← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:5783

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3634 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: mr. S.K. Rijvers). Procesverloop Op 13 oktober 2020 heeft mr. J.S.W. Boorsma namens eiser pro forma beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 september 2020 (het bestreden besluit). Overwegingen

  1. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep, dat geagendeerd stond om op 12 januari 2021 op zitting te worden behandeld, aangehouden. Partijen hebben er geen bezwaar tegen dat de rechtbank uitspraak zal doen zonder een behandeling op zitting. Zij hebben de rechtbank naar aanleiding van haar brief van 30 april 2021 immers niet meegedeeld dat zij op zitting willen worden gehoord.
  2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
  3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 19 oktober 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. In een e-mailbericht van 5 januari 2021 heeft mr. J.S.W. Boorsma, die het pro forma beroep heeft ingesteld namens eiser, aan de rechtbank medegedeeld dat hij geen gemachtigde meer is van eiser. Mr. J.S.W. Boorsma heeft op 28 oktober 2020 aan eiser bericht dat hij voor het vervolg van de procedure een andere advocaat moest zoeken voor het aanvullen van het adres en de gronden van het beroep.
  4. Vervolgens heeft de rechtbank eiser bij aangetekend verzonden brief van 8 januari 2021, verzonden aan het adres [adres] te [woonplaats] , nogmaals gewezen op deze verzuimen en is hij verzocht om deze uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiser niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
  5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De beslissing is uitgesproken op 25 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.