beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht Zittingsplaats: Utrecht Zaaknummer: C/16/527513 / JE RK 21-1784 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing) Zaaknummer: C/16/522340 / JE RK 21-1002 (verdeling van de zorg- en opvoedingstaken) Zaaknummer: C/16/529328 / JE RK 21-2024 (vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing) Datum uitspraak: 13 oktober 2021 Beschikking van de kinderrechter over een bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing, een vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing en een verdeling van de zorg- en opvoedtaken in de zaken van C/16/527513 / JE RK 21-1784 & C/16/522340 / JE RK 21-1002 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing en verdeling zorg- en opvoedingstaken): de gecertificeerde instelling, Samen Veilig Midden-Nederland, locatie [plaatsnaam] , hierna te noemen: de GI, en in de zaak van C/16/529328 / JE RK 21-2024 (vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing): [A] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.F.W. Veraar, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1 (voornaam)] , en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2 (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan, voor zover zij niet verzoeker zijn: [A] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.F.W. Veraar, [B] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] , de gecertificeerde instelling, Samen Veilig Midden-Nederland, locatie [plaatsnaam] , hierna te noemen: de GI, De Raad voor de Kinderbescherming, locatie [plaatsnaam] (hierna: de Raad), die is betrokken op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 1Het procesverloop 1.1. In de zaak over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken heeft de kinderrechter al eerder een beslissing genomen op 6 juli 2021. Voor het procesverloop tot die datum verwijst de kinderrechter naar die beschikking. Nadien heeft de kinderrechter geen stukken meer ontvangen in die zaak. 1.2. In de zaak over de schriftelijke aanwijzing heeft de kinderrechter de volgende stukken ontvangen: - het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing met bijlagen van de GI van 13 september 2021, ingekomen bij de griffie op 15 september 2021; - het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing met bijlage van de moeder van 27 september 2021, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum. 1.3. Op 29 september 2021 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder met haar advocaat, - de vader, - mevrouw [C] , namens de Raad, - meneer [D] , namens de GI. 2Waar gaat het over? 2.1. Het ouderlijk gezag over [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] wordt uitgeoefend door de ouders. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen moeten nemen. 2.2. [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] wonen bij de moeder. 2.3. Bij beschikking van 23 december 2020 zijn [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] onder toezicht gesteld van de GI tot 23 december 2021. De zorgregeling 2.4. Bij beschikking van 6 juli 2021 heeft de kinderrechter de zorgregeling tussen de kinderen en de vader gewijzigd en heeft bepaald dat tot de zitting van 29 september 2021 in beginsel geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en de kinderen, tenzij onder begeleiding van de gespecialiseerde hulpverlening en op aanwijzingen van de gespecialiseerde hulpverlening, waarbij deze contacten voorzichtig opgebouwd moeten worden. De kinderrechter heeft daarbij ook aangegeven dat op de zitting van 29 september 2021 verder zal worden gesproken over het verzoek van de GI tot verdeling van de zorg- en opvoedtaken. De schriftelijke aanwijzing 2.5. De GI heeft op 13 september 2021 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] . Hierin is het volgende opgenomen: de moeder dient mee te werken aan het traject parallel ouderschap dat haar helpt om het ouderschap vorm te geven en de omgang tussen de vader en de kinderen te bewerkstelligen. Ook dient de moeder, indien nodig, individuele hulpverlening te accepteren om de negatieve gebeurtenissen uit het verleden een plek te geven, zodat deze geen belemmering vormen. De verzoeken van de GI 2.6. De GI verzoekt de door de kinderrechter op 13 januari 2021 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen. Voor de motivering van de GI ten aanzien van dit verzoek, verwijst de kinderrechter naar haar vorige beschikking van 6 juli 2021. Verder verzoekt de GI de op 13 september 2021 gegeven schriftelijke aanwijzing aan de moeder te bekrachtigen. De GI legt het volgende ten grondslag aan dat verzoek. Met de moeder is een uitgebreid gesprek gevoerd om parallel ouderschap op te starten om gehoor te geven aan de oproep van de kinderrechter uit de beschikking van 6 juli 2021. Moeder heeft aangegeven absoluut niet mee te willen werken aan de vormen van hulpverlening die als doel hebben om het contact en de omgang tussen de vader en de kinderen te bewerkstelligen. Een schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk gezien de aanhoudende weigerende opstelling van de moeder met gezag waardoor hulpverlening niet van de grond komt. Moeder blijft het proces stagneren. Er is nog steeds geen omgang tussen de kinderen en de vader, terwijl de GI volgens de laatste beschikking moest onderzoeken of en op welke wijze er omgang kan zijn die veilig en onbelast is voor de meisjes. Ze zijn kwetsbaar en hebben een bepaalde somatiek, maar zijn wel in beeld bij de hulpverlening en het is niet onmogelijk om in dit opzicht, mede met de inzet van [naam instelling] , het pad van contactherstel te bewandelen. Daarbij is ook van belang dat de GI heeft aangegeven te overwegen een verzoek uithuisplaatsing bij de vader te doen, indien de moeder de komende tijd geen enkele beweging laat zien. De GI heeft bij de vader al een check gedaan en geconstateerd dat het mogelijk zou zijn en dat vader daartoe bereid is. Het verweer en verzoek van de moeder 2.7. De moeder is van mening dat contactherstel niet in het belang is van haar en de kinderen. Zij heeft geen enkel vertrouwen in de vader en wil rust voor haar en de kinderen, zodat de kinderen stabiliteit kunnen doormaken en zich rustig kunnen verder ontwikkelen. De moeder is het niet eens is met de lijn van de kinderrechter en de GI. Ze vindt het niet goed voor de kinderen om omgang met de vader te hebben gezien hun beperking. De moeder en haar netwerk kunnen de kinderen de juiste zorg geven en daarbij is verdere hulpverlening niet nodig. Zij kan de hulpverlening prima zelf organiseren. Dat betekent dat de moeder niet mee zal werken met de GI. Zij wil dan ook dat de schriftelijke aanwijzing van de GI vervallen wordt verklaard op alle punten. De moeder geeft ook aan dat wanneer de kinderrechter en de GI haar zullen dwingen om hulpverlening aan te gaan, zij zich zal terugtrekken als opvoeder en verzorger van de kinderen en de zorg volledig aan de vader over zal dragen. Het standpunt van de vader 2.8. De vader wil heel graag weer contact met de kinderen en wil dat rustig opbouwen. De vader hoopt dat een wijziging van de zorgregeling kan helpen om de omgang met de kinderen op gang te brengen. De vader is het eens met de schriftelijke aanwijzing en de gang van zaken van de GI. Het standpunt van de Raad 2.9. De Raad vindt de situatie erg complex en vindt dat de moeder aan de slag moet gaan met zichzelf. Er zit nog veel verdriet en woede bij de moeder. Daardoor lukt het de moeder onvoldoende om naar het belang van de kinderen te kijken. Want als beide ouders echt in het belang van de kinderen zouden handelen, zouden zij met elkaar om tafel moeten zitten. En gelet op de rugzak en opvoedvraag van de kinderen, is het van belang om goede afspraken te maken en zijn er regels en structuur nodig. Parallel ouderschap is een van de weinige mogelijkheden waarin de ouders het traject afzonderlijk kunnen doen. De Raad is daar voorstander van. Verder is het goed om alvast vast te leggen dat er gewoon omgang moet komen tussen de vader en de kinderen onder begeleiding tijdens het traject parallel ouderschap. Vanuit daar kan verder worden gekeken naar de opbouw van het contact tussen de vader en de kinderen. De Raad vindt het namelijk voor de ontwikkeling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] van belang dat op korte termijn wordt gewerkt aan contactherstel met de vader. Waar moet de kinderrechter nog op beslissen? 2.10. In de kern gaat het geschil over het contact tussen de vader en de kinderen. Dat ligt op drie verschillende juridische manieren voor. De kinderrechter moet beslissen op: het verzoek van de GI om de zorgregeling tussen de kinderen en de vader te wijzigen; het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing aan moeder te bekrachtigen; het verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. 3De beoordeling De schriftelijke aanwijzing De conclusie 3.1. De schriftelijke aanwijzing van de GI bestaat uit twee delen: Deel I: het meewerken door de moeder aan het traject parallel ouderschap. Deel II: het accepteren van individuele hulpverlening door de moeder om de negatieve gebeurtenissen uit het verleden een plek te geven. Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting kan naar het oordeel van de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing van de GI gedeeltelijk worden bekrachtigd. Namelijk het eerste deel dat toeziet op het meewerken aan parallel ouderschap door de moeder. De kinderrechter zal verder het tweede deel dat toeziet op het meewerken aan individuele hulpverlening vervallen verklaren. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Het tweede gedeelte van de schriftelijke aanwijzing zal vervallen worden verklaard. Het overige gedeelte van het verzoek van de moeder zal worden afgewezen. De kinderrechter zal dat hierna uitleggen, maar zal eerst het toetsingskader bespreken. Het toetsingskader 3.2. De GI is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Een ondertoezichtstelling geeft de GI bepaalde bevoegdheden en brengt ook verplichtingen voor ouders met gezag mee. Een ondertoezichtstelling beperkt namelijk het gezag van de ouders. Als een ouder niet wil meewerken aan de (uitvoering van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.