RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/230697-21; 16/302309-19 (vord. tul) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 21 december 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] te [plaats] , gedetineerd in [verblijfplaats] , locatie [locatie] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T.M. van Wanrooij en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. A.J. Sprey, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 26 augustus 2021 te Weesp een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het bewijs. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verdachte heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Op 26 augustus 2021 te Weesp had ik het wapen bij mij, zoals genoemd in de tenlastelegging. Het wapen zat in mijn tas. Ik wist dat in het wapen de patronen zaten, zoals genoemd in de tenlastelegging. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] staat - zakelijk weergegeven - het volgende: 1.Goednummers: PL0900-2021272567-2867840 (pistool) en PL0900-2021272567-2867848 (patroonmagazijn)SIN: AA0V9018NL (pistool) en AA0V9019NL (patroonmagazijn)Wapen: vuurwapen, pistool Categorie: III sub I Bovengenoemd voorwerp is een vuurwapen, pistool, gelet op de uiterlijke kenmerken van het merk Zastava, model M57, kaliber 7.62x25mm Tokarev. Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.
- Goednummer: PL0900-2021272567-2867843SIN: AA0V9020NLMunitie: 7 scherpe patronen Categorie: III Bovengenoemde scherpe patronen kaliber 7.62x25mm Tokarev, merken PPU
(3x)en G.F.L.
(4x), zijn afkomstig uit het patroonmagazijn van het onder 1 omschreven vuurwapen. Deze patronen zijn munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van dit vuurwapen en elk ander scherpschietend vuurwapen kaliber 7.62x25mm Tokarev af te schieten. Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 aanhef onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 26 augustus 2021 te Weesp een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Tokarev, type M57, kaliber 7.62x25mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 patronen, van het merk Tokarev van het kaliber 7.62x25mm voorhanden heeft gehad. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het feit op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van veertien maanden, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de op te leggen straf rekening te houden met de omstandigheden die ervoor hebben gezorgd dat verdachte een wapen met munitie heeft aangeschaft. In het bijzonder gaat het daarbij om de verklaring van verdachte ter zitting, waarbij hij aangaf het wapen nodig te hebben voor zijn eigen veiligheid. Verder heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met het reclasseringsrapport. De raadsman acht een gevangenisstraf, in lijn met de LOVS-oriëntatiepunten, van acht maanden met aftrek van het voorarrest waarvan een voorwaardelijk strafdeel van vier maanden met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend. De gevorderde gevangenisstraf van de officier van justitie acht de raadsman niet passend, omdat hij aansluiting heeft gezocht bij de richtlijnen van de rechtbank Amsterdam, geen rekening heeft gehouden met de zwakbegaafdheid van verdachte en tot slot hulp, begeleiding en toezicht noodzakelijk zijn in het geval van verdachte. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wapenbezit. Het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Bovendien versterkt het in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Dat wapens een gevaar vormen voor de samenleving blijkt uit het feit dat er regelmatig vuurwapenincidenten plaatsvinden, in sommige gevallen met dodelijke afloop. Het bezit van een wapen leidt maar al te gemakkelijk tot het gebruik ervan en dient daarom zwaar te worden bestraft. De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook onder de door hem aangevoerde omstandigheden andere keuzes had kunnen en moeten maken. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat verdachte een geladen wapen op klaarlichte dag in zijn tas bij zich droeg. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. Persoon van verdachte Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 18 november 2021 blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Dit weegt de rechtbank niet in strafverzwarende, noch in strafmatigende zin mee. Wel liep verdachte ten tijde van de onderhavige feiten in een proeftijd en het voornoemde heeft verdachte er niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee. Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een reclasseringsadvies van 25 november 2021, uitgebracht door Reclassering Nederland. Hieruit volgt dat er sprake is van een delictpatroon en verdachte is gerecidiveerd tijdens zijn proeftijd, hetgeen de reclassering zorgwekkend acht. Voorts volgt uit het advies dat verdachte gebaat is bij forensische hulpverlening. Als verdachte kenbaar maakt dat hij zich openstelt voor hulpverlening en behandeling en hij afspraken stipt nakomt, is reclasseringstoezicht uitvoerbaar. De bijzondere voorwaarden zijn dan als volgt: meldplicht bij reclassering; ambulante behandeling; meewerken aan middelencontrole; meewerken aan begeleiding door Stichting Schuldhulpmaatje. Verdachte heeft ter zitting verklaard zich open te stellen voor hulpverlening, behandeling en het nakomen van de afspraken met de reclassering. Straf De rechtbank heeft acht geslagen op de vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het voorhanden hebben van wapens. Volgens de vastgestelde oriëntatiepunten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een pistolen, revolvers of geweren in de openbare ruimte. Dit betreft een oriëntatiepunt dat recentelijk sterk is verhoogd. De rechtbank vindt dit een passend uitgangspunt en ziet daarom geen aanleiding om aan te sluiten bij de oriëntatiepunten van de rechtbank Amsterdam. Dat het vuurwapen geladen was, rechtvaardigt een hogere straf dan de genoemde acht maanden. Gelet op de hiervoor besproken ernst van het feit kan niet worden volstaan met een andere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf die het reeds ondergane voorarrest overstijgt. De rechtbank neemt daarnaast in overweging dat verdachte ter terechtzitting kenbaar heeft gemaakt dat hij behoefte heeft aan intensieve begeleiding en zich zal committeren aan de bijzondere voorwaarden. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank een meerwaarde in een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank geeft verdachte nog een kans om mee te werken aan hulpverlening en behandeling van de reclassering, met het oog op de speciale preventie en resocialisatie. De rechtbank legt een relatief korte voorwaardelijk deel op. Een eerdere voorwaardelijke straf heeft verdachte er niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen, terwijl ook is gebleken dat hij zich eerder niet aan bijzondere voorwaarden heeft gehouden. De voorwaardelijke straf dient nu dan ook vooral om toch bijzondere voorwaarden mogelijk te maken en minder als stok achter de deur. Het zal uit verdachte zelf moeten komen dat hij de geboden hulp nu wel aanvaardt. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel de volgende bijzondere voorwaarden verbinden: meldplicht bij reclassering; diagnostiek en ambulante behandeling; meewerken aan middelencontrole; meewerken aan begeleiding door Stichting Schuldhulpmaatje. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 9BESLAG Onttrekking aan het verkeer De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer: Wapen Pistool
(2867840); Patroonhouder
(2867848); 7 stuks kogelpatronen
(2867843); Drugs Hennep
(2867591), Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot het wapen, de patroonhouder en de kogelpatronen is het bewezen verklaarde feit begaan. De hennep wordt op grond van artikel 13a van de Opiumwet onttrokken aan het verkeer. Teruggave aan verdachte De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten een tas
(2867573). 10VORDERING TENUITVOERLEGGING 10.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft schriftelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 16/302309-19. Tijdens de zitting heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 81 dagen. 10.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft om afwijzing van de vordering verzocht, zodat de bijzondere voorwaarden en het toezicht in die zaak blijven gelden. 10.2 Het oordeel van de rechtbank Bij vonnis van rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 1 juli 2020 (parketnummer 16-302309-19) is aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden. In het kader van de hoofdzaak worden bijzondere voorwaarden gesteld, zodat deze voorwaardelijke straf niet om die reden in stand hoeft te blijven. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht, 26 van de 55 Wet wapens en munitie, en 13a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt op de afgesproken dagen en tijden bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * meewerkt aan diagnostiek en eventuele behandeling die daaruit voortvloeit en meewerkt aan verdiepingsonderzoek. Indien behandeling geïndiceerd is, werkt verdachte mee aan de behandeling bij de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; * meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. Mocht gedurende het toezicht blijken dat behandeling gericht op het middelengebruik geïndiceerd is, werkt verdachte daar ook aan mee; * meewerkt aan begeleiding door Stichting Schuldhulpmaatje voor het stabiliseren van zijn schulden. Hij maakt afspraken over het aflossen van zijn schulden en komt deze afspraken na. Hij geeft zowel Stichting Schuldhulpmaatje als de reclassering inzicht in zijn inkomen en schuldenproblematiek. Indien een aanvullend traject gericht op schuldhulpverlening noodzakelijk is, werkt verdachte daar ook aan mee; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: Pistool
(2867840); Patroonhouder
(2867848); 7 stuks kogelpatronen
(2867843); Hennep
(2867591); - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: tas
(2867573); Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/302309-19 - wijst de vordering toe; - gelast de tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 1 juli 2020 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 81 (eenentachtig) dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. G. Schnitzler, voorzitter, mrs. E.J. van Rijssen en A.M.M. Lemmen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 augustus 2021 te Weesp een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Tokarev, type M57, kaliber 7.62x25mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 patronen, althans meerdere patronen, van het merk Tokarev van het kaliber 7.62x25mm voorhanden heeft gehad; (Artikel art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 oktober 2021, genummerd PL0900-2021272567, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 december
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 63.