RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20 / 4183 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2021 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, verweerder, Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde partij], te [woonplaats], (gemachtigde: mr. J. de Koning). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 17 september
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 17 september
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 29 oktober 2020 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. Het beroepschrift is op 9 november ontvangen door verweerder en vervolgens doorgezonden naar de rechtbank. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft op 10 december 2020 een brief gestuurd naar eiser, waarin wordt gevraagd wat de reden is dat eiser het beroep te laat heeft ingediend. Bij brief van 28 december 2020 heeft eiser gereageerd op deze brief. In deze brief staan inhoudelijke gronden waarom eiser het niet met het besluit eens is. Omdat de rechtbank in deze brief geen reden voor het te laat instellen van het beroep kon lezen, heeft de rechtbank op 30 december 2020 nogmaals per aangetekende brief om de reden van het te late indienen gevraagd. Op deze brief heeft eiser op 5 januari 2021 wederom gereageerd met inhoudelijke gronden. De rechtbank ziet hier geen (geldige) reden voor het te laat indienen van het beroep.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen.
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.