RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3274 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2021 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster (gemachtigde: mr. G. van Zon), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, (gemachtigde: mr. M.A. Bakker). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verweerder heeft op 5 augustus 2020 een besluit genomen. Op 10 augustus 2021 heeft verweerder dit besluit gewijzigd. Verweerder heeft daarmee gedaan wat verzoekster wilde, namelijk dat aan haar ex-werkneemster, [A] , per 31 oktober 2019 een IVA-uitkering wordt toegekend. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen. Dat volgt uit de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
- De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder op grond van het Bpb moet betalen vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).
- Verweerder moet op grond van artikel 8:41 lid 7 Awb ook het door haar betaalde griffierecht van € 354,- aan verzoekster betalen. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.496,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.A. Koeman, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 2 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.