftijd binnen vijf dagen meldt bij Leger des Heils Reclassering op het adres Zeehaenkade 30, Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * zich laat behandelen door FACT Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; * op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met de medeverdachte [medeverdachte 1] , tenzij het bijzondere situaties betreft in de sfeer van familiebijeenkomsten, waarbij ook andere familieleden aanwezig zijn, onder de voorwaarde dat daarvoor vooraf toestemming wordt gevraagd aan en verkregen van de reclassering, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt; * zich niet bevindt in de gemeente Ronde Venen, buiten overleg met de reclassering, zolang de reclassering dit nodig vindt. De reclassering acht het bij een veroordeling niet gewenst dat verdachte zich begeeft in de Gemeente Ronde Venen (uitgezonderd van een bezoek aan familie, in overleg met de reclassering); * meewerkt aan controle van het gebruik van lachgas/cocaïne om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; * zich inspant om een geschikte dagbesteding te vinden en te behouden; waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: telefoon, iPhone 7, 632399, telefoon, iPhone 6s, 632391, telefoon, iPhone 7, 632396, telefoon, iPhone 7,
- Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. G. Schnitzler en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en/of Mijdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere): verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet; ( art 11b lid 1 Opiumwet) 2 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en/of Mijdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende - cocaïne, - zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en/of Mijdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (telkens) een of meerdere (gebruikers)hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of van hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 11 lid 2 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 3 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 13 november 2020 te Vïnkeveen en/of Mijdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen) en/of de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen)) - 1365,38 gram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid cocaine en/of -11 althans één of meerdere XTC-pillen en/of pillen, althans 4,62 gram (bevattende) amfetamine/MDMA/MDA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, amfetamine, MDMA en/of MDA, zijnde cocaïne, amfetamine, MDMA en/of MDA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 13 november 2020 te Vinkeveen en/of Mijdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen) en/of de [adres] te [woonplaats] (gemeente De Ronde Venen)) 15,1 gram hasjiesj en/of 86,3 gram hennep, althans één of meerdere henneptoppen althans gedroogde hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of hennep, zijnde hasjiesj/of hennep (telkens) een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 3 Opiumwet, art 11 lid 2 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) HvJ EU 2 maart 2021, ECLI:EU:C:2021:
- C-511/18, C-512/18, C-520-18, ECLI:EU:C:2020:791 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van het proces-verbaal van 5 maart 2021, genummerd 2020192768C, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1610 en het proces-verbaal van 29 april 2021, genummerd 2020192768D, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1611 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn deze processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van terechtzitting van 29 september
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1327, Dossier B. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1332, Dossier B. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1340, Dossier B. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1409 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, blad
- Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina
- Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Beslagdossier, proces-verbaal met registratienummer: PL0900-2020116878-26, pagina’s zijn ongenummerd. Beslagdossier: Beslag Locatie B: [adres] in [woonplaats] , pagina is ongenummerd Beslagdossier, proces-verbaal met registratienummer: PL0900-2020116878-23, pagina’s zijn ongenummerd. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport, pagina
- Een geschrift, te weten TMFI forensisch DNA-onderzoek d.d. 29 maart 2021, opgesteld door Dr. M. Hidding, losse bijlage, p. 2 Een geschrift, te weten TMFI forensisch DNA-onderzoek d.d. 29 maart 2021, opgesteld door Dr. M. Hidding, losse bijlage, p. 3 Een geschrift, te weten TMFI forensisch DNA-onderzoek d.d. 29 maart 2021, opgesteld door Dr. M. Hidding, losse bijlage, p. 4