← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1033

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4716 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2022 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. T.E. van der Bent), en Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft op 24 februari 2022 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. Verweerder heeft op 10 juli 2021 een indicatiebesluit afgegeven ten behoeve van verzoekster. Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft verweerder dit indicatiebesluit weer ingetrokken. Verzoekster heeft tegen deze intrekking bezwaar gemaakt. Bij besluit van 29 november 2021 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld.
  2. Bij brief van 12 januari 2022 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 5 augustus
  3. Volgens verweerder heeft hij het indicatiebesluit ten onrechte ingetrokken. In plaats daarvan heeft verweerder de indicatie van verzoekster omgezet en voortgezet. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster vroeg. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en heeft zij vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
  4. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
  5. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
  6. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
  7. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 van de Awb). Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder tot betaling van € 759,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 49,- aan verzoekster vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.