← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:5944

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer: 531212 / HA RK 21-310 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 3 december 2021 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van: [verzoeker] wonende te [woonplaats] , (verder te noemen verzoeker), Heffingsambtenaar van de Gemeente [gemeente] , verweerder in de procedure, (verder te noemen de belanghebbende), gemachtigde: J. Tammel. 1De procedure 1.

  1. Verzoeker heeft op 29 november 2021 een verzoek ingediend tot wraking van mr. K. de Meulder (verder: de rechter) in de zaak met zaaknummer UTR 20/
  2. 1.
  3. De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling. 2De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek 2.
  4. Artikel 8:15 Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 2.
  5. Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan. 2.
  6. In de hiervoor genoemde zaak is op de zitting van 24 november 2021 mondeling beslist. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak is geëindigd. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter de mondelinge beslissing had genomen. Het wrakingsverzoek is dan ook na de einduitspraak gedaan. Dat de mondelinge beslissing van de rechter na de zitting nog schriftelijk vastgelegd wordt, doet daaraan niet af omdat de inhoud van de beslissing bij de mondelinge uitspraak al vastligt. 2.
  7. Dit betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. 3De beslissing De wrakingskamer: 3.
  8. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 3.
  9. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de belanghebbende, en aan de teamvoorzitter van het team, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. A.C. van den Boogaard en mr. R.M. Berendsen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december
  10. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.