RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/239581-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 11 maart 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1982] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] te [woonplaats] . ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari
(2)jaren. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat bij de oplegging van een straf rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is zelfstandig ondernemer en zit in zware tijden door corona. Daarbij is verdachte first offender, is hij enorm geschrokken en heeft hij gedurende lange tijd in onzekerheid gezeten over de vraag of hij wel of niet vervolgd zou worden. Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Hierbij is het toen 82-jarige slachtoffer ernstig gewond geraakt. In plaats van zich over het slachtoffer te bekommeren, heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten. Verdachte heeft hierdoor niet alleen het slachtoffer aan haar lot overgelaten, ook heeft hij het onmogelijk gemaakt zich te laten onderzoeken op het gebruik van alcohol en/of verdovende middelen. Ook na die noodlottige dag heeft verdachte de keuze gemaakt om geen contact op te nemen met het slachtoffer. Dit terwijl het verkeersongeval ingrijpende gevolgen heeft voor haar en haar familie. Ook nu nog, twee jaar na het ongeluk, wordt het slachtoffer elke dag geconfronteerd met de gevolgen ervan. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring die namens het slachtoffer ter zitting is voorgelezen. Daarnaast veroorzaakt een delict als het onderhavige veel maatschappelijke onrust. Dit blijkt ook uit de ophef die het verkeersongeval in Leerdam en op internet heeft teweeggebracht. De persoon van verdachte De rechtbank heeft gelet op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 15 januari 2021, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De straf Op grond van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) wordt als uitgangspunt voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, een taakstraf voor de duur van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden gehanteerd. Voor de strafmaat voor het verlaten van de plaats van het ongeval heeft de LOVS geen oriëntatiepunt opgesteld. De rechtbank houdt in strafverhogende zin rekening met het feit dat het verkeersongeval het gevolg was van een verkeersruzie, waarbij verdachte het nodig vond om op een gevaarlijke en agressieve wijze achteruit te rijden om verhaal te halen. De rechtbank ziet in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om de straf te matigen. Wel zal de rechtbank een lichtere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist, omdat zij tot een andere mate van schuld komt. Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal de rechtbank aan verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen. Vaststaat dat verdachte op gevaarlijke wijze aan het verkeer heeft deelgenomen en een ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt. Al met al zal de rechtbank, uitgaande van de oriëntatiepunten en gelet op de strafverzwarende omstandigheden, aan verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden opleggen. BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd met een vordering van € 10.859,65, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 1 primair ten laste gelegde. De benadeelde partij heeft de vordering ter terechtzitting ingetrokken, omdat een minnelijke regeling is getroffen tussen de verzekeraars van [slachtoffer] en verdachte, waarbij zij elkaar finale kwijting hebben verleend. Daarom zal de rechtbank geen beslissing nemen op de vordering. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis; - ontzegt verdachte ter zake van het onder feit 1 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Slager, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en I. Jadib, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 maart
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 19 april 2019 te Leerdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een bestelauto (merk Mercedes-Benz, type Vito, gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Patrimoniumstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met het door hem bestuurde motorrijtuig - ( met een aanzienlijke snelheid) achteruit te rijden en/of - ( daarbij) niet, althans onvoldoende te letten op de weg en/of mogelijke weggebruikers op die weg achter hem en/of - niet (tijdig) te stoppen voor een zich (dicht) (rechts) achter verdachte bevindende fietser en/of - ( vervolgens) tegen die fietser aan te rijden/botsen, waardoor die fietser, te weten [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: acht, althans een of meerdere gebroken ribben en/of een ernstige beenwond (waarvoor operatief ingrijpen noodzakelijk was) en/of een breuk in de (nek)wervel en/of een schouderfractuur en/of een bovenarmfractuur; ( art 6 Wegenverkeerswet 1994 ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 april 2019 te Leerdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een bestelauto (merk Mercedes-Benz, type Vito, gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Patrimoniumstraat, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd door met het door hem bestuurde motorrijtuig - ( met een aanzienlijke snelheid) achteruit te rijden en/of - ( daarbij) niet, althans onvoldoende te letten op de weg en/of mogelijke weggebruikers op die weg achter hem en/of - niet (tijdig) te stoppen voor een zich (dicht) (rechts) achter verdachte bevindende fietser en/of - ( vervolgens) tegen die fietser aan te rijden/botsen,waardoor die fietser, te [slachtoffer] (zwaar) gewond is geraakt; ( art 5 Wegenverkeerswet 1994 ) 2 hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Leerdam op de Patrimoniumstraat, op of omstreeks 19 april 2019 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht; ( art 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994 ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2019114916, opgemaakt door politie Midden-Nederland op 17 september 2019, doorgenummerd 1 tot en met 164 en ongenummerd tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn deze processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse van 5 september 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse van 5 september 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse van 5 september 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse van 5 september 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.
- Een proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer] van 2 mei 2019, p.
- Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer] van 1 mei 2019, p.
- Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 23 april 2019, p.
- Een proces-verbaal van verhoor aangever [getuige 2] van 1 mei 2019, p.
- Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 mei 2019, p. 158-
- Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 mei 2019, p.
- Verklaring van verdachte op de zitting van 25 februari 2021.