RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3321 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen [eiser] te [woonplaats] , eiser en Sociale Verzekeringsbank, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 4 september 2020 tegen het besluit van verweerder van 27 augustus
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- De rechtbank moet beoordelen of verweerder het bezwaar van eiser in het besluit van 27 augustus 2020 niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren, omdat eiser het bezwaarschrift niet zou hebben ondertekend.
- Eiser heeft in zijn brieven van 1 maart 2021 en 18 juni 2021 aan de rechtbank – samengevat – geschreven dat hij niet begrijpt dat er constant wordt gezegd dat hij geen handtekening heeft gezet. Dat heeft hij al diverse keren wel gedaan. Eiser begrijpt ook niet waarom hij geen AOW-uitkering krijgt van verweerder. Eiser heeft de AOW-uitkering nodig om de opslag van zijn huisraad te betalen.
- De rechtbank stelt op basis van de dossierstukken vast dat eiser zijn bezwaarschrift van 23 maart 2020 niet heeft ondertekend. Verweerder heeft eiser vervolgens op 15 juli 2020 de mogelijkheid gegeven om alsnog een handtekening onder het bezwaarschrift te zetten. De rechtbank stelt op basis van de dossierstukken vast dat eiser van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Verweerder mag het bezwaar dan niet-ontvankelijk verklaren. Het bezwaarschrift voldoet dan namelijk niet aan de wettelijke eisen.
- Wat eiser in beroep aanvoert, geeft de rechtbank geen aanknopingspunt voor een ander oordeel. Dat eiser diverse keren een handtekening heeft gezet (zoals onder de aanvraag voor een AOW-uitkering en het beroepschrift), is niet hetzelfde als een handtekening onder het bezwaarschrift. De handtekeningen zijn ook verschillend. Dat eiser het beroepschrift heeft ondertekend, betekent niet dat hij daarmee het ontbreken van de handtekening onder het bezwaarschrift alsnog heeft gecorrigeerd. Het beroep is kennelijk ongegrond.
- Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd deze rechter uitspraak te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 8:54 van de Awb