RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-161341-21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 december 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2001] te Leeuwarden,wonende aan de [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2021. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.M. van Lenthe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. van Biljouw, advocaat te Breukelen, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 op 28 juni 2021 te [plaats] samen met een ander opzettelijk in harddrugs heeft gedeald dan wel dat hij samen met die ander opzettelijk harddrugs aanwezig heeft gehad; Feit 2 primair in de periode van 23 juli 2020 t/m 28 juni 2021 samen met een ander heeft gedeald in softdrugs; subsidiair op 28 juni 2021 te [plaats] samen met een ander opzettelijk softdrugs aanwezig heeft gehad. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met dien verstande dat ten aanzien van feit 1 alleen het in vereniging opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs kan worden bewezen en dat de pleegperiode van feit 2 primair dient te worden beperkt tot de periode tussen 10 oktober 2020 en 28 juni 2021. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde en daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Er is geen bewijs voor de handel in harddrugs en ook is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om vast te stellen dat verdachte opzettelijk harddrugs aanwezig heeft gehad. Harddrugs is aangetroffen op een plank in de schuur van de woning waar verdachte verbleef. Niet duidelijk is waar de harddrugs zich bevond in de woonkamer. In het dossier zijn geen aanwijzingen te vinden die erop wijzen dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van deze harddrugs. Het enkele feit dat er ‘nep’ xtc-pillen zijn aangetroffen op de kamer van verdachte kan niet bijdragen aan de overtuiging dat verdachte moet hebben geweten, of redelijkerwijs kon weten, dat er harddrugs in de schuur lagen. De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 net als de officier van justitie verzocht om de pleegperiode in te korten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Partiële vrijspraak voor handelen in harddrugs Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen bewijs bevat voor de verdenking dat verdachte op 28 juni 2021 al dan niet in vereniging heeft gehandeld in harddrugs. Verdachte zal voor feit 1, voor zover dit ziet op het dealen in harddrugs, dan ook partieel worden vrijgesproken. Bewezenverklaring handel in softdrugs Op grond van onderstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte en medeverdachte zich in de periode van 18 oktober 2020 tot en met 28 juni 2021 schuldig hebben gemaakt aan de handel in soft drugs. Bewijsmiddelen Op 28 juni 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op het woonadres van verdachte. In het hierover opgemaakte proces-verbaal is onder meer het volgende gerelateerd: Een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in een woning, [adres] [woonplaats] . (…) 1e verdieping - Een slaapkamer (slaapkamer 2) waar [verdachte] aanwezig was, voorafgaand aan het binnentreden. - Een zolderruimte met 2 bedden, één aan de achtertuinzijde en één aan de voortuinzijde, waar [medeverdachte] aanwezig was, voorafgaand aan het binnentreden (…) Tijdens de doorzoeking van de woning werd het volgende in beslag genomen: - 1 blok Hasj (Slaapkamer 2 / kledingkast / plank 2 / in Bosman-tas) - 2 zakjes wit poeder (Woonkamer / voorraadkast / in AH-tas) - 2 zakjes wit poeder (Schuur / schap kolom 2 / plank 1 / in plastic tas) -1 zakje wit poeder (Dakgoot voordeurzijde / uit zolderraam gegooid) -1 weegschaal TW-100-GB (aangetroffen voor de voordeur / uit zolderraam gegooid) -1 smartphone iPhone 6/7 grijs (Zolder / op bed voortuinzijde) -1 GSM-telefoon Nokia blauw (aangetroffen voor de voordeur / uit zolderraam gegooid) -1 GSM-telefoon Nokia zwart (slaapkamer 2 / kledingkast / kolom 2 / plank 2 / in doos) -1 tas met diverse lege ponypacks Charlie Chaplin (schuur / kolom 2 / plank 4) -1 zak wiet (schuur / schap kolom 2 / plank 4) -1 zak wiet (woonkamer / muurkastje / in bruin handtasje) Uit een proces-verbaal van bevindingen van 28 juni 2021 blijkt onder meer het volgende: 28 juni 2021 op de [adres] te [plaats] als lid van de Ondersteuningsgroep Midden-Nederland. (…) Ik zag dat op het moment dat de leden van de Ondersteuningsgroep de deur probeerden te openen dat er goederen vanaf de tweede verdieping naar beneden werden gegooid. Ik zag dat de goederen in een rechte lijn naar beneden vielen, waardoor ik kon vaststellen dat de goederen uit het voor mij rechterdakraam werden gegooid. Ik liep naar het trottoir bij de voordeur en zag een zogeheten 'burn' telefoon op de grond liggen. Ik zag dat deze telefoon blauw van kleur was van het merk: Nokia. Ik zag dat de batterij uit de telefoon lag en vlakbij de telefoon op de grond lag. Ik zag ook een klein weegschaaltje op de grond liggen, welke mij bekend is als weegschaal om verdovende middelen mee af te wegen. Uit een proces-verbaal van aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte] van 28 juni 2021 blijkt onder meer het volgende: Verdachte: [medeverdachte] . (…) Op 28 juni 2021 betrad ik ter aanhouding de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] . (…) Terwijl ik de woning betrad, hoorde ik één van mijn collega's zeggen dat er een mobiele telefoon uit het zolderraam was gegooid. Enkele seconden later kwam ik op de zolderverdieping aan. (…) Toen ik de zolder betrad, zag ik dat er uiterst aan de linkerzijde een bed stond en dat er uiterst aan de rechterzijde een bed stond. Ik zag dat de verdachte [medeverdachte] naast het bed aan de linkerkant van de zolder stond. Ik zag dat er achter hem een zolderraam open stond. Ik zag dat hij met zijn rug naar mij toe stond en met zijn gezicht in de richting van het dakraam. Ik zag dat hij zijn handen omhoog hield. Uit een proces-verbaal van onderzoek naar verdovende middelen van 27 juli 2021 blijkt onder meer het volgende: Sporendrager Goednummer: PL0900-2021192888-2841839 Object: Keukenartikel (Weegschaal) Merk/type: On Balance Tw-100-Gb Bijzonderheden: Uit het raam gegooid Omschrijving: Weegschaal Door ons werden sporen van cocaïne aangetroffen op de bovenzijde van de weegschaal. Uit een proces-verbaal van onderzoek naar verdovende middelen van 2 juli 2021 blijkt onder meer het volgende: Goednummer: PL0900-2021192888-2841616 SIN: AAPD2762NL Relatie met SIN: AAOV8059NL Object: Verdovende mid (Cocaïne Crack) Bijzonderheden: Dakgoot / uit het zolderraam gegooid Omschrijving: Plastic zakje met wit poeder Gewicht netto: 8,44 gram Monster B SIN: AAOV8059NL Relatie met SIN: AAPD2762NL Bijzonderheden: Indicatie fenacetine middels ftir Indicatieve test van monster: Trunarc: Paracetamol FTIR: Fenacetine (…) Goednummer: PL0900-2021192888-2841606 SIN: AAPD2761NL Relatie met SIN: AAOV8027NL, AAOV8028NL Bijzonderheden: Schuur / kolom 2 / plank 1 Omschrijving: Plastic zakjes met wit poeder en groene tabletten Gewicht netto: 22,46 gram Aantal monsters: 2 Monster D SIN: AAOV8027NL Relatie met SIN: AAPD2761NL Plaats veiligstellen: Plastic met 20,02 gram wit poeder Monster E SIN: AAOV8028NL Relatie met SIN : AAPD2761NL Plaats veiligstellen : Plastic met 1,44 gram groene tabletten (…) Goednummer: PL0900-2021192888-2841584 Relatie met SIN: AAOV8025NL, AAOV8026NL Bijzonderheden : Woonkamer / voorraadkast Omschrijving : Plastic zakjes met witte poeders Gewicht netto : 44,86 gram Monster F SIN : AAOV8025NL Relatie met SIN : AAPD2766NL Plaats veiligstellen: Plastic met 3,17 gram wit poeder Het NFI heeft onderzoek verricht aan een aantal monsters van de bij de doorzoeking van 28 juli 2021 aangetroffen sporen. Uit de hierover opgemaakte NFI-rapporten blijkt onder meer het volgende: AAOV8025NL: poeder, wit, uit 3,17 gram: bevat cocaïne. AAOV8027NL: poeder, wit, uit 20,02 gram: bevat cocaïne. AAOV8028NL: tablet, groen, uit 1,44 gram: bevat MDMA. Uit een proces-verbaal van relaas van 13 juli 2021 blijkt onder meer het volgende: Het is de politie ambtshalve bekend dat paracetamol en fenacetine worden gebruikt als versnijdingsmiddel voor cocaïne. Uit een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , de moeder van verdachte, blijkt onder meer het volgende: V: U gaf ook aan dat u vaak niet thuis durft te komen als [medeverdachte] en [verdachte] in de woning zijn. Als u niet thuis bent, waar verblijft u dan? A: Bij mijn moeder, in [woonplaats] . Ik ben daar heel vaak. Sinds [verdachte] naar huis kwam met die enkelband, kom ik misschien nog maar 1 of 2 keer naar de [adres] . En dan ben ik er heel kort. Verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard: Ik heb in november 2020 en februari 2021 gedeald in softdrugs. Het is goed mogelijk dat ik in de maanden daartussen ook in korte periodes in softdrugs heb gedeald. Uit een proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2021 blijkt onder meer het volgende: Ik onderzocht een smartphone van het navolgende merk en type: iPhone 6S. Dit toestel was tijdens een fouillering op woensdag 26 april 2021 aangetroffen in de kleding van de toen aangehouden verdachte [medeverdachte] . (…) Apple ID : [Apple ID] IMEI : [IMEI] MSISDN-1: [MSISDN-1] (in gebruik bij [medeverdachte] ) MSISDN-2: [MSISDN-2] (in gebruik bij [verdachte] ) Owner Name: [Owner Name] Op basis van onderzoek in de basisregistratie personen zag ik bij de namen ‘ [A] ’ en [B] het volgende. De moeder van de verdachte heet [naam moeder] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1984] . [F] heeft uit een andere relatie twee kinderen verwekt, namelijk: - [C] , geboren te [geboorteplaats] op [2013] ; - [D] , geboren te [geboorteplaats] op [2015] . [A] en [B] zijn dus halfbroertjes van de verdachte. Gezien het feit dat dit toestel in de kleding van de verdachte is aangetroffen, in combinatie met laatstgenoemde bevindingen, is het zeer waarschijnlijk dat dit toestel in gebruik in bij de verdachte ( [medeverdachte] ). Tevens is het, gezien de leeftijden van [A] en [B] , niet waarschijnlijk dat zij de gebruikers van het toestel zijn. Onderzoek aan het telefoonnummer [MSISDN-2] wees uit dat dit telefoonnummer door de politie op 3 september 2020 was gekoppeld aan [verdachte] . (…) Ik zag een aantal chatgesprekken die duidden op het verwerken, verhandelen, dan wel doorverhandelen van verdovende middelen, in het bijzonder henneptoppen. (…) (Owner) [mailadres] en [mailadres] Tussen in de titel genoemde deelnemers zag ik een gesprek over de periode tussen 3 februari 2021 en 22 april 2021. Ik zag dat deze gesprekken opgesomd gingen over: - het kennelijk verpakken van ‘amnesia’ en ‘AMG’. Het is mij ambtshalve bekend dat Amnesia een benaming is voor een specifieke wietsoort. Dit geldt tevens voor AMG (Amnesia Mac Ganja); - gesprekken voor het aankopen van softdrugs; - gesprekken waarbij [verdachte] wordt genoemd. (…) (Owner) [mailadres] en [mailadres] Tussen in de titel genoemde deelnemers zag ik een gesprek over de periode tussen 2 februari 2021 en 23 april 2021. Ik zag dat deze gesprekken opgesomd gingen over: - het halen van testers; - het doorverhandelen/van elkaar afnemen van wiet (‘wierrie’) (Owner) [mailadres] en [mailadres] Tussen in de titel genoemde deelnemers zag ik een gesprek over de periode tussen 21 juli 2020 en 25 april 2021. Ik zag dat deze gesprekken opgesomd gingen over: - het delen van videobestanden waarop henneptoppen zichtbaar zijn; - het verpakken van toppen in strijkzakken; - het verhandelen/doorverhandelen van hennep ; - het over en weer sturen van betaalverzoeken; - de aankoop van partijen vals geld. Blijkens de politieregisters is het telefoonnummer [telefoonnummer] op 17 maart 2021 door de politie gekoppeld aan [verdachte] . (…) Chat 1 [verdachte] zegt op 4 december 2020 vanaf 20:33 uur tegen ‘owner’ dat ‘die wier in een tas' moet worden afgeleverd aan een persoon. ‘Owner’ vraagt hoe dat moet, omdat mama en [E] ook hier zijn. Uiteindelijk is de betreffende persoon aanwezig. Chat 2 [verdachte] zegt op 3 februari 2021 tegen ‘owner’ dat hij met de weegschaal en goeie toppen op pad moet. ‘Owner’ zegt hierop dat hij niet thuis is en niet weet waar de weegschaal is. Op de iPhone 6S die toebehoorde aan medeverdachte [medeverdachte] zijn verdere WhatsApp-gesprekken tussen verdachte en de medeverdachte aangetroffen. Hieruit blijkt onder meer het volgende: 18 oktober 2020. From: [mailadres] .. (owner) To: [mailadres] 1 zakje? [mailadres] weeg 10gr (…) From: [mailadres] .. (owner) To: [mailadres] [G] zei hij had 2 half gepakt (…) 30 oktober 2020. [mailadres] even bellen haal die weegje (…) 26 november 2020. [mailadres] doe die vacuum zakken open maken in strijkzakken die schimmel moet eruit. die verrote toppe. je moet nette van vieze houden 19 januari 2021 [mailadres] pak die zak en weeg en ga naar die man snel From: [mailadres] .. (owner) To: [mailadres] isgoed 13 maart 2021 [mailadres] maak het alvast kom eraan en maak netjes kleine brokjes From: [mailadres] .. (owner) To: [mailadres] Waar Ik ga zo weg [mailadres] boven bij [E] zn kastje die kleine 20 april 2021 [mailadres] mama komt zo maak alles schoon Uit een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2021 blijkt onder meer het volgende: Vanaf maandag 5 juli 2021 onderzocht ik een smartphone van het navolgende merk en type: Apple iPhone 6. Dit toestel was tijdens een doorzoeking in de woning aan de [adres] in [plaats] , op 28 juni 2021, aangetroffen op een bed. Dit bed bevond zich op de zolder, aan de voortuinzijde. In deze zolderruimte werd die dag omstreeks 09:05 uur, de navolgende verdachte aangehouden: [medeverdachte] . Ik zag dat het toestel over de volgende kenmerken beschikte, met betrekking tot gekoppelde gebruikersgegevens: Apple-ID : [Apple ID] Owner Name: [Owner Name] Ik zag dat op diverse apps in het toestel de accountnaam [Apple ID] was geconfigureerd. Ik zag in het toestel diverse ‘selfie’-foto’s, waarop ik de afgebeelde verdachte als zodanig herkende. Van deze afbeeldingen kon onmiskenbaar worden vastgesteld dat deze door dit toestel zijn gecreëerd. (…) Instagram-chat tussen [Owner Name] (Owner) en ‘ [H] ’ Ik zag een chat waarbij door [H] werd gevraagd om haze. Het is de politie ambtshalve bekend dat haze een benaming is voor hennep/wietproducten. ‘Dyna’ is een krachtterm voor ‘goedV’sterk’. De gehele chat vond plaats in de periode tussen 29 december 2020 en 30 maart 2021. (…) Whatsapp-chat tussen (Owner) en ‘ [mailadres] Ik zag een chat waarbij werd gesproken over prijzen en verhoudingen met betrekking tot gruis en toppen en hoe één en ander onderling zou worden verdeeld. Ook wordt er gesproken over ‘amnesia’ en ‘gorilla’. Opvallend hieraan is dat ‘ [I] ’ de gebruiker hier ‘ [verdachte] ’ lijkt te noemen. De gehele chat vond plaats in de periode tussen 7 mei 2021 en 25 mei 2021. (…) Whatsapp-chat tussen (Owner) en ‘ [mailadres] Ik zag een chat waarbij werd gesproken over: - Het samen verhandelen van wiet (wierrie); - Het wegen en inpakken van toppen in de schuur. Onderzoek aan het genoemde telefoonnummer van ‘ [J] ’ wees uit dat dit telefoonnummer vanaf 17 maart 2021 bij de politie geregistreerd staat op naam van [verdachte] . De gehele chat beslaat een periode tussen 8 mei 2021 en 21 mei 2021. Uit een proces-verbaal van bevindingen van 29 juli 2021 blijkt onder meer het volgende: Ik onderzocht 7 in beslag genomen simkaarten. Deze simkaarten waren op maandag 28 juni 2021 tijdens een doorzoeking in de woning aan de [adres] in [plaats] in beslag genomen. Deze simkaarten lagen op diverse plaatsen in de woning verspreid. (…) Tevens is tijdens de genoemde doorzoeking een zwarte GSM-telefoon, niet zijnde een smartphone, van het merk Nokia aangetroffen. (…)Ik zag tevens dat er geen SIM-kaarten in de telefoon zaten. Ik zag dat de telefoon een Dual-SIM-toestel betrof, met hierop de navolgende IMEI-nummers afgebeeld: [IMEI] Hierop zijn van de genoemde 2 IMEI-nummers en de genoemde 7 telefoonnummers de historische verkeersgegevens (printlijsten) gevorderd .(…) Ik zag op de printlijst (waarbij beide IMEI-nummers zijn samengevoegd omdat dit dus hetzelfde toestel betreft) opgesomd het volgende: Aantal contactsporen:1412. Contactperiode: tussen 28-01-2021 en 10-04-2021. Aantal telefoonnummers: 204. (…) Ik zag tevens dat over de genoemde contactperiode 4 SIM-kaarten met gekoppelde telefoonnummers in het toestel waren geplaatst, inclusief het aantal contactsporen per telefoonnummer. Ik zag hierbij dat 2 van de 4 telefoonnummers ( [telefoonnummer] en [telefoonnummer] ) overeenkwamen met de telefoonnummers, gekoppeld aan 2 van de 7 eerdergenoemde aangetroffen SIM-kaarten. (…) Op basis van bovenstaande kan worden vastgesteld dat de 2 bovengenoemde SIM-kaarten binnen de eerdergenoemde contactperiode in de zwarte Nokia waren geplaatst en daadwerkelijk waren gebruikt. (…) Van de genoemde 2 telefoonnummers zijn de tenaamstellingen via het CIOT gevorderd en verkregen. Deze lijst met tenaamstellingen toonde ik aan collega [collega] . Van deze 2 telefoonnummers is per nummer een lijst met contactgegevens samengesteld. Per lijst kon collega [collega] met zekerheid vaststellen welke contacten bij hem bekend staan als (hard)drugsgebruiker, en/of afnemer. (…) Contacten op telefoonnummer [telefoonnummer] : Collega [collega] heeft op dit telefoonnummer 25 contacten aangewezen waarvan hij zeker was dat dit (hard)drugsgebruikers zijn. (…) Contacten op telefoonnummer [telefoonnummer] :Collega [collega] heeft op dit telefoonnummer 23 contacten aangewezen waarvan hij zeker was dat dit (hard)drugsgebruikers zijn. Bewijsoverwegingen Opzettelijk in vereniging aanwezig hebben van harddrugs Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat op verschillende plaatsen in de woning waar verdachte ten tijde van de doorzoeking samen met zijn medeverdachte woonde, harddrugs is aangetroffen. De moeder van verdachte heeft verklaard op dat moment al langere tijd zelden tot nooit meer in de woning te komen. Verdachte en zijn broer beschikten dus, op het moment van het aantreffen van de harddrugs, al gedurende enige tijd feitelijk als heer en meester over de woning en de bijbehorende schuur. In beginsel worden zij dan ook geacht te hebben geweten wat zich in ieder geval gedurende deze tijd in de woning en de schuur bevond. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank ook af dat de medeverdachte, op het moment dat de politie de woning ging doorzoeken, vanaf de zolderkamer een zakje met poeder, een ‘burn’-telefoon en een weegschaal uit het raam gooide. Het zakje bleek later versnijdingsmiddel voor cocaïne te bevatten en op de weegschaal zijn cocaïneresten aangetroffen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan dit handelen van de medeverdachte niet anders worden uitgelegd dan het proberen te verhullen dan wel wegmaken van voorwerpen die zijn gerelateerd aan het bezit van dan wel de handel in harddrugs. De rechtbank constateert ook dat op dezelfde plank waarop in de schuur cocaïne is aangetroffen, een zak wiet lag. Onder feit 2 verklaart de rechtbank in deze strafzaak bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte in de acht maanden voorafgaand aan de doorzoeking heeft gehandeld in onder meer wiet. Voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, maken dat de rechtbank geen geloof hecht aan de verklaring van verdachte dat hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van harddrugs in de schuur of op andere plekken in de woning. Concluderend is het onder feit 1 ten laste gelegde bezit van harddrugs in vereniging wettig en overtuigend bewezen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 op 28 juni 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van tenminste 1,44 gram van een materiaal bevattende MDMA en een hoeveelheid van tenminste 20,02 gram en 3,17 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Feit 2 primair in de periode van 18 oktober 2020 tot en met 28 juni 2021 te [plaats] meermalen (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en verstrekt een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Feit 2 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. . 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Gelet op de lage frequentie waarmee verdachte naar het oordeel van de verdediging in softdrugs heeft gehandeld dient een eventueel op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf in duur beperkt te blijven tot de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De verdediging heeft verder verzocht om, indien en voor zover de rechtbank overweegt om reclasseringstoezicht op te leggen, (een) contactverbod(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.