← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:5158

beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/529311 / KG RK 21-614 Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2021 in de zaak van

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , hierna te noemen: [verzoekster sub 1] ,
  2. [verzoeker sub 2], wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [verzoeker sub 2]
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster sub 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , hierna te noemen: [verzoekster sub 3]
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster sub 4] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , hierna te noemen: [verzoekster sub 4] , hierna alle verzoekers tezamen te noemen: verzoekers, advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen en
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gerekwestreerde sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 3] , hierna te noemen: [gerekwestreerde sub 1] ,
  6. [gerekwestreerde sub 2], wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [gerekwestreerde sub 2] hierna alle gerekwestreerden tezamen te noemen: gerekwestreerden. 1Het verloop van de procedure 1.
  7. Op 21 oktober 2021 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot het leggen van conservatoir beslag op administratie (bewijsbeslag) annex verzoek sekwestratie en gerechtelijke bewaring. 1.
  8. De beschikking is hierna bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
  9. [gerekwestreerde sub 2] was werknemer en aandeelhouder van [verzoekster sub 4] . Bij de vaststellingsovereenkomst van 31 januari 2021 zijn partijen overeengekomen dat [gerekwestreerde sub 2] per 1 maart 2021 bij [verzoekster sub 4] uit dienst zou treden en bij overeenkomst van 26 februari 2021 zijn aandelen in [verzoekster sub 4] zou verkopen aan [verzoeker sub 2] en [verzoekster sub 3] . [gerekwestreerde sub 2] is nu nog voor 9,8% aandeelhouder in [verzoekster sub 4] . Volgens verzoekers heeft [gerekwestreerde sub 2] zich onrechtmatig gedragen jegens hen door cliënten van zijn voormalige werkgever [verzoekster sub 4] mee te nemen naar zijn nieuwe werkgever [gerekwestreerde sub 1] . [gerekwestreerde sub 2] is aansprakelijk voor de als gevolg hiervan door verzoekers geleden schade. Door misbruik te maken van deze onrechtmatige daad van [gerekwestreerde sub 2] heeft ook [gerekwestreerde sub 1] , volgens verzoekers, onrechtmatig gehandeld jegens hen en is zij naast [gerekwestreerde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de door verzoekers geleden schade. Ter onderbouwing van de stelling dat [gerekwestreerde sub 2] actief cliënten heeft bewogen afscheid te nemen van [verzoekster sub 4] en ze onder te brengen bij [gerekwestreerde sub 1] willen verzoekers bewijsbeslag leggen op (kort gezegd) notities van gerekwestreerden en correspondentie van gerekwestreerden met (oud)-cliënten van [verzoekster sub 4] . 2.
  10. De voorzieningenrechter wijst het gevraagde verlof af en overweegt daartoe het volgende. 2.
  11. Verzoekers hebben op 12 maart 2021 bij exploot [gerekwestreerde sub 2] gesommeerd om het (in)direct benaderen en bedienen van relaties van [verzoekster sub 4] onmiddellijk te staken en gestaakt te houden en ervoor zorg te dragen dat de cliënten binnen 30 dagen terugkeren in de portefeuille van [verzoekster sub 4] . De stelling van verzoekers dat de vrees voor verduistering bestaat uit het door gerekwestreerden bewust verwijderen van de notities en correspondentie is gelet op dit grote tijdsverloop sinds de sommatie niet aannemelijk gemaakt. Indien de stelling van verzoekers omtrent het benaderen van de cliënten wordt gevolgd, hebben gerekwestreerden reeds ruim de tijd gehad om eventuele notities en correspondentie met (oud)-cliënten van [verzoekster sub 4] te verwijderen. Waarom dit bewijsbeslag vereist is en niet volstaan kan worden met een incidentele vordering ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in een bodemprocedure is door verzoekers niet onderbouwd. Dit had zij wel moeten doen nu het bewijsbeslag een ingrijpend dwangmiddel is. In de brief van 1 april 2021 hebben verzoekers bovendien al aangekondigd dat conservatoire rechtsmaatregelen zullen worden gelegd. 2.
  12. Zelfs indien verzoekers de vrees voor verduistering voldoende aannemelijk hadden gemaakt, komt de voorzieningenrechter niet aan toewijzing van het gevraagde verlof toe nu deze de toets van de proportionaliteit en subsidiariteit niet doorstaat. 2.
  13. Verzoekers hebben de noodzaak van het te leggen beslag niet aannemelijk gemaakt. In het verzoekschrift wordt gesteld dat geen afdoende alternatieve middelen beschikbaar zijn om het beoogde resultaat te krijgen. Er wordt alleen niet aannemelijk gemaakt dat het beoogde resultaat (bewijs vergaren over de stelling dat [gerekwestreerde sub 2] bewust cliënten heeft benaderd om ze weg te halen bij [verzoekster sub 4] en onder te brengen bij [gerekwestreerde sub 1] ) wel te bereiken is met dit gevraagde verlof. Nergens blijkt uit dat [gerekwestreerde sub 2] notities van de gestelde feiten heeft gemaakt of daarover met gerekwestreerden schriftelijk heeft gecorrespondeerd. Deze correspondentie heeft namelijk ook telefonisch kunnen plaatsvinden. Het toewijzen van het gevraagde verlof heeft onder die omstandigheden, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, te vergaande gevolgen en lijkt te leiden tot een zogenaamde ‘fishing expedition’. Bovendien hebben verzoekers de stelling dat het bewijs zich waarschijnlijk bezwaarlijk leent voor het (alleen) horen van getuigen geen handen en voeten gegeven. Verzoekers hebben, volgens haar eigen stellingen, een duidelijk beeld van de (rechts)personen en diens bestuurders die uit haar klantenbestand zijn vetrokken waardoor de voorzieningenrechter niet inziet dat het horen van getuigen zich bezwaarlijk leent voor bewijsvoering. 2.
  14. De voorzieningenrechter heeft verzoekers niet in de gelegenheid gesteld om het verzoekschrift aan te passen nu dit geen aanleiding zal geven om alsnog verlof te verlenen tot het leggen beslag. 2.
  15. Gelet op het voorgaande kan het gevraagde verlof tot beslaglegging niet worden verleend. 3De beslissing De voorzieningenrechter weigert het verzochte verlof. Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Bokx - Boom op 22 oktober 2021 en bij haar afwezigheid ondertekend door voorzieningenrechter mr. H.A. Brouwer. .

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.