RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-262101-20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 11 juni 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:[plaats] , [adres] 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 mei
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I. Out en van hetgeen verdachte en mr. A.L. Rinsema, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 op 19 oktober 2020 in Utrecht geprobeerd heeft [slachtoffer 1] van het leven te beroven door met beide handen de keel/nek van die (slapende) [slachtoffer 1] vast te pakken en vast te houden, dan wel (subsidiair) geprobeerd heeft [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen; feit 2 op 19 oktober 2020 in Utrecht geprobeerd heeft [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door die [slachtoffer 2] tegen het gezicht/hoofd te stompen en te slaan en tegen de onderrug te trappen, dan wel (subsidiair) die [slachtoffer 2] heeft mishandeld. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie acht het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend te bewijzen, verdachte dient van dit feit vrijgesproken te worden. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde omdat op basis van het dossier onvoldoende kan worden vastgesteld dat verdachte het opzet had om [slachtoffer 1] van het leven te beroven, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte heeft tegen de medewerkers gezegd, dat hij hem ( [slachtoffer 1] ) uit zijn lijden wilde verlossen. Bij de weging daarvan dient te worden meegewogen dat verdachte in een psychose verkeerde, waardoor niet zeker is dat hetgeen hij heeft gezegd, ook hetgeen was dat hij wilde doen. Verder was verdachte al enige tijd in de kamer bij [slachtoffer 1] en is er geen letsel bij [slachtoffer 1] geconstateerd. Gelet op het vorenstaande blijft de mogelijkheid open dat verdachte [slachtoffer 1] niet van het leven wilde beroven Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank acht het onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit vonnis zullen worden opgenomen. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht. Bewijsoverweging feit 1 primair De rechtbank overweegt dat getuigen [getuige 1] en [getuige 2] beiden zagen dat verdachte zijn handen om de keel van een andere patiënt had (de rechtbank begrijpt dat hier [slachtoffer 1] mee wordt bedoeld). [getuige 1] hoorde dat verdachte op dat moment zei: “Ik probeer hem uit zijn lijden te verlossen”. Getuige [getuige 2] hoorde verdachte zeggen, nadat verdachte naar zijn eigen kamer was gestuurd, na een ander geweldsincident, dat hij het kwaad wilde laten verdwijnen, om hem (desgevraagd kennelijk doelend op [slachtoffer 1] ) uit zijn lijden te verlossen. De rechtbank acht gelet op de verklaringen van beide getuigen en de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het opzet had om [slachtoffer 1] te doden en daaraan een begin van uitvoering heeft gegeven. Dat er bij [slachtoffer 1] geen letsel is geconstateerd doet daar niet aan af. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 primairop 19 oktober 2020 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, de keel/nek van die slapende [slachtoffer 1] met beide handen heeft vastgepakt en vastgehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;2 subsidiair op 19 oktober 2020 te Utrecht, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] , meermalen met kracht in/tegen het gezicht te stompen, en meermalen met kracht tegen de onderrug te trappen. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1 primair en 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 primair poging tot doodslag; feit 2 subsidiair mishandeling. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt: - een rapport van 27 maart 2021, opgemaakt door [deskundige 1] , psychiater; - een rapport van 7 mei 2021, opgemaakt door [deskundige 2] , GZ-psycholoog. Het rapport, opgemaakt door psychiater [deskundige 1] , houdt onder meer het volgende in: Verdachte lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een bipolaire-II-stoornis met gemengd hypomane en depressieve kenmerken, deels in remissie. Ten tijde van het ten laste gelegde leed onderzochte aan een psychotische decompensatie veroorzaakt door stimulantiagebruik en een bipolaire stemmingsstoornis. Dit was van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde.De bevindingen van het onderzoek wijzen niet op enig reëel motief van onderzochte voor het hem ten laste gelegde. Voorafgaand aan het ten laste gelegde heeft hij een stimulantium gebruikt als inadequate zelfmedicatie voor een slaapstoornis. Gezien zijn depressieve en hypomane ziekteverschijnselen in die periode en zijn blanco justitiële voorgeschiedenis heeft hij redelijkerwijs geen rekening kunnen houden met de mogelijkheid dat gebruik van dat stimulantium er (mede) toe zou kunnen leiden dat hij tijdens een (eerste) psychotische decompensatie een geweldsmisdrijf zou kunnen plegen.Gelet op het vorenstaande wordt geadviseerd verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet toe te rekenen. Het rapport, opgemaakt door psycholoog [deskundige 2] , houdt onder meer het volgende in: Verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een bipolaire-II-stoornis met gemengd hypomane en depressieve kenmerken, deels in remissie.Ten tijde van het ten laste gelegde leed verdachte aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een bipolaire II stoornis die in combinatie met de ontregelende effecten van excessief gebruik van stimulantia tot een paranoïde/ psychotische decompensatie leidden. Dit was van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde.Alles wijst in de richting van een kortdurende paranoïde-/ psychotische decompensatie voorafgaand aan en ten tijde van het tenlastegelegde, veroorzaakt door de ontregelende effecten van excessief, dagelijks gebruik van stimulantia, gesupponeerd op de structurele kwetsbaarheid voor emotionele en gedragsmatige ontregeling op basis van de bipolaire II stoornis. Het gebruik van stimulantia is volledig ingebed in de bipolaire II stoornis, niet alleen omdat het gebruik gezien moet worden als een vorm van zelfmedicatie, maar zeker ook omdat het misplaatste gebruik van stimulantia om rustiger (in zijn hoofd) te worden getuigt van oordeels- en kritiekstoornissen die passen bij de bipolaire II stoornis.Tegen deze achtergrond moet het tenlastegelegde begrepen worden als volledig bepaald door angst, onrust, achterdocht en desorganisatie (van het denken) op basis van de paranoïde-psychotische ontregeling.Op basis van deze overwegingen wordt geconcludeerd dat verdachtes pathologie volledig en rechtstreeks heeft doorgewerkt in het tenlastegelegde, en wordt geadviseerd om het tenlastegelegde verdachte niet toe te rekenen. 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot ontslag van alle rechtsvervolging, gelet op voornoemde rapportages. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft eveneens verzocht om ontslag van alle rechtsvervolging. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is op basis van de conclusies van de deskundigen [deskundige 1] en [deskundige 2] van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend en zij zal verdachte daarom ontslaan van alle rechtsvervolging. 8BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.509,
- Dit bedrag bestaat uit € 1.009,95 materiële schade en € 2.500,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. 8.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard. Subsidiair dient de vordering ten aanzien van de materiële schade niet ontvankelijk te worden verklaard, nu deze niet is onderbouwd. De gevorderde immateriële schade client gematigd te worden nu deze niet is onderbouwd en er slechts gering letsel is geconstateerd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. 9BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 2 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; - verklaart het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1 primair en 2 subsidiair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging; - heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op; Benadeelde partij - verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en A. Scheper, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, de keel/nek van die (slapende) [slachtoffer 1] met beide handen heeft vastgepakt en/of vastgehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, de keel/nek van die (slapende) [slachtoffer 1] met beide handen heeft vastgepakt en/of vastgehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )2hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 2] , - meermalen (met kracht) in/tegen het gezicht, althans het hoofd, heeft gestompt en/of geslagen, en/of - meermalen (met kracht) tegen de (onder)rug, althans het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Utrecht, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] , - meermalen (met kracht) in/tegen het gezicht, althans het hoofd, te stompen en/of te slaan, en/of - meermalen (met kracht) tegen de (onder)rug, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )