← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1562

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 9558569 UC EXPL 21-8320 MRv/48356 Vonnis van 23 maart 2022 inzake de naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V., gevestigd te Arnhem, verder ook te noemen: VGZ, eisende partij, gemachtigde: Flanderijn & Van Eck, tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen: [gedaagde] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Waar gaat deze zaak over 2.
  3. [gedaagde] was van januari 2015 tot en met december 2017 voor zijn zorgkosten verzekerd bij VGZ. [gedaagde] moet maandelijks bij vooruitbetaling aan VGZ premie betalen. Daarnaast moet hij (deels) betalen voor de zorg die hij heeft gekregen (eigen bijdragen/eigen risico). 2.
  4. Volgens VGZ moet [gedaagde] nu nog € 186,32 betalen. VGZ vordert in deze procedure betaling van dat bedrag, plus de wettelijke rente (€ 15,11 tot 14 oktober 2021 en over het bedrag van € 186,32 vanaf 14 oktober 2021 tot de voldoening) en de buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw van € 48,
  5. VGZ heeft ook gevorderd dat [gedaagde] haar proceskosten betaalt. 2.
  6. [gedaagde] is het niet eens met de vordering van VGZ en concludeert tot afwijzing hiervan. 2.
  7. Op stellingen van partijen, voor zover relevant, wordt hierna ingegaan. 3De beoordeling 3.
  8. De kantonrechter zal de vorderingen van VGZ afwijzen. Dat betekent dat VGZ de proceskosten van [gedaagde] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom. 3.
  9. VGZ heeft ter onderbouwing van haar vordering bij dagvaarding een overzicht van de hoofdsom overgelegd. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de hoofdsom bestaat uit de premie voor een aanvullende verzekering van maart 2017 en uit een aantal verrekeningen van declaraties die voor geleverde zorg aan [gedaagde] door zorgverleners bij VGZ zijn ingediend en die (gedeeltelijk) uit het eigen risico van [gedaagde] vergoed moeten worden. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord betwist dat hij nog een bedrag aan VGZ is verschuldigd en heeft aangevoerd dat hij in ieder geval een gedeelte van de geleverde zorg, zoals weergegeven in het overzicht van VGZ, niet heeft ontvangen. VGZ heeft ter onderbouwing van het bij dagvaarding overgelegde overzicht bij repliek de facturen van de betreffende geleverde zorg aan [gedaagde] overgelegd. 3.
  10. De kantonrechter overweegt als volgt. De dagvaarding is betekend aan de heer [gedaagde] , geboren op [geboortedatum 1]
  11. De kantonrechter begrijpt uit de overgelegde stukken dat zijn VGZ-klantnummer [nummeraanduiding 1] was. Een gedeelte van de facturen zoals door VGZ overgelegd bij repliek ziet echter op geleverde zorg aan de heer/mevrouw [A] , geboren op [geboortedatum 2] 1981, met VGZ-klantnummer [nummeraanduiding 2] . Het is de kantonrechter dan ook onduidelijk welke zorgkosten [gedaagde] aan VGZ is verschuldigd. Verder begrijpt de kantonrechter uit de stukken dat partijen meerdere betalingsregelingen zijn overeengekomen en dat [gedaagde] deze betalingsregelingen in ieder geval grotendeels is nagekomen. Welk deel [gedaagde] hiervan niet is nagekomen, voor zover VGZ dat heeft bedoeld te stellen, is de kantonrechter eveneens onduidelijk. Het had op de weg van VGZ gelegen om haar vordering voldoende inzichtelijk te maken. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat VGZ haar vordering onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd, zodat deze zal worden afgewezen. Wettelijke rente 3.
  12. Nu de hoofdvordering wordt afgewezen zal de vordering tot betaling van wettelijke rente eveneens worden afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 3.
  13. VGZ maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat de hoofdvordering wordt afgewezen zullen ook de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Proceskosten 3.
  14. VGZ wordt in het ongelijk gesteld. Zij moet daarom haar eigen proceskosten dragen en die van [gedaagde] vergoeden. De kosten aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil omdat [gedaagde] in het kader van deze procedure in persoon procedeert en geen professionele rechtshulpverlener als gemachtigde heeft gesteld. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  15. wijst de vordering af; 4.
  16. veroordeelt VGZ tot betaling van de proceskosten aan de kant van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek, kantonrechter, en bij zijn afwezigheid ondertekend door mr. J.W. Langeler, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.