RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/443 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de Belastingdienst / Toeslagen, verweerder (gemachtigde: L. Slomp). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 1 augustus
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- In een zaak die valt onder Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 36 van de Awir). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 1 augustus
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 12 september 2019 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 28 januari
- Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- Eiser geeft aan dat hij in de veronderstelling was dat hij niet te laat is. Eiser heeft contact opgenomen met een medewerker, omdat het niet duidelijk was voor eiser waar hij bezwaar op moest maken. Eiser dacht dat alles goed verliep.
- De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt. De door hem naar voren gebrachte reden voor het te laat indienen van het beroepschrift is volgens de rechtbank geen geldige reden. In de bijlage van het besluit van verweerder van 1 augustus 2019 staat vermeld dat eiser binnen zes weken in beroep kan gaan indien hij het niet eens is met het besluit. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om op tijd beroep in te stellen of dat voor hem te laten doen. Dat eiser dat niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is, die door de rechtbank ambtshalve moet worden beoordeeld. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
- Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.