RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4796 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. E. Weijer), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (Uwv) verweerder (gemachtigde: mr. F.A.M. Delfgaauw). Inleiding Eiser heeft gewerkt bij [werkgever] B.V. ( [werkgever] ) als schoonmaakmedewerker voor gemiddeld 39,23 uur per week. Op 27 februari 2019 is eiser uitgevallen voor zijn werkzaamheden. Eiser heeft op 11 december 2020 een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uwv heeft de aanvraag van eiser beoordeeld. Een arts heeft onderzoek verricht en heeft op 27 mei 2021 een rapport opgesteld (gecontrasigneerd door een verzekeringsarts). Deze arts heeft beoordeeld wat de arbeidsbeperkingen van eiser zijn en heeft deze beperkingen opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige van het Uwv drie functies geduid die eiser, ondanks zijn beperkingen, nog zou kunnen doen. De arbeidsdeskundige heeft berekend wat de verdiencapaciteit is en aan de hand daarvan is berekend dat eiser 49,26% arbeidsongeschikt is. Met het besluit van 1 juli 2021 heeft het Uwv bepaald dat eiser vanaf 15 maart 2021 (einde wachttijd) tot en met 14 maart 2023 recht heeft op een loongerelateerde WIA-uitkering (WGA), gebaseerd op 49,26% arbeidsongeschiktheid. [werkgever] heeft daartegen bezwaar gemaakt en heeft alleen een bezwaargrond aangevoerd tegen de arbeidsdeskundige beoordeling. Naar aanleiding van het bezwaar van [werkgever] heeft een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nieuw onderzoek gedaan. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is tot de conclusie gekomen dat één van de geselecteerde functies moet worden verworpen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft daarom een alternatieve functie geselecteerd. Dat heeft geleid tot een aanpassing van de mate van arbeidsongeschiktheid naar 16,77%. Op 5 oktober 2021 heeft het Uwv een voornemen wijziging beslissing gestuurd naar [werkgever] en naar eiser. Volgens het Uwv was eiser 16,77% arbeidsongeschikt. Dat betekent volgens het Uwv dat eiser geen recht meer heeft op WIA- uitkering, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. [werkgever] en eiser zijn in de gelegenheid gesteld om tot 19 oktober 2021 bezwaren in te dienen. Met de brief van 12 oktober 2021 heeft het Uwv op verzoek van de voormalig raadsman van eiser tot 9 november 2021 uitstel toegekend om bezwaren in te dienen. Met het besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van [werkgever] gegrond verklaard. Volgens het Uwv is eiser 16,77% en dus minder dan 35% arbeidsongeschikt is, zodat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het Uwv heeft bepaald dat de WIA-uitkering per 24 december 2021 wordt beëindigd. Op 11 november 2021, dus te laat, is de reactie van de voormalig raadsman van eiser door het Uwv ontvangen. Nu de reactie is ontvangen op de datum waarop het bestreden besluit is genomen, heeft het Uwv daarmee geen rekening kunnen houden. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft beroepsgronden aangevoerd tegen de medische en arbeidsdeskundige grondslag van het bestreden besluit. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft een aanvullend beroepschrift ingediend, alsmede aanvullende producties (14 tot en met 17). De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en M. Chbab (geregistreerd tolk in de taal Berbers). Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Op de zitting heeft de rechtbank de op 30 maart 2021 van het Uwv ontvangen stukken geweigerd wegens strijd met de goede procesorde. Het gaat om:- het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 30 maart 2022;- de kritische functionele mogelijkhedenlijst van 30 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.