RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.283095.20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 1 december 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1966] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 november
(2)jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Benadeelde partij wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 20.267,04; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2009 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 33,22; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 20.267,04 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2009 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 136 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Falkmann, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en E.C. Ruinaard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 december 2021. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 12 juni 2009 te Veenendaal, althans in Nederland, met (zijn minderjarige dochter) [slachtoffer] , geboren op [1994] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten (telkens) meermalen, in elk geval eenmaal - het duwen/ brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of - het betasten/aanraken van de borst(
- en)en/of vagina en/of schaamstreek en/of billen van die [slachtoffer] (op en/of onder de kleding) en/of - het lichaam van die [slachtoffer] tegen zijn, verdachtes, lichaam en/of zijn, verdachtes, (stijve/harde) geslachtsdeel aantrekken en/of - zich aftrekken/masturberen terwijl die [slachtoffer] zich in de nabijheid van verdachte en/of in dezelfde ruimte bevond; ( art 245 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 12 juni 2009 te Veenendaal, althans in Nederland, met (zijn minderjarige dochter) [slachtoffer] , geboren op [1994] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) - het betasten/aanraken van de borst(
- en)en/of vagina en/of schaamstreek en/of billen van die [slachtoffer] (op en/of onder de kleding) en/of - het lichaam van die [slachtoffer] tegen zijn, verdachtes, lichaam en/of zijn, verdachtes, (stijve/harde) geslachtsdeel aantrekken en/of - zich aftrekken/masturberen terwijl die [slachtoffer] zich in de nabijheid van verdachte en/of in dezelfde ruimte bevond; ( art 247 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 5 november 2020, genummerd PL0900-2019136879, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 48. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De bewijsmiddelen worden zakelijk weergegeven. Een proces-verbaal van aangifte van 6 februari 2019, pagina 1. Een proces-verbaal van aangifte van 6 februari 2019, pagina 4. Een proces-verbaal van aangifte van 6 februari 2019, pagina 5. Een proces-verbaal van aangifte van 6 februari 2019, pagina 7. Een proces-verbaal ter terechtzitting van 17 november 2021. Een schriftelijk bescheid, bijlage 1 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 45.