RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/617 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. H.A. de Graaf), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder (gemachtigde: mr. E.A.M. Brouwers). Procesverloop In het besluit van 15 juli 2020 (primair besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) te corrigeren, afgewezen. In het besluit van 24 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Inleiding Eiser heeft verweerder verzocht om een correctie in de BRP in die zin dat hij de namen van zijn ouders toegevoegd wil zien aan zijn gegevens. Hij heeft ter onderbouwing van deze aanvraag drie documenten overgelegd. Het gaat om een Transcription du jugement supplétif van 22 augustus 2019 (jugement supplétif) en twee gewaarmerkte afschriften van een uittreksel geboorteakte van 24 augustus
- Bureau Documenten heeft deze documenten onderzocht en op 27 mei 2020 een rapport uitgebracht. Over de twee afschriften van een uittreksel van de geboorteakte heeft Bureau Documenten geconcludeerd dat deze ‘copie conforme’ zijn opgemaakt. Dat betekent dat de gegevens uit de originele geboorteakte van 22 januari 1985, genoemd in de documenten, op 24 augustus 2019 zijn overgenomen. Een jugement supplétif wordt volgens Bureau Documenten alleen opgesteld als er niet eerder een geboorte is geregistreerd. Gelet op de andere twee documenten kan dit document dus niet echt zijn, want op 22 januari 1985 is de geboorte van eiser juist wel geregistreerd. Verweerder heeft de aanvraag van eiser vervolgens afgewezen. Eiser moet volgens verweerder het originele document, genoemd in de afschriften van de geboorteakte, dat is opgesteld op 22 januari 1985 alsnog overleggen om de gevraagde correctie te kunnen doorvoeren en hij heeft dit niet gedaan. Deze beslissing heeft verweerder in bezwaar gehandhaafd. Hiertegen richt zich het beroep van eiser.Beoordeling van het beroep De rechtbank heeft de toepasselijke wetgeving opgenomen in een bijlage. Deze bijlage maakt onderdeel uit van deze uitspraak. Eiser betoogt dat hij twee keer naar Guinee is gegaan en dat de documenten die hij heeft overgelegd bij zijn aanvraag voor verweerder voldoende zouden moeten zijn om de gevraagde wijziging door te voeren. Eiser kan niet beschikken over de geboorteakte, omdat hij die nooit heeft gehad en die geboorteakte er volgens hem ook niet (meer) is. Daarom heeft hij de ‘copie conforme’ uittreksels overgelegd samen met het jugement supplétif. Dit zijn volgens eiser de enige stukken die opgevraagd en verkregen kunnen worden in Guinee. Bureau Documenten concludeert vervolgens dat de door eiser overgelegde stukken niet samen kunnen gaan en verlangt van eiser een originele geboorteakte, maar gaat eraan voorbij dat uit het algemene ambtsbericht Guinee van het Ministerie van Buitenlandse zaken van juni 2014 blijkt dat de gegevens in het bevolkingsregister in Guinee onvolledig zijn en niet nauwkeurig worden bijgehouden. Dat iets in Guinee doorgaans op een bepaalde manier gaat, laat onverlet dat het in het geval van eiser wel eens anders zou kunnen zijn gegaan. Eiser wijst op een telefoonnotitie tussen een medewerker van verweerder en een senior documentenexpert bij Bureau Documenten. Zij heeft telefonisch informatie gegeven hoe iets doorgaans gaat in Guinee, maar dat laat onverlet dat het in het geval van eiser anders zou kunnen zijn gegaan. Verweerder heeft volgens eiser niet aan zijn vergewisplicht voldaan door aan zijn besluitvorming de conclusie van Bureau Documenten ten grondslag te leggen.
- De rechtbank geeft eiser hierin geen gelijk. Een door Bureau Documenten opgestelde verklaring van onderzoek is een deskundigenadvies waarvan een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan. Eiser heeft daar geen eigen deskundigenadvies tegenover gesteld. De rechtbank toetst daarom slechts aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden of verweerder zich ervan heeft vergewist dat het deskundigenadvies zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk juist, inzichtelijk en concludent is. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is en dat verweerder dit onderzoek aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
- Wat eiser stelt, komt er op neer dat hij niet weet hoe het kan dat hij zowel over twee gewaarmerkte uittreksels van zijn geboorteakte beschikt, als over een jugement supplétif. Volgens hem kan ook niet méér van hem worden verwacht, gelet op de situatie in Guinee. Dat is echter niet zo. Van eiser mag wel verwacht worden dat hij concreet toelicht hoe het kan dat hij over deze documenten beschikt die in beginsel niet samen kunnen gaan. Uit het algemene ambtsbericht Guinee van juni 2014 volgt immers dat pas een jugement supplétif wordt afgegeven als een geboorteakte ontbreekt. Van eiser mag worden verwacht dat hij specifiek toelicht wat hij tot nu toe gedaan heeft om een originele geboorteakte te verkrijgen en hoe het komt dat aan hem deze drie documenten zijn verstrekt en niet de gevraagde originele geboorteakte. Van eiser wordt ook verwacht dat hij toelicht hoe het kan dat er, ondanks dat er een geboorteakte bestaat, toch een jugement supplétif aan hem is gegeven. Eiser heeft tijdens de zitting de suggestie gewekt dat hij ten behoeve van een eerdere legalisatieprocedure misschien toch ooit heeft beschikt over een originele geboorteakte, maar dat deze vervolgens in ongerede zou zijn geraakt. Dit is een te onduidelijk verhaal over zijn situatie. Verweerder heeft daarin en in de verwijzing naar het algemene ambtsbericht en de informatie de documentenexpert geen aanleiding hoeven zien om te twijfelen aan het deskundigenbericht van Bureau Documenten. Dat de bevolkingsregistratie in Guinee niet op orde is, kan zo zijn, maar het is aan eiser om concreet te maken dat het in zijn situatie anders is gelopen dan in het ambtsbericht als regel staat vermeld. Dat er in Guinee geen geboorteakte meer aanwezig zou zijn en dat hij daarover niet zou kunnen beschikken, heeft eiser onvoldoende onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
- Verweerder heeft vanwege de eerdere registratie van de geboorte van eiser ook geen bewijswaarde hoeven hechten aan het jugement supplétif. De rechtbank geeft eiser geen gelijk in zijn standpunt dat verweerder daarmee ‘excessief formalistisch’ zou handelen. Als eiser alleen dit jugement supplétif zou hebben overgelegd, was zijn aanvraag misschien wel ingewilligd, maar feit blijft dat dit niet de situatie is in dit geval en dat de door eiser overgelegde documenten niet samengaan. Dat vereist een concrete toelichting van eisers kant en die ontbreekt. De beroepsgrond slaagt niet.
- Verweerder heeft ook geen genoegen hoeven nemen met door de Guinese autoriteiten gecertificeerde uittreksels van de geboorteakte, zoals eiser betoogt. Verweerder heeft terecht gewezen op de strenge eisen die gesteld worden aan de BRP. De gegevens in de BRP moeten betrouwbaar en duidelijk zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Daarom mag verweerder originele aktes verwachten ter onderbouwing van die gegevens. Zolang niet is uitgesloten dat eiser zo’n originele akte kan verkrijgen, hoeft verweerder geen genoegen te nemen met een vervangend document. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
- Eiser heeft ter onderbouwing van zijn beroep verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam van 28 november
- Hij stelt dat verweerder niet voorbij kan gaan aan de gegevens van zijn ouders die op de overgelegde documenten staat vermeld, omdat zijn paspoort authentiek is bevonden en dit paspoort in het verleden heeft gediend als brondocument om andere gegevens in de BRP op te laten nemen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het paspoort bevat namelijk niet de namen van de ouders van eiser en kan dus ook niet als brondocument dienen voor het opnemen van die gegevens in de BRP.De rechtbank ziet evenmin aanleiding om in de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam van 7 april 2017 aanknopingspunten te zien voor een andere conclusie dan zij hiervoor heeft verwoord. In die uitspraak ging het om de vraag of een paspoort is afgegeven zonder dat daaraan een geboorteakte of een jugement supplétif ten grondslag lag. Dat is niet de dezelfde kwestie die in deze procedure speelt. Voor zover de uitspraak dient als onderbouwing van het standpunt dat in Guinee de praktijk anders kan zijn dan in het ambtsbericht staat beschreven, wijst de rechtbank op wat zij hiervoor al heeft overwogen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij niet (meer) zou kunnen beschikken over een originele geboorteakte. De beroepsgrond slaagt niet.
- Tot slot betoogt eiser dat de gevolgen van het bestreden besluit voor hem onevenredig zijn en hij doet een beroep op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Door van eiser te verwachten dat hij een originele geboorteakte overlegt, wordt het hem volgens hem feitelijk onmogelijk gemaakt om de identiteit van zijn ouders aan te tonen, met als gevolg dat hij geen Nederlander kan worden.
- De artikelen 2.8 en 2.58 van de Wet BRP zijn echter algemeen verbindende voorschriften en daarvan kan verweerder niet op grond van artikel 4:84 van de Awb afwijken. Alleen al daarom slaagt deze beroepsgrond niet.
- Alles overziend komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder van eiser mag verwachten dat hij bij de Guinese autoriteiten (een kopie) van zijn originele geboorteakte aanvraagt, omdat niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk zou zijn. Daargelaten de vraag of een kopie in plaats van een origineel in dit verband voldoende is voor verweerder, gaat het erom dat eiser nu alleen uittreksels van een geboorteakte heeft aangeleverd, terwijl verweerder nu juist die geboorteakte al dan niet in kopie nodig heeft om tegemoet te kunnen komen aan eisers aanvraag. Dat eiser in bewijsnood verkeert, heeft hij verder niet voldoende aannemelijk gemaakt.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier Rechter De rechter is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. BIJLAGE Wet basisregistratie personen Artikel 2.8[…]2 De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e: een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand; een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan; een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld; en verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend. Artikel 2.58 Wet BRP1 Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen. 2Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling. 3Het college voldoet binnen vier weken aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en kan de termijn, voor zover noodzakelijk, met telkens acht weken verlengen, indien het verzoek gegevens over de burgerlijke staat of de nationaliteit betreft. Het college doet terstond mededeling van de verlenging aan de verzoeker. 4 Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 5 Het college van burgemeester en wethouders doet van de uitvoering van het verzoek terstond mededeling aan de verzoeker. Zie 2.4 van het ambtsbericht van juni
- Dat volgt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4091). Zie pag. 20 van het Ambtsbericht Guinee 2014 en vergelijk de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 maart 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:2175). Zie ook de uitspraak van de ABRvS van 30 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:233). ECLI:NL:RBDHA:2017:
- ECLI:NL:RBDHA:2017:
- Vgl de uitspraak van de ABRvS van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2880). de verordening= Algemene verordening gegevensbescherming, zie artikel 1 onder y