← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:6441

beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Toezicht locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: FT RK 21/1000, 1001 en 1002 Beschikking op grond van artikel 376 Fw (afkoelingsperiode) van 17 december 2021 in de zaak van

  1. de besloten vennootschap [verzoekster sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , verzoekster, hierna te noemen: “ [verzoekster sub 1] ”, advocaten: mr. J. van den Dolder te Oud-Bijerland en mr. K.C. Mensink te Den Haag, en
  2. de besloten vennootschap [verzoekster sub 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , verzoekster, hierna te noemen: “ [verzoekster sub 2] ”, advocaten: mr. J. van den Dolder te Oud-Bijerland en mr. K.C. Mensink te Den Haag, en
  3. de besloten vennootschap [verzoekster sub 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , verzoekster, hierna te noemen: “ [verzoekster sub 3] ”, advocaten: mr. J. van den Dolder te Oud-Bijerland en mr. K.C. Mensink te Den Haag. Partijen zullen hierna gezamenlijk [verzoekster sub 2] c.s. worden genoemd. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: de startverklaring van [verzoekster sub 1] van 5 november 2021, gedeponeerd bij de rechtbank te Amsterdam, de startverklaringen van [verzoekster sub 2] en [verzoekster sub 3] van 5 november 2021, gedeponeerd bij de rechtbank te Utrecht, het verzoek van [verzoekster sub 2] c.s. van 15 december
  5. 2Het verzoek 2.
  6. [verzoekster sub 2] c.s. heeft een verzoek gedaan tot het afkondigen van een afkoelingsperiode. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. 2.
  7. Het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode houdt verband met een (voorgenomen) akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw. [verzoekster sub 2] c.s. verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat zij met het betalen van haar schuldeisers niet zal kunnen voortgaan. 2.
  8. [verzoekster sub 2] c.s. vraagt om Rabobank niet in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven, vanwege het concrete voornemen van Rabobank om verder verhaal te nemen. Daar komt bij dat sprake is van spoedeisendheid, omdat Rabobank heeft aangekondigd de kredietrelatie per 31 december 2021 te beëindigen. 3De beoordeling Rechtsmacht en besloten procedure 3.
  9. [verzoekster sub 2] c.s. heeft blijkens de startverklaringen gekozen voor besloten akkoordprocedures. [verzoekster sub 3] en [verzoekster sub 2] zijn statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] . Zij houden kantoor te [plaatsnaam] . Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef en onder b Fw juncto artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om de verzoeken in behandeling te nemen. Uit artikel 262 Rv volgt verder dat de rechtbank Midden-Nederland bevoegd is van de verzoeken kennis te nemen. [verzoekster sub 3] , [verzoekster sub 2] en [verzoekster sub 1] zijn groepsmaatschappijen die met elkaar in een groep verbonden zijn als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek, zodat de rechtbank ook kennis kan nemen van het verzoek van [verzoekster sub 1] . De beslotenheid van de akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee vast voor het verdere verloop van de procedure. Afkoelingsperiode 3.
  10. Gelet op de gestelde spoedeisendheid en de vrees voor verhaalsacties door Rabobank zal, bij wijze van tussenbeslissing, de gevraagde afkoelingsperiode worden verleend. Nu een afkoelingsperiode met name Rabobank in haar belangen treft, zal zij op het verzoek worden gehoord alvorens een eindbeslissing wordt gegeven. De afkoelingsperiode heeft – in afwijking van het verzoek – geen betrekking op de indiening van een verzoek tot verlening van surseance van betaling, omdat een dergelijke verzoek uitsluitend door [verzoekster sub 2] c.s. zelf kan worden gedaan. 3.
  11. Dit heeft voorshands de volgende beslissingen tot gevolg. 4De beslissing De rechtbank 4.
  12. kondigt bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode af als bedoeld in artikel 376 Fw voor de periode totdat bij eindbeslissing op de verzoeken is beslist, ingaande 17 december 2021, die inhoudt: - dat elke bevoegdheid van Rabobank tot verhaal op goederen die tot het vermogen van [verzoekster sub 2] c.s. behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van [verzoekster sub 2] c.s. bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits Rabobank geïnformeerd is over de afkondiging van de afkoelingsperiode, - dat Rabobank zich niet kan verhalen op de creditsaldi die aanwezig zijn op de bij haar aangehouden bankrekeningen(en) van [verzoekster sub 2] c.s., daaronder begrepen verhaal door verrekening of door het uitvoeren van (automatische) incasso’s voor aflossingen op de leningen die zien op de periode na 5 november 2021, dan met machtiging van de rechtbank, mits Rabobank geïnformeerd is over de afkondiging van de afkoelingsperiode, - dat de behandeling van een door Rabobank jegens [verzoekster sub 2] c.s. ingediend verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst; 4.
  13. bepaalt dat de behandeling van de verzoeken van [verzoekster sub 2] c.s. tot afkondiging van een afkoelingsperiode zal plaatsvinden ter zitting van de rechtbank Midden-Nederland op donderdag 23 december 2021 om 14.00 uur via een videoverbinding, voor de rechters mr. P.J. Neijt, mr. M.D.E. Leppens en mr. C.A.M. de Bruijn; 4.
  14. bepaalt dat [verzoekster sub 2] c.s. onverwijld aan Rabobank een kopie van deze beschikking zal toezenden en haar wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Midden-Nederland op te vragen link deel te nemen aan de zitting en haar zienswijze te geven; 4.
  15. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, mr. M.D.E. Leppens en mr. C.A.M. de Bruijn in het openbaar uitgesproken op 17 december 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.