RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 526324 KG ZA 21-477 MRv/48356 Kort geding vonnis van 22 oktober 2021 inzake de stichting Woningstichting Leusden, gevestigd te Leusden, verder ook te noemen Woningstichting Leusden, eisende partij, gemachtigde: mr. F. Swart, tegen: [gedaagde partij] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. E.R. Jonker. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met bijgevoegd producties 1 tot en met 10; - een akte overlegging producties van [gedaagde partij] met bijgevoegd producties 1 tot en met 5; - de mondelinge behandeling van 24 september 2021 waarvan de griffier aantekening heeft gehouden; - de pleitnota van [gedaagde partij] ; - de brief van partijen van 8 oktober 2021 met daarin de mededeling dat het partijen niet is gelukt om een regeling te treffen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 11 december 2008 heeft Woningstichting Leusden een huurovereenkomst gesloten met mevrouw [A] (hierna: [A] ). Op grond hiervan verhuurde Woningstichting Leusden de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] (hierna: het gehuurde) met ingang van 13 december 2008 voor onbepaalde tijd aan [A] . 2.2. Woningstichting Leusden heeft de Stichting Bestrijding Woonfraude en Hennepteelt (hierna: SBWH) ingeschakeld voor onderzoek naar de woonsituatie in het gehuurde. De SBWH is op 25 mei 2020 bij het gehuurde langsgegaan. [gedaagde partij] heeft toen onder meer schriftelijk aan SBWH verklaard dat zij het gehuurde vanaf 1 maart 2020 in gebruik heeft gekregen van [A] tegen betaling van een huurprijs van € 900,00 per maand, inclusief gas, water, licht en internet. 2.3. Op 26 mei 2020 heeft Woningstichting Leusden [A] gedagvaard in een bodemprocedure waarin zij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde heeft gevorderd. Op 4 juli 2020 heeft Woningstichting Leusden [gedaagde partij] gedagvaard in een bodemprocedure waarin zij ontruiming van het gehuurde heeft gevorderd. De procedures zijn door de kantonrechter gezamenlijk behandeld. 2.4. De huurovereenkomst tussen Woningstichting Leusden en [A] is per 1 augustus 2020 geëindigd. Bij vonnis van 4 augustus 2021 heeft de kantonrechter dan ook de vordering jegens [A] toegewezen voor zover deze de ontruiming van het gehuurde inhield. 2.5. Bij vonnis van 4 augustus 2021 heeft de kantonrechter de vordering jegens [gedaagde partij] afgewezen. Op het moment van vonniswijzing was de termijn van zes maanden voor het instellen van de vordering tot beëindiging van de onderhuurovereenkomst op grond van artikel 7:269 lid 2 van het BW reeds verstreken. 3Het geschil 3.1. Woningstichting Leusden vordert, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. veroordeling van [gedaagde partij] om de woning aan de [adres] in [plaatsnaam] binnen 6 maanden na betekening van het vonnis te ontruimen, met alle personen en zaken die zich daarin vanwege [gedaagde partij] bevinden, en de woning geheel leeg, behoorlijk schoongemaakt en onder overhandiging van de sleutels ter beschikking van Woningstichting Leusden te stellen met machtiging van Woningstichting Leusden om het vonnis op dit onderdeel zo nodig zelf, met behulp van de sterke arm, ten uitvoer te doen leggen; II. veroordeling van [gedaagde partij] om aan Woningstichting Leusden te voldoen € 634,73 voor elke maand of gedeelte daarvan dat het gebruik door haar van de woning na 1 september 2021 mocht voortduren. 3.2. Ter onderbouwing van die vordering stelt Woningstichting Leusden dat sprake is van pseudo-onderhuur dan wel mislukte contractsovername, zodat [gedaagde partij] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft en daarmee onrechtmatig handelt tegenover Woningstichting Leusden. 3.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.1. [gedaagde partij] betwist dat Woningstichting Leusden een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Het spoedeisend belang van Woningstichting Leusden is echter gegeven met de aard van de vordering. Indien [gedaagde partij] op dit moment zonder recht of titel in het gehuurde verblijft, is sprake is van een onrechtmatige situatie. Gelet op de krapte op de woningmarkt en de lange wachtlijsten die bestaan voor dit type woningen, heeft Woningstichting Leusden er belang bij dat zo snel mogelijk een einde wordt gemaakt aan een eventuele onrechtmatige situatie. De kantonrechter volgt [gedaagde partij] dan ook niet in haar verweer. Verdere toetsingskader in kort geding 4.2. Voor toewijzing van een voorziening zoals door Woningstichting Leusden wordt gevorderd, moet verder voldoende aannemelijk zijn dat een corresponderende vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. Gelet op het voorlopige karakter van een kort geding past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. Pseudo-onderhuur c.q. mislukte contractsovername 4.3. Op grond van artikel 7:269 lid 1 BW leidt beëindiging van de hoofdhuur tot voortzetting van de onderhuurovereenkomst door de hoofdverhuurder indien sprake is van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.