RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/1872 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. I. Rhodes), en Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder (gemachtigde: mr. W. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 4 november 2019 (het primaire besluit I) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 19 augustus 2019 om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen. Bij besluit van 5 februari 2020 (het primaire besluit II) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 19 november 2019 om een bijstandsuitkering op grond van de Pw afgewezen. Bij besluit van 25 april 2020 (het bestreden besluit I) heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten I en II ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2021 door middel van een Skype-beeldverbinding. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen
- In geschil zijn de aanvragen van eiseres om bijstand naar de norm van een alleenstaande van 19 augustus 2019 en 22 november
- Ter zitting is gebleken dat eiseres sinds augustus 2020 weer bijstand ontvangt.
- Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvragen van eiseres terecht zijn afgewezen. Volgens verweerder leeft eiseres niet duurzaam gescheiden van haar echtgenoot. Ook stelt verweerder dat de financiële situatie van eiseres onduidelijk is. Hierbij is - onder andere - van belang dat is gebleken dat eiseres op 5 maart 2019 een bedrag van € 39.539,- aan schadevergoeding op haar rekening gestort heeft gekregen voor gestolen goederen. Volgens verweerder is onduidelijk wat er met dat geld is gebeurd en welke sieraden eiseres nog in haar bezit heeft. Tevens is volgens verweerder onduidelijk waar eiseres van heeft geleefd vanaf november
- Als gevolg hiervan is niet vast te stellen of eiseres in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert.
- Eiseres voert in beroep aan dat zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot en dat er een echtscheidingsverzoek is ingediend. De echtgenoot van eiseres is nog wel enkele malen bij haar woning geweest in verband met het overlijden van enkele familieleden. De kinderen hadden op dat moment een vader nodig. Op 26 januari 2021 heeft eiseres een echtscheidingsbeschikking overgelegd. Over de financiële situatie voert eiseres aan dat een inboedelverzekering wordt afgesloten per adres. Daarom waren ook de kinderen van eiseres meeverzekerd. Het is daarom niet zo dat het hele bedrag eiseres toekwam. Eiseres erkent verder dat er sprake is van enige discrepantie in de verklaringen over de sieraden. Volgens eiseres blijft de waarde van de sieraden onder de vermogensgrens. Tot slot stelt eiseres dat zij voldoende heeft aangetoond waar zij de afgelopen tijd van heeft geleefd.
- De rechtbank overweegt het volgende. Bij aanvragen om bijstand rust de bewijslast van bijstandbehoevendheid in beginsel op de aanvrager zelf. Daarbij dient de betrokkene duidelijkheid te verschaffen over onder meer zijn financiële situatie. Indien de aanvrager niet aan de inlichtingenverplichting voldoet, is dat een grond voor weigering van bijstand indien als gevolg van het niet nakomen van die verplichting niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in welke mate de aanvrager recht op bijstand heeft. Voor de beoordeling of de aanvrager verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden, is de financiële situatie van de aanvrager een essentieel gegeven. De aanvrager is gehouden de voor een goede beoordeling van de aanvraag vereiste gegevens over te leggen.
- De rechtbank stelt vast dat eiseres in maart 2019 bedragen van € 38.539,-, € 385,- en € 316,- op haar rekening uitbetaald heeft gekregen van ABN AMRO Verzekeringen B.V. als schadevergoeding ten gevolge van diefstal van sieraden, kleding en schoenen uit haar woning. Eiseres heeft dit bedrag (bijna geheel) op 7 maart 2019 overgemaakt naar de rekening van haar zoon. Ook is gebleken dat eiseres nog een groot aantal waardevolle sieraden in haar bezit heeft. Eiseres heeft dit niet gemeld op haar aanvraagformulier om bijstand. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt wat er met het geld is gebeurd. Eiseres heeft hierover wisselende verklaringen afgelegd en eiseres heeft haar stellingen niet onderbouwd. Daarnaast is onduidelijk gebleven welke sieraden eiseres nog in haar bezit heeft. Onduidelijk is bijvoorbeeld waar de Solitair ring met een waarde van € 4.700,- is gebleven. Eiseres heeft aldus geen duidelijkheid verschaft over haar financiële situatie en haar vermogen is niet vast te stellen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder reeds hierom de aanvragen om bijstand terecht heeft afgewezen.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.