Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Zaaknummer/rekestnummer: 533041 / HA RK 22-2 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 19 januari 2022 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verder te noemen verzoeker. 1De procedure 1.
- De wrakingskamer heeft op 5 januari 2022 het verzoek tot wraking van mr. G.L.M. Urbanus (hierna: de rechter) ontvangen. Op 6 januari 2022 heeft verzoeker per e-mail het wrakingsverzoek aangevuld. 1.
- De wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 6 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om het verzoek tot wraking te laten ondertekenen door een advocaat. 2Het wrakingsverzoek 2.
- Verzoeker wraakt de rechter in de zaak met zaaknummer 16/520823/FA RK 21-
- Deze zaak gaat over het verzoekschrift van de wederpartij van verzoeker tot het uitspreken van een echtscheiding. 3De beoordeling 3.
- In artikel 2.1.2 van het wrakingsprotocol van de Rechtbank Midden-Nederland staat dat een schriftelijk wrakingsverzoek (mede) door een procesvertegenwoordiger moet worden ondertekend in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is. Dit volgt uit arresten van de Hoge Raad van 28 juni 1985 (NJ 1985, 836) en van 18 december 1998 (NJ 1999, 271). In artikel 5.2 van het wrakingsprotocol staat dat de verzoeker die zonder bijstand van een verplichte procesvertegenwoordiger een verzoek indient, hierop wordt gewezen. Hij krijgt de gelegenheid dit verzuim te herstellen. 3.
- In de verzoekschriftprocedure waarin verzoeker wraakt, is procesvertegenwoordiging verplicht. Dit volgt uit de artikelen 816 lid 1, 282 lid 1 en 278 lid 3 Rv. Dus moet het wrakingsverzoek (ook) worden ondertekend door een advocaat. 3.
- Vaststaat dat het wrakingsverzoek niet (ook) is ondertekend door een advocaat. Bij brief van 6 januari 2022 is verzoeker in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen. Verder is hem bericht dat hij in het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn van een week wordt hersteld. Het verzuim is niet binnen de gestelde termijn hersteld zodat de wrakingskamer verzoeker in het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk zal verklaren. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 4.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team familierecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank; 4.
- bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 16/520823/FA RK 21-948 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. D.J. van Maanen en mr. A.C. van den Boogaard als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.