← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:6028

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/1147 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2021 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder, (gemachtigde: D.T. de Winter). Procesverloop Op 9 februari 2021 heeft verweerder aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 69,

  1. In de uitspraak op bezwaar van 15 februari 2021 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 23 september
  2. Eiser en de gemachtigde van verweerder hebben deelgenomen in aan de zitting. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  3. De rechtbank geeft voor haar oordeel de volgende motivering.
  4. Eiser heeft zijn auto (met kenteken [kenteken] ) op 28 januari 2021 om 13:33 uur geparkeerd aan de [locatie] in Utrecht. Er geldt daar betaald parkeren. Omdat eiser geen parkeerbelasting heeft voldaan, heeft verweerder hem een naheffingsaanslag opgelegd. Eiser heeft dit ook erkend.
  5. Eiser stelt dat het onmogelijk is om aan de regels voor het betalen van parkeerbelasting te voldoen, omdat hij niet wil en/of kan betalen met een bankpas of smartphone. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het betalen van parkeerbelasting kan namelijk ook per sms, zodat het voor eiser niet onmogelijk is de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Eiser heeft immers wel een mobiele telefoon met een sms-functie.
  6. Eiser heeft verder aangevoerd het oneens te zijn met het algemene parkeerbeleid in Utrecht. De rechtbank overweegt hierover dat de regels over het parkeren door de gemeenteraad worden vastgesteld. Zij hebben daarbij een ruime bevoegdheid. Dit parkeerbeleid hebben zij vastgesteld in de Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen
  7. Deze verordening kan aangemerkt worden als een algemeen verbindend voorschrift. Dat wil zeggen dat tegen deze verordening geen rechtsmiddel kan worden ingesteld.
  8. Omdat eiser geen parkeerbelasting heeft betaald op een plaats waar dit wel moest, is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser is opgelegd. Het beroep is ongegrond.
  9. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit proces-verbaal is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.