← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:6356

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21 / 2974 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. H.A. Rispens), en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 15 juni

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  5. De rechtbank heeft eiser op 21 augustus 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is op 24 augustus 2021 op het adres van eiser bezorgd.
  6. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).
  7. De rechtbank stelt vast dat eiser ook niet heeft aangegeven waarom hij het niet eens is met het besluit van 15 juni 2021 (de beroepsgronden).
  8. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt.
  9. De rechtbank heeft eiser op 23 augustus 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken dit gebrek kan herstellen. Deze brief is op 24 augustus 2021 op het adres van eiser bezorgd.
  10. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. Ook om deze reden is het beroep niet-ontvankelijk.
  11. Het beroep zal dus niet inhoudelijk worden behandeld.
  12. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskosten vergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 26 november 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.