RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/245798-20; 16/239957-20 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 23 februari 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 februari
(2)jaar vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte: * zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen van De Jeugd- en Gezinsbeschermers Noord Holland, locatie Bussum, zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering (De Jeugd- en Gezinsbeschermers), mede in het kader van de Intensieve Traject Begeleiding (ITB) Harde Kern voor de duur van maximaal zes maanden; * zal verblijven bij woonbegeleiding Cosmozorg in Amsterdam Noord of een andere instelling voor begeleid/beschermd wonen, te bepalen door de reclassering, waarbij het verblijf de gehele proeftijd duurt of zoveel korter als de reclassering nodig vindt en verdachte zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld; * op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres (op dit moment adres van woonbegeleiding Cosmozorg in Amsterdam Noord ), waarbij de reclassering de precieze tijdstippen vaststelt in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding; * zich niet zal bevinden op het adres [adres] te [woonplaats] . Dit locatieverbod zal worden gecontroleerd middels elektronische controle; * op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken of hebben met [medeverdachte] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] ; * meewerkt aan ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling en zich houdt aan alle afspraken en aanwijzingen in dit kader; * meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding; - waarbij De Jeugd- en Gezinsbeschermers opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf van 100 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie; Oplegging straf ten aanzien van het onder 4 en 6 bewezenverklaarde - bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd; Beslag gelast de teruggave aan verdachte van het volgend voorwerp: 1 STK Telefoontoestel (G2706141); verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: 1 STK Pistool (G2662381); 1 STK Steekwapen (G2662370); Benadeelde partij - wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 3.094,43; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2020 tot de dag van volledige betaling; - verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 3.094,43 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling niet aan te vullen met gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Voorlopige hechtenis 16/245798-20 - heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. K. Duker, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en J.W.B. Snijders Blok, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H. Lagerweij, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 februari 2021. De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16/245798-20 1 hij op of omstreeks 11 juli 2020 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld en/of een of meerdere pakje(
- s)sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan Albert Heijn, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - supermarkt de Albert Heijn binnen te gaan, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)(een) bivakmuts(
- en)en/of (een) masker(s), althans (gedeeltelijke) gezichts/hoofdbedekking, droeg(en), en/of - ( vervolgens) naar een kassa te rennen en/of - ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 2] , en/of - ( vervolgens) aldaar te roepen: "Dit is een overval" en/of "Kassa open, nu", en/of - ( vervolgens) enig geldbedrag uit de geopende kassalade te pakken, en/of - ( vervolgens) naar de servicebalie te gaan, en/of - ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [getuige 1] en/of een mes, althans een scherp puntig voorwerp te tonen aan die [getuige 1] , en/of - ( vervolgens) een of meerdere pakje(
- s)sigaretten uit een lade te pakken; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) en/of hij op of omstreeks 11 juli 2020 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een of meerdere pakje(
- s)sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel aan een derde, te weten aan Albert Heijn toebehoorde, door - supermarkt de Albert Heijn binnen te gaan, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)(een) bivakmuts(
- en)en/of (een) masker(s), althans (gedeeltelijke) gezichts/hoofdbedekking, droeg(en), en/of - ( vervolgens) naar een kassa te rennen en/of - ( vervolgens) een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 2] , en/of - ( vervolgens) aldaar te roepen: "Dit is een overval" en/of "Kassa open, nu", en/of - ( vervolgens) enig geldbedrag uit de geopende kassalade te pakken, en/of - ( vervolgens) naar de servicebalie te gaan, en/of - ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [getuige 1] en/of een mes, althans een scherp puntig voorwerp te tonen aan die [getuige 1] , en/of - ( vervolgens) een of meerdere pakje(
- s)sigaretten uit een lade te pakken; ( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht ) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 9 september 2020 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon en/of een horloge en/of een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp puntig voorwerp, te tonen en/of in de richting van die [slachtoffer 1] te houden, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn telefoon moest laten zien en/of moest resetten, en/of - ( vervolgens) de telefoon uit de handen van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn horloge moest af doen en/of het horloge uit de handen van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn schoenen moest uitdoen, en/of vervolgens tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn schoenen moest geven, en/of de schoenen te pakken, en/of - ( vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "Niks tegen iemand zeggen. Niks tegen de politie zeggen, anders snijd ik je handen eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) en/of hij op of omstreeks 9 september 2020 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of een horloge en/of een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat geheel aan die [slachtoffer 1] en/of een derde, althans aan een ander dan verdachte en/of zijn medeverdachte, toebehoorde, door - die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp puntig voorwerp, te tonen en/of in de richting van die [slachtoffer 1] te houden, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn telefoon moest laten zien en/of moest resetten, en/of - ( vervolgens) de telefoon uit de handen van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn horloge moest af doen en/of het horloge uit de handen van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of - ( vervolgens) te zeggen dat die [slachtoffer 1] zijn schoenen moest uitdoen, en/of vervolgens te zeggen dat die [slachtoffer 1] de schoenen moest geven, en/of de schoenen te pakken, en/of - ( vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "Niks tegen iemand zeggen. Niks tegen de politie zeggen, anders snijd ik je handen eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht ) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 21 september 2020 te Hilversum, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door hem (telefonisch) de woorden toe te voegen: 'ik maak je kapot' en/of 'ik ga je doodmaken' en/of 'kanker vieze flikker, aangifte doen toch he' en/of 'als ik jou zie maak ik je dood'; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 16/239957-20 1 hij op of omstreeks 15 juli 2020 te Hilversum, niet (op eerste vordering) heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht; ( art 2 Wet op de identificatieplicht, art 447e Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 15 juli 2020 te Hilversum een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten gaspistool, van het merk Röhm, type model RG88, kaliber 9mm P.A. Knall zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad; ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) 3 hij op of omstreeks 15 juli 2020 te Hilversum een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen; ( art 27 lid 1 Wet wapens en munitie ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 oktober 2020, genummerd 2020222310, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 473. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , pagina 24. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , pagina 26. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] , pagina 34. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina 48. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 57. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 61. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 382. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 383. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 391. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 196. Een proces-verbaal van bevindingen pagina 196. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 212. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 129. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 130. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 131. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pagina 142. Een proces-verbaal ter terechtzitting van 9 februari 2021. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 162. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 164. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 augustus 2020, genummerd 20200227809, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 63. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 15 juli 2020, p. 25. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 6. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 7. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 15 juli 2020, p. 25. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 56.