← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1239

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21 / 4598 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2022 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , te [plaats] , eisers (gemachtigde: R.V. Lie-A-Lien) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun verzoek om handhaving. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. Eisers hebben hun verzoek om handhaving verzonden op 3 september
  4. Uit de ontvangstbevestiging van verweerder van 17 september 2021 blijkt dat het verzoek op 7 september 2021 is ontvangen. In de wet is geen termijn opgenomen waarbinnen verweerder op dit verzoek moet beslissen. In zo’n geval geldt een beslistermijn van acht weken na ontvangst van het verzoek. Dit staat in de artikelen 4:13 en 4:14 van de Awb. Verweerder had dus uiterlijk op 2 november 2021 moeten beslissen.
  5. Uit de stukken blijkt dat eisers verweerder op 29 oktober 2021 in gebreke hebben gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet overschreden. Dat betekent dat eisers hun beroepschrift te vroeg hebben ingediend en dat daarmee dus niet is voldaan aan de in rechtsoverweging 2 genoemde voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
  6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
  7. Eisers krijgen daarom ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 februari 2022 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. de griffier de rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.