RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/070295-20 (ISD-toets) Beslissing op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 3 november 2021 met betrekking tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan: [veroordeelde] , geboren op [1969] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), verblijvende in P.I. [P.I.] , (hierna: veroordeelde). 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder: - het vonnis van deze rechtbank van 22 juni 2020, waaruit blijkt dat aan veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar; - het verzoek van de raadsvrouw van de veroordeelde van 1 oktober 2021 tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel; - een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 3 november 2021, opgemaakt door [senior casemanager] (senior casemanager). 2Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 3 november
- Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie mr. E.M. ter Braak; - de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Melliti, advocaat te Utrecht; - de heer [casemanager] , casemanager in [P.I.]. 3Het standpunt van de penitentiaire inrichting De heer [casemanager] , casemanager, is ter terechtzitting als deskundige gehoord en heeft verklaard dat er een aanvraag loopt bij [instantie] voor een plek bij begeleid wonen. Naar verwachting is er pas plek over een aantal maanden. Daarnaast is het de bedoeling om ambulante behandeling op te starten. Het advies is om de ISD-maatregel voort te zetten zodat veroordeelde van de P.I. over kan gaan naar begeleid wonen. 4Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de maatregel voortgezet dient te worden. 5Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw kan zich vinden in een voortzetting van de maatregel. 6Het oordeel van de rechtbank De rechtbank dient in het kader van deze procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de opgelegde ISD-maatregel, die strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde, noodzakelijk is. Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat de problematiek en verslaving van veroordeelde nog aanwezig zijn. Dat brengt mee dat ook het recidivegevaar nog onverkort aanwezig is waartegen de maatschappij beschermd dient te worden. De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is om de terugkeer van betrokkene in de maatschappij zodanig voor te bereiden dat de recidivekans geminimaliseerd wordt. 7De beslissing De rechtbank: - bepaalt dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd, wordt voortgezet. Deze beslissing is genomen door mr. P.A. Buijs, voorzitter, mrs. E.J.W. Verhaagh en I. Jadib, rechters, bijgestaan door mr. M. Neijenhuis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 3 november
- Mr. Jadib is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.