RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Almere zaaknummer: 9092852 MC EXPL 21-1982 A/45353 Vonnis van 16 juni 2021 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIJSVRIJ.NL B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, verder ook te noemen Prijsvrij, eisende partij, gemachtigde: mr. F.J.M. van Rossem, tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties, van 2 maart 2021; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 17 februari 2020 heeft [gedaagde] bij Prijsvrij een pakketreis voor zes personen naar Spanje geboekt, bestaande uit een heen- en terugvlucht, verblijf in een accommodatie en de huur van een auto. Deze reis zou plaatsvinden van [.] [...] 2020 tot en met [..] [...] 2020. 2.2. De totale prijs van de geboekte vakantie bedraagt € 4.617,62. [gedaagde] heeft een aanbetaling gedaan van € 0,01. 2.3. In de aan [gedaagde] verzonden boekingsbevestiging is onder meer het volgende vermeld: ‘Op deze pakketreis zijn de ANVR-Reisvoorwaarden van toepassing en ook onze aanvullende voorwaarden. (…) U kunt de ANVR-Reisvoorwaarden vinden op www.anvr.nl/reizigersvoorwaarden.pdf en onze aanvullende voorwaarden bijgaand en op www.anvr.nl/touroperatorvoorwaarden.’ 2.4. [gedaagde] en zijn medereizigers hebben geen gebruik gemaakt van de geboekte vakantie. 2.5. Prijsvrij heeft [gedaagde] meerdere malen aangemaand om tot betaling van het restantbedrag van de pakketreis over te gaan. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan. 3Het geschil 3.1. Prijsvrij vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Prijsvrij te voldoen € 5.251,08 (bestaande uit € 4.617,61 aan hoofdsom, € 46,71 aan rente tot en met 5 februari 2021 en € 586,76 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 6 februari 2021 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Ter onderbouwing van die vordering stelt Prijsvrij – samengevat – dat [gedaagde] jegens Prijsvrij is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door het verschuldigde bedrag van € 4.617,61, ondanks sommaties, onbetaald te laten. Prijsvrij maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten nu [gedaagde] in verzuim is geraakt, respectievelijk Prijsvrij de vordering uit handen heeft moeten geven. 3.3. [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en heeft daartoe – kort gezegd – het volgende aangevoerd. In [...] 2020 was er voor Spanje code geel afgegeven vanwege de coronapandemie. [gedaagde] en zijn gezin zijn daarom niet naar Spanje vertrokken. Ook heeft een specialist in het ziekenhuis gezegd dat zij in verband met hun gezondheid niet mochten reizen. [gedaagde] heeft meerdere keren met Prijsvrij gebeld, maar Prijsvrij gaf aan dat zij gewoon op vakantie konden gaan. [gedaagde] wil niet betalen voor een vakantie waarvan hij geen gebruik heeft kunnen maken. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De tussen [gedaagde] en Prijsvrij tot stand gekomen overeenkomst betreft een pakketreisovereenkomst als bedoeld in artikel 7:500 sub b BW. Omdat [gedaagde] daarbij niet heeft gehandeld in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, is hij aan te merken als consument. Dit betekent dat de kantonrechter, voordat wordt toegekomen aan de vraag of [gedaagde] het restant van de reissom moet betalen, ambtshalve moet beoordelen of is voldaan aan de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Eén van die bepalingen betreft artikel 7:502 BW. In dit artikel is in het eerste lid de zogeheten precontractuele informatieplicht van Prijsvrij neergelegd. In de onderdelen g en h van het eerste lid is vermeld dat in de precontractuele fase aan de consument wordt verstrekt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.