← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1233

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21 / 4165-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2022 op het verzet van [opposant] , te [woonplaats] , opposant, (gemachtigde: mr. M.M. Breukers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, geopposeerde. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar van geopposeerde van 16 oktober

  1. In de uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Partijen hebben toestemming verleend om uitspraak te doen zonder dat zij gehoord zijn op een zitting. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 4 januari 2022 gesloten. Overwegingen
  2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 19 november 2021 het beroep gegrond verklaard, omdat geopposeerde in navolging van de uitspraak van deze rechtbank van 18 maart 2021 met zaaknummer UTR 20 / 4356 geen besluit heeft genomen binnen de opgelegde termijn. De rechtbank heeft in de uitspraak van 19 november 2021 een nadere termijn voor het nemen van een besluit vastgesteld van twee weken en een dwangsom van € 300,- met een maximum van € 15.000,- als deze termijn wordt overschreden. Omdat de rechtbank het beroep kennelijk gegrond vond, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk gegrond was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2021 niet juist was.
  4. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2021 niet juist. In zijn verzetschrift van 23 november 2021 stelt opposant het volgende. Opposant verwijst naar een beleidslijn omtrent het opleggen van een rechterlijke dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d tweede lid van de Awb. In deze beleidslijn is bepaald dat bij een beroep niet tijdig beslissen uit wordt gegaan van dwangsom die binnen 150 dagen volloopt tot een bepaald maximum en dat het bedrag per dag wordt verhoogd als er sprake is van een opvolgend beroep niet tijdig beslissen. Het verhoogde bedrag dient als een sterkere prikkel voor bestuursorganen om een besluit te nemen. Dit betekent dan dat opposant in een dergelijke procedure niet telkens een procedure aanhangig hoeven te maken bij de rechtbank, maar dat bestuursorganen voldoende tijd krijgen om een besluit te nemen. Opposant stelt dat in zijn geval, bij overschrijding van de termijn door geopposeerde, er ook een dwangsom moet worden opgelegd die binnen 150 dagen volloopt. Dit zou betekenen dat bij overschrijding van de termijn geopposeerde een dwangsom verbeurt van € 300,- per dag met een maximum van € 45.000,-.
  5. De rechtbank is van oordeel dat uit wat opposant aanvoert, niet blijkt dat de rechtbank het beroep ten onrechte kennelijk gegrond heeft verklaard. Opposant gaat immers ook uit van de gegrondheid van zijn beroep. Dat opposant het niet eens is met de hoogte van de maximaal te verbeuren dwangsom, maakt nog niet dat de rechtbank het beroep niet kennelijk gegrond had kunnen vinden.
  6. Gelet op het voorgaande is het verzet ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 januari 2022 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.