← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1512

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/533613 / JE RK 22-88 Datum uitspraak: 1 april 2022 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van De Jeugd- & Gezinsbeschermers, locatie [locatie] , hierna te noemen: de GI, betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbende(

  1. n)aan: [belanghebbende 1] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , [belanghebbende 2] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . De kinderrechter merkt als informanten aan: de heer [A (achternaam)] en mevrouw [B (achternaam)] , de grootouders/pleegouders van [minderjarige (voornaam)] . Het procesverloop Er heeft op de geplande zittingsdatum van 1 april 2022 geen nadere mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat geen van de betrokkenen daar nog behoefte aan had. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige (voornaam)] verblijft in een netwerkpleeggezin, namelijk bij haar opa en oma (vaderszijde). Bij beschikking van 10 mei 2017 is [minderjarige (voornaam)] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 10 augustus 2022. De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 februari 2022 het verzoek van de GI om de uithuisplaatsing in het netwerkpleegezin te verlengen tot 10 augustus 2022 voor korte tijd toegewezen en voor het overige aangehouden. Daarna is een zitting bepaald, hoewel de belanghebbenden de rechtbank hadden laten weten geen zitting te wensen. Bij de zitting van 28 februari 2022 is de GI niet verschenen en heeft [minderjarige (voornaam)] in het kindgesprek voorafgaand aan de zitting kenbaar gemaakt dat zij de wens heeft in het pleeggezin (grootouders v.z.) te blijven wonen. Het beleid van de GI was op dat moment nog gericht op een plaatsing bij de vader. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing wederom verlengd tot 7 april 2022 en de beslissing voor het overige aan gehouden. Zij heeft vervolgens een nieuwe zitting bepaald. Het verzoek De kinderrechter moet op dit moment nog beslissen op de resterende verzochte termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van 7 april 2022 tot 10 augustus 2022. De beoordeling De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek van de GI toewijzen. De kinderrechter heeft op 25 maart 2022 een brief ontvangen van de GI. Uit de brief blijkt dat de GI, de vader, de moeder en de grootouders het eens zijn met de wens van [minderjarige (voornaam)] om bij haar grootouders te blijven wonen. Het gaat goed met [minderjarige (voornaam)] bij de grootouders. Zij heeft meer rust gevonden, doet het goed op school en maakt weer meer contact met haar leeftijdsgenootjes. De kinderrechter vindt het positief om te lezen hoe goed het met [minderjarige (voornaam)] lijkt te gaan. De kinderrechter begrijpt uit de brief dat de GI het oorspronkelijke beleid, gericht op plaatsing bij de vader rond de zomervakantie, heeft verlaten. Op dit moment is het beleid dat [minderjarige (voornaam)] bij haar grootouders blijft wonen en daarnaast natuurlijk contact heeft met allebei haar ouders. Uit de stukken van de pleegouders blijkt ook al dat zij in de weekenden afwisselend bij ieder van de ouders is. De kinderrechter kan het huidige beleid van de GI volgen en vindt dat beleid in belang van [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter gaat er van uit dat de GI nagaat of en welke hulpverlening voor de betrokkenen gezamenlijk of individueel nog nodig is om ervoor te zorgen dat [minderjarige (voornaam)] zich goed kan (blijven) ontwikkelen. Daarnaast zal de GI moeten bezien welke juridische constructie op de korte en langere termijn passend is om het verblijf bij de grootouders en het contact met beide ouders te waarborgen en zal zij de daarvoor noodzakelijke stappen moeten zetten. De beslissing De kinderrechter: - verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootouders (vaderszijde) tot 10 augustus 2022; - verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Oostland, als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(
  2. n)aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. Deze beslissing is op schrift gesteld op 20 april 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.