← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:5034

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/696 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2021 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , onbekende woonplaats, eisers, en het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van verweerder van 5 januari

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eisers hebben namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 49,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eisers niets aan kunnen doen.
  5. De rechtbank heeft eisers op 9 april 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eisers het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank. Eisers hebben niet gereageerd op deze brief.
  6. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eisers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.
  7. Iemand die namens een ander beroep in beroep gaat moet ook, als de rechtbank daar om vraagt, een machtiging indienen waar in staat dat hij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 Awb. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen machtiging is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar de verondersteld gemachtigde niets aan kan doen.
  8. De rechtbank heeft [A] (hierna: [A] ) op 16 maart 2021 een brief gestuurd, waarin staat dat hij/zij een machtiging moet indienen. De rechtbank heeft [A] vervolgens op 19 juli 2021 opnieuw verzocht om binnen twee weken te reageren op de brief van 16 maart
  9. [A] heeft niet op tijd gereageerd op deze brieven.
  10. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.